Groot Dictee (2)

Aan het eind van het Groot Dictee der Nederlandse Taal werd de heer Berode afgetiteld als Taaldeskundige, een contradictio in terminis.

Ik twijfel er niet aan dat hij op het gebied van (gen.) deskundig (tweedenaamvals-s) is, maar wie heeft er gehoord van een verpleegdeskundige, een vakdeskundige? Je komt het wel meer en meer tegen, reclamedeskundige, omroepdeskundige, maar het blijven -kundigen, die op hun terrein deskundig zijn. Een van de juryleden riep om herinvoering van grammatica-onderwijs. Graag met terugwerkende kracht.

Het Nederlands wordt niet alleen van buiten bedreigd, het wordt ook van binnenuit uitgehold. Het is als een houten wand die door de witte mieren is aangevreten; op een goed moment een tikje ertegen en de boel valt als stof in elkaar. Geen wonder dat John Major in Maastricht zijn slag heeft thuisgehaald, hij sprak zijn eigen taal, kon dus het snelst reageren en had meer woorden en daarmee meer argumenten bij de hand. Het blijkt aan veel mensen niet uit te leggen hoeveel de Engelsen dan wel de Amerikanen van ons cadeau krijgen door ze in hun taal tegemoet te komen. Het niveau waarop men Engels praat wordt echter ook voldoende voor het Nederlands geacht, met alle ellende van dien.