Markies zonder centen

Juan Antonio Samaranch, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité, mag zich voortaan markies van Samaranch noemen. De Spaanse koning Juan Carlos heeft hem in de adelstand verheven. Wegens zijn verdiensten voor de sport.

Welke verdiensten zou Zijne Majesteit eigenlijk op het oog hebben gehad? Dat Samaranch erin geslaagd is het neo-klassistische ideaal van de Spelen dankzij dubbele moraal in het post-modernistische tijdperk te laten overleven. Dat de markies nog altijd prevelt dat "meedoen belangrijker dan winnen' is terwijl hij tegelijkertijd het "Olympisch toerisme', het deelnemen zonder kans op medailles, te vuur en zwaard bestrijdt. Of betuigde de Koning misschien alleen maar zijn dankbaarheid dat Samaranch de Spelen naar hun geboorteland, naar Spanje, heeft gehaald?

En hoe staat het eigenlijk met de verdiensten van de atleten? Zij zullen het in Barcelona zonder geldelijke beloning moeten stellen. “De eer moet hen genoeg zijn”, heeft Samaranch hen voorgehouden. “En het deelnemen aan het grootste feest dat Barcelona ooit heeft beleefd.”

Dat is een standpunt dat zich keurig laat rijmen met de Olympische uitgangspunten maar minder met de Olympische werkelijkheid. Na een slopend achterhoedegevecht tegen de commercialisering van de sport heeft het Internationaal Olympisch Comité de profsporters met opvallend weinig tegenzin omarmd. Het gevolg is dat straks in Barcelona hordes goedbetaalde sportmensen - Michael Jordan?, Steffi Graf?, Regi Blinker? - in actie zullen komen ten koste van die verketterde Olympische toeristen. Alleen moeten ze voor deze ene keer de schijn ophouden dat geld er niet toe doet.

Wat is dat voor waanzin dat Olympische sporters niet betaald hoeven worden? Terwijl het organisatiecomité voor honderden miljoenen guldens aan televisierechten en sponsorgelden heeft geïncasseerd. Terwijl de toeschouwers honderden guldens voor hun kaartjes moeten neertellen. Vrijwillige bestuurders, de enige echte amateurs in de sport, kunnen het zich permitteren alleen voor het plezier te werken. Voor de meeste topsporters geldt dat allang niet meer. Misschien dat ze de sportbonden daar in Barcelona subtiel op kunnen wijzen. Dat zou pas echt een blijk van sportieve verbroedering zijn.