UGTA, net als iedereen, verdeeld over benadering fundamentalisten; Algerijns vakverbond wacht met staking

ALGIERS, 6 JAN. De UGTA, de machtige Algerijnse vakcentrale, heeft haar stakingsacties uitgesteld. Aanvankelijk zou men daar gisteren mee beginnen om het leger in de gelegenheid te stellen direct in te grijpen en de verkiezingen af te breken, die op 16 januari in een tweede ronde moeten worden vervolgd. Maar zaterdagmiddag verzocht Abdelhak Banhamouda, de secretaris-generaal van de UGTA, op een persconferentie de regering-Ghozali zich uit te spreken of de eerste ronde van de parlementsverkiezingen inderdaad wel zo “eerlijk en vrij” is verlopen. Hij eiste dat de 341 klachten die bij de Raad van de Grondwet zijn binnengekomen over fraude, intimidatie en oneerlijke praktijken volgens de wet worden behandeld en dat alle partijen die het nu over “de volkswil” hebben zich bij de eindbeslissing van de Raad van de Grondwet neerleggen.

Tot het uitstel is besloten omdat de UGTA verdeeld is. Een aantal vakbonden, bijvoorbeeld die van de bouwvakkers, wil niet aan een politieke staking meedoen, de arbeiders in de staalindustrie wel. Daarom besloot Banhamouda op de uitspraak te wachten van de Raad van de Grondwet, die de 341 ingediende klachten moet behandelen. Die klachten hebben betrekking op in totaal 145 kiesdistricten die vrijwel alle door het FIS (het Front van Islamitische Redding) op 16 december zijn gewonnen.

Als Banhamouda zijn zin krijgt worden veel van die uitslagen ongeldig verklaard en komt er over een paar maanden een derde verkiezingsronde. Het FIS zou dan in één klap zijn gigantische meerderheid in het parlement verliezen, tegen die beslissing logischerwijze met een oorlogsverklaring aan de overheid in actie moeten komen, om vervolgens door het leger in elkaar te worden geslagen. Reageert het FIS niet gewelddadig, dan is er in elk geval tijd gewonnen om een politieke oplossing te vinden. En mocht de Raad van de Grondwet het FIS onverhoopt toch in het bezit van de meeste gewonnen zetels laten, dan kan de UGTA alsnog de stakingen uitroepen - bijvoorbeeld op 16 januari, de dag van de tweede verkiezingsronde.

Voorlopig blijft de vakcentrale dus binnen “de legaliteit van de Republiek”. Daarmee volgt zij de weg van Aït Ahmed, de leider van het FFS (het Front van Socialistische Krachten). Zijn partij eindigde met een onoverbrugbare achterstand op de tweede plaats en zal met geen mogelijkheid het FIS in de tweede ronde kunnen verslaan. Niettemin houdt Aït Ahmed vol dat hij het democratische proces “tot aan het einde” zal volgen en “op rekenkundig gebied” nog veel electorale kansen in de tweede ronde heeft. Maar hij beseft zelf dat dit illusies zijn omdat hij tegelijkertijd verkondigt “dat wij met 60 of met 70 gedelegeerden (in een parlement van 430) misschien een minderheid kunnen vormen die de zaak (voor het FIS) blokkeert”. Op soortgelijke illusies bouwen ook anderen hun verwachtingen.

Met de dag raakt de Algerijnse samenleving meer verscheurd. Zij die “weigeren het land aan de krachten van het fascisme uit te leveren” staan tegenover hen die “de keus van het volk willen veilig stellen”. Maar de “democratische krachten” zijn op hun beurt ook weer volledig verdeeld. Zij moeten met z'n allen als democraten proberen te overleven in een maatschappij die haar heil steeds meer in de islam zoekt. Maar zij hebben geen idee hoe ze dat moeten doen - vooral omdat er uit de Westerse wereld, met name uit Frankrijk, allerlei signalen komen dat het democratische experiment in Algerije onder geen beding verstoord mag worden.

De democraten die er niets voor voelen om als politieke proefkonijnen te dienen zijn razend. Zij denken dat men beter nú tegen het FIS kan optreden dan over enkele maanden, als het FIS over machtsmiddelen van de staat beschikt en dus veel sterker in zijn schoenen staat. Ook zij geloven in democratie en legaliteit. Maar zij zijn er evenzeer van overtuigd dat die kostbare en eerbiedwaardige begrippen in loze prietpraat veranderen op het moment dat het fascisme de hele democratie dreigt weg te vagen.

Deze vleugel, die zijn woordvoerder vindt in dr. Sa'ad Sadi, de aanvoerder van de politieke partij RCD (Rassemblement de la Culture et de la Démocratie), is op dit moment heel duidelijk in de minderheid. De andere democratische krachten, vertegenwoordigd door Aït Ahmed, gokken erop dat zelfs een FIS-regering niet alles kan doen wat zij van plan is omdat de president volgens de grondwet over enorme macht tegenover het parlement beschikt. Hij kan elke wetswijziging tegenhouden. Hij kan wie hij maar wil tot premier benoemen, zonder rekening te houden met de machtsverhoudingen in het parlement. En hij kan het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven, als hij het met het parlement oneens is. De president kan ook nog altijd het leger gebruiken als een politiehond aan de riem om op het juiste moment de riem los te laten met het bevel erop af te gaan.

Maar het probleem is dat de man die de teugels in handen heeft, volgens de overtuiging van zeer velen, allang in het geheim afspraken met het FIS heeft gemaakt. Hoe is het anders mogelijk, vraagt men zich af, dat de prijzen van de eerste levensbehoeften (boter, olie, butagas, suiker, koffie, melk- en waspoeder) twee maanden voor de verkiezingen met honderd tot driehonderd procent stegen? Zoiets was nog nooit eerder in de geschiedenis van Algerije vertoond. “Wij plachten altijd voor de verkiezingen op grote schaal in te kopen, omdat dan opeens alles te koop was tegen een redelijke prijs. Zelfs de waterleiding bleek dan opeens te werken”, vertelde een Algerijnse huisvrouw.

President Chadli heeft - om het heel zacht uit te drukken - niet langer het vertrouwen van de bevolking. De fundamentalisten beschuldigen hem van moord en doodslag op onschuldige moslims, de anti-fundamentalisten verwijten hem dat hij het land aan de fundamentalisten heeft verkocht. En volgens allen is hij verantwoordelijk voor de gigantische corruptie en de economische misère.

De positie van de president staat dan ook ter discussie. Hij zou als laatste redmiddel, aldus de geruchtenmachine, afspraken willen maken om het FIS niet te bestrijden, op voorwaarde dat hij als president aanblijft. Hij zou erop rekenen steun van de FIS-massa's te krijgen als de generaals een eind aan zijn presidentschap willen maken.

Het klinkt allemaal als Alice in Wonderland. Maar feit is dat Chadli en zijn getrouwen volgens een van de kranteberichten langdurig overleg heeft gevoerd met de “voorlopige” voorzitter van het FIS, Abdelkader Hachani, die zelf ook voor “cohabitatie” is tussen het FIS en Chadli, maar binnen zijn partij juist om die reden heftig wordt bestreden.

Het zijn in feite allemaal oude illusies die Chadli misschien nu nog koestert. Hij en zijn premier, Ghozali, dachten oorspronkelijk dat de verkiezingen zouden uitlopen op een zetelverdeling van een derde voor het nu nog regerende FLN, een derde voor het FIS en een derde voor de resterende partijen. Zo zou men gemakkelijk een coalitie-regering kunnen vormen die onzichtbaar door het FLN zou worden geleid, omdat er ook partijen zijn die zowel democratisch als “gematigd fundamentalistisch” zijn. Hamas bijvoorbeeld.

De hele campagne van Hamas was gebouwd op de veronderstelling dat het mogelijk zou zijn de democratie in de islam in te corporeren. Daarom luidde de leus van Hamas: “De rechten van de mens, de vrijheid, de rechten van de vrouw en de shari'a staan niet ter discussie”.

Hamas had het voor de verkiezingen over een shuracratie (een shura is een islamitisch advieslichaam), terwijl sommige recentelijk bekeerde democraten, afkomstig uit de regeringspartij FLN, een democratoshari'a in gedachten hadden - een vorm van democratie waarin de islamitische wetgeving zou worden ingevoerd.

Vanuit diezelfde gedachtenwereld verwachten de bewindvoerders van het FLN nu dat zij de leiders van het FIS tot gematigdheid kunnen bewegen. Zij denken dat het FIS zich realiseert dat het alleen maar een Pyrrusoverwinning kan behalen als het niet de steun krijgt van de technocraten en de andere “levende krachten” in het land. Zij vragen het FIS zijn meest geliefde project - de instelling van de islamitische staat - in de ijskast te zetten en samen met het FLN een coalitieregering te vormen die de sociale gerechtigheid zal nastreven.

Er is geen sprake van dat het FIS op deze voorstellen ingaat. Het voelt zich veel te sterk. Hamas en de andere islamitische partijen die met het FIS concurreerden hebben zich inmiddels honderd procent, en met felicitaties, achter deze partij geschaard. Zaterdag riep sjeik Abdallah Djaballah, de leider van de “gematigd-islamitische” partij Ennadha, de regering en de democraten op om de keuze van het volk te respecteren. Want, zo zei hij, “de islam garandeert de vrijheden van het leven in al zijn politieke, economische, sociale en individuele aspecten”.

Zij die dat niet geloven wachten huiverend af.

Foto: Duizenden Algerijnen demonstreerden gisteren in de Franse hoofdstad Parijs voor de partij van Hocine Aït Ahmed, een felle tegenstander van het fundamentalistische Front van Islamitische Redding dat op 26 december een reusachtige overwinning behaalde in de eerste verkiezingsronde in Algerije. (Foto Reuter)