Kosto: Praag moet Vietnamezen opnemen

DEN HAAG, 6 JAN. Tsjechoslowakije maakt een vergissing als het denkt dat het de uitgeprocedeerde Vietnamezen die zich nu nog in Nederland bevinden, niet hoeft toe te laten wanneer zij worden uitgewezen. Dat zei staatssecretaris Kosto (justitie) gisteren voor de IKON-radio.

“De Tsjechoslowaakse regering heeft nog maar kort geleden het vluchtelingenverdag van Genève ondertekend. Men moet zich ook realiseren dat het gaat om Vietnamezen die beschikken over een verblijfsvergunning. Zij kunnen niet worden geweigerd”, aldus Kosto. Tsjechoslowaakse regeringsfunctionarissen die hebben gezegd dat wie eenmaal het land heeft verlaten niet meer terug kan komen, hebben volgens de bewindsman “totalitaire gedachten”.

Volgens ir. E. Abbidova van het Tsjechoslowaakse ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid is er echter geen sprake van dat de gevluchte Vietnamezen nog steeds over geldige verblijfspapieren beschikken. Deze zijn volgens haar gekoppeld aan de arbeidscontracten en die zijn door het vertrek van de Vietnamezen verbroken waardoor ook de geldigheid van de verblijfspapieren is komen te vervallen, zo zei zij desgevraagd.

Kosto stelt daarentegen dat als de Tsjechoslowaken mee willen doen met de Westerse landen “ze moeten weten dat in het Westen niemand toestemming nodig heeft om een land te verlaten. Dat geldt dus ook voor Tsjechoslowakije”, zo zei hij gisteren.

Eind december heeft minister Van den Broek (buitenlandse zaken) telefonisch contact gehad met zijn Tsjechoslowaakse ambtgenoot Dienstbier over de te verwachten uitzetting van de 20 uitgeprocedeerde Vietnamezen. Tijdens dat gesprek heeft Dienstbier zijn Nederlandse colllega geïnformeerd over de problemen in zijn land, met name op economisch gebied. In Tsjechoslowakije zijn ruim een half miljoen mensen werkloos. Ook herhaalde Dienstbier het regeringsstandpunt dat wie eenmaal het land verlaten heeft, zoals de Vietnamezen, niet meer kan terugkeren.

Van den Broek herhaalde daarop het Nederlandse standpunt dat de Vietnamezen zullen worden teruggestuurd naar hun eerste land van opvang: Tsjechoslowakije. Van een overhaaste uitzetting zou echter geen sprake zijn, aldus de bewindsman.