Koers van rentefonds OAMF valt 17 procent na hervatting handel

AMSTERDAM, 6 JAN. De koers van het OAMF Rentefonds is vanmorgen op de Amsterdamse effectenbeurs met 17 procent gekelderd. De handel in het fonds werd vandaag hervat nadat OAMF vrijdag bekendmaakte dat het van het ministerie van financiën een naheffingsaanslag heeft gekregen van 88 miljoen gulden.

De koers van het obligatiefonds, die op 27 december sloot op 13,05 gulden, was omstreeks het middaguur 2,25 gulden gedaald. Een beurshandelaar, die vanmorgen een groot aantal verkooporders in het fonds afwikkelde, zei dat beleggers betwijfelen of OAMF (vermogen: 288 miljoen gulden) het van de fiscus kan winnen.

Na opening vanmorgen duurde het een half uur voordat de eerste koers in het fonds kon worden opgemaakt. Volgens handelaren waren omstreeks het middaguur al 50.000 aandelen verhandeld, tegen 5.000 op een normale beursdag.

“Veel beleggers verkochten vanmorgen in paniek hun stukken”, aldus een hoekman die zei “nog een heel pakket” verkooporders op de plank te hebben waarvoor bar weinig belangstelling bij kopers bestond. “Alleen door de wol geverfde kleine beleggers die de eerdere perikelen bij OAMF en Orco Bank hebben meegemaakt, durven deze stukken op te pikken. Daardoor stabiliseert de koers nu enigszins.”

De fiscale naheffing heeft betrekking op een uitkering - in de vorm van aandelen Orco Bank ten laste van de agioreserve - die het OAMF in december 1986 heeft gedaan. Agio-uitkeringen zijn normaal gesproken onbelast, maar Financiën is van mening dat in dit geval sprake is van een dividend waarop 25 procent dividendbelasting moet worden ingehouden. OAMF bestrijdt de vordering en wil de geleden (koers)schade via een juridische procedure terugvorderen.

Financiën bestreed vanmorgen de bewering van OAMF dat de betrokken belastingambtenaren hadden toegeven niet goed op de hoogte te zijn geweest van de officiële stukken. “We hebben inderdaad de prospectus uit 1986 niet gezien, maar we wisten via andere kanalen precies wat er bij OAMF aan de hand was.”

Ook wijst Financiën de beschuldiging van OAMF van de hand dat de aanslag procedureel “onbehoorlijk” zou zijn. OAMF ontving de aanslag op 24 december, een week voordat belastingaanslagen over 1986 wegens verjaring niet meer mogelijk zouden zijn.