Stoere mannen-rock op Noorderslag

Concert: Noorderslag met o.a. Beatcream, Spo-Dee-O-Dee, Nightblooms, Deinum, Gotcha!, The Nozems, Jacques Herb, Quazar, Raggende Manne, Klinkhamer, The Scene, The Ex. Gehoord: 4-1 Oosterpoort, Groningen.

Afgaand op het overzicht dat de Groningse Noorderslag zaterdagavond bood, is in de Nederlandse popmuziek de Nederlandse taal weer helemaal terug. Bij meer dan een derde van de dertig bands die in de vijf zalen te zien waren werd gezongen in een vorm van het Nederlands. Er was Limburgse folk van Rowwen Hèze, Friese folk van Reboelje, Groningse pretpunk door Jama Thàma, caféproza van de Raggende Manne en een "Tranendal Revue' met levensliederen.

Het jaarlijkse festival probeert een afspiegeling te zijn van wat er zich in de Nederlandse popmuziek afspeelt. Dan valt op dat de dansmuziek (house en rap) deze keer minder vertegenwoordigd was dan vorig jaar. Dat leidde tot een oververtegenwoordiging van de stoere mannen-rock. Na de Alabama Kids, The Nozems en Spo-Dee-O-Dee die allen een meer of minder geslaagde variant op de Amerikaanse gitaarrock maken, was een groep als het Friese Deinum verfrissend, maar door het late uur dat ze optraden, geestelijk bijna niet meer te verwerken. De met een aureool van zweetdruppels omgeven Peter Sijbenga zingt maniakaal terwijl zijn groepsleden veel ritmes binnen éen nummer wringen en toch allemaal weer op hetzelfde punt uitkomen.

Ook de Haarlemse groep Beatcream doet iets aparts met het ritme. Hun hortende funkrock is te plaatsen ergens tussen de Red Hot Chili Peppers en Primus. Stadsgenoten Gotcha! dachten blijkbaar "hoe meer hoe beter' en stonden in de grote zaal met z'n elven op het podium. De zang werd daardoor alleen nog maar logger en de junglefunktrein kwam slecht op gang. In dezelfde zaal speelde later The Scene, die het publiek voor het eerst op de avond werkelijk enthousiast kregen. De gemangelde uitdrukking van zanger Thé Lau en zijn doorleefde stem geven hun Nederlandstalige rockmuziek een mooie dissonant.

The Ex was de verrassingsact die vervolgens mocht aantreden om de Popprijs 1991 in ontvangst te nemen. Na een toespraak van drumster Katrin (“Onze bijdrage aan de Nederlandse Popmuziek is nu eerst een Hongaars volksliedje”) barstte de groep los in een daverend optreden waarbij ouderwets met bier gegooid werd en er spontaan een gordijn in de fik vloog. De intensiteit en de overtuiging die uit het krassende spel van de gitaristen, de zang en de losjes "zingende' drums spreken, zijn fantastisch om te horen en te zien.

De dansmuziek was dit jaar in handen van Quazar, deze keer zonder de inspirerend bewegende Sophia, en de Charmin' Children, waarvan de lieve liedjes met Manchester-drums wat onvast klonken. Ondertussen zat een steeds vrolijker wordend publiek in de "Tranendal Revue' mee te zingen met snackbarfavorieten als Manuela van Jacques Herb en Brandend Zand. En in de grote zaal sloten de Raggende Manne het festival af met hun woedende geschreeuw over dranklust en liefde. Het waren dezelfde onderwerpen als in de "Tranendal Revue' aan de orde kwamen, maar op een manier verwoord die gelukkig ver af lag van de lijdzaamheid van de vaderlandse levensliederen.