Vraagteken Oekraïne

EEN NIEUWE militaire superstaat is in oprichting: de Oekraïne. Een staat met een sterk leger en luchtmacht, een vloot die het machtsbereik van Kiev tot ver in de Middellandse Zee projecteert en een kernmacht die naar alle kanten intimideert. Zolang het om de kwantiteit en de kwaliteit van deze strijdmacht gaat, is de betekenis ervan boven iedere twijfel verheven. De beslissende vraag achter die somber stemmende zekerheid is: wat drijft de Oekraïense regering en volksvertegenwoordiging om dit slagzwaard in handen te willen hebben? Daarop kan slechts een speculatief antwoord worden gegeven.

In de eerste plaats kan de Oekraïense claim op alle militaire eenheden op het eigen grondgebied worden beschouwd als een uiting van beklemd nationalisme, een overreactie wellicht ten opzichte van grote broer Rusland die volgens de Oekraïeners juist iets te vanzelfsprekend de rol van de oude Sovjet-Unie overneemt - daarin gesteund door de onmiddellijke volkenrechtelijke erkenning als zodanig van Amerikaanse en Europese kant. Het opbloeiende Oekraïense "militarisme' is dan vooral een kreet om aandacht, om erkenning van de problemen en verlangens van een volk dat te lang zijn eigen identiteit onder etnische en ideologische slogans begraven zag. Europa kent meer voorbeelden van deze uitgelokte vorm van etnische assertiviteit en het heeft er nog geen probaat antwoord op gevonden.

MAAR MACHT heeft een eigenaardig geestverruimend effect op degenen die haar menen te kunnen manipuleren. De Oekraïense bewindvoerders bieden daar te weinig weerstand aan. In hun eisen en daden hebben zij de grenzen van de redelijkheid allang overschreden. Nog afgezien ervan dat een groot deel van de in de Oekraïne gelegerde troepen een andere nationaliteit heeft (het officierskorps telt een 75.000 Russen), de bewapening en de logistiek van die strijdkrachten zijn niet uitsluitend door de Oekraïne opgebracht. Bovendien heeft het nieuwe centrale commando van het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten) namens die organisatie legitieme belangen te verdedigen, zowel in de Oekraïne zelf als in het aangrenzende zeegebied. De Oekraïense claim staat dan ook haaks op de militaire afspraken binnen het GOS.

Niet het minste van die gezamenlijke belangen is de afwikkeling van de verdragen tot ingrijpende vermindering van conventionele en nucleaire wapens, alsmede reductie van troepen, verdragen die de Sovjet-Unie met de andere landen van Europa en met de Verenigde Staten en Canada was overeengekomen. Een Oekraïense superstaat die zich aan deze overeenkomsten zou onttrekken, zou een regelrechte bedreiging vormen voor alle buurlanden, in verhoogde mate voor zwakke staten als Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije, maar ook voor verderaf liggende gebieden. Opmerkelijk is dat publieke kritiek op Kiev tot dusver nagenoeg uitsluitend uit Moskou komt. Maar ook andere betrokken landen zullen vroeg of laat consequenties (moeten) verbinden aan het ontstaan van een Oekraïne dat de voorspelbaarheid van zijn politiek en de helderheid van zijn bedoelingen omgekeerd evenredig laat zijn aan zijn militaire potentie.