Europees drugsbeleid bizar compromis

In Nederland is de aandacht voor het gebruik van illegale drugs het afgelopen decennium sterk verminderd. Veelzeggend is het contrast tussen regelmatige en soms hysterische opwinding over heroïneverstrekking aan het begin van de jaren tachtig en de spaarzame aanwezigheid van drugs in het nieuwsbeeld van de jaren negentig.

In Nederland krijgen spectaculaire drugsvangsten ternauwernood nog aandacht. De vermeende betrokkenheid van het Surinaamse leger bij cocaïnehandel heeft voor niet meer dan een kortstondige opleving gezorgd van de berichtgeving over drugs. Zelfs het ontstaan van gebruikerskringen van de nieuwe drug "ecstacy' heeft weinig meer opgeleverd dan een paar stemmige sfeerschilderingen van binnen uit en een "fake' tv-reportage over een produktielaboratorium.

De animo in dit land voor het onderhouden van een sfeer van angst en bedreiging rondom drugs lijkt te zijn afgenomen. Terwijl in vele Europese landen het aantal drugsdoden stijgt en de aantrekkingskracht van het junkybestaan zich handhaaft of zelfs toeneemt, zien we in Nederland precies het omgekeerde. Lokale overlast door drugshandel en gebruik doet nog wel eens ruiten sneuvelen, maar afstandelijkheid en pragmatiek zijn dank zij eenverstandige politie en een uitgekiend WVC-beleid tot hoofdbestanddelen geworden van het drugspolitieke klimaat in dit land.

Wellicht dat dit de oorzaak is van het uitblijven van enige reactie op een opzienbarend rapport van het Europese Parlement over drugs en drugsbeleid. Begin december publiceerde de commissie-Bowe een rapport over "de verspreiding van de georganiseerde misdaad en haar verbinding met drugshandel in de lidstaten van de Europese Gemeenschap' met zeer vergaande aanbevelingen. *

Een aantal van die aanbevelingen heeft te maken met de activiteiten van buitenlandse politie op Nederlands grondgebied en het creëren van machtige supranationale controlestructuren. De Europese eenwording kan, via de perceptie van de drugsproblematiek buiten onze grenzen, de kwaliteit van de rechtspleging en de omgang met sociale problemen binnen dit land sterk beïnvloeden.

Zoals veel parlementaire stukken over zaken van moraal en ideologie is ook het rapport van de commissie-Bowe een poging tot een bizar compromis. Tussen de leden van de commissie vinden we zulke extremen als Sir Stewart Clark, een Britse havik op druggebied, en de Italiaan Marco Taradash, exponent van het in Italië aan invloed winnende anti-prohibitionisme.

De strijd is door de haviken gewonnen. Acht (van de 59) aanbevelingen richten zich op de ontwikkeling van hulpverlening, de ongeschiktheid van het strafrecht voor het omgaan met drugsproblemen en de noodzaak voor meer vrijheid op dit gebied voor steden in Europa.

De teneur van de preambule is bovendien, dat we moeten ophouden met het vervolgen van individuele druggebruikers, dat we verslaafden hulp moeten bieden, als ze dat willen in de vorm van zuivere en precies gedoseerde drugs, maar dat we de grote illegale handel in drugs moeten bestrijden.

In grote lijnen lijkt het Nederlandse beleid op dit deel van de aanbevelingen, en voor zover dat zo is kunnen we tevreden zijn. De problemen zitten veel meer in wat de commissie-Bowe aanbeveelt ten behoeve van de bestrijding van de drugshandel. Het ziet ernaar uit dat dit deel van de tekst is ingefluisterd door een under cover agent' van de Amerikaanse Drug Enforcement Agency. Die persoon heeft zijn werk goed gedaan, want ruim tachtig procent van alle aanbevelingen richt zich op een spectaculaire uitbreiding van de drugswetgeving en de controle daarop.

Kort na de inauguratie van de commissie-Bowe schreef Taradash nog in het Anti-Prohibitionist Bulletin van maart 1991 dat we hier “geconfronteerd worden met een belangwekkende gelegenheid het zwaartepunt in de drugsdiscussie te verplaatsen van strategieën van politionele en juridische repressie naar alternatieve vormen van niet repressieve regulering”.

De Europese landen worden opgeroepen de grote internationale verdragen te tekenen. Deze moeten zelfs nog worden uitgebouwd. (Er wordt helaas geen aanbeveling gedaan om nu eens te onderzoeken in hoeverre deze rigide internationale verdragen de huidige problemen mede veroorzaken.)

De drugsproducerende landen moeten worden geholpen bij het verbouwen van legale produkten, voornamelijk door hun betere handelsvoorwaarden te bieden. (De vraag, of de best mogelijke handelsvoorwaarden niet bestaan uit het illegaal houden van drugs wordt niet eens gesteld.)

Een grote uitbreiding wordt voorgesteld van de controle op chemicaliën die worden gebruikt voor drugsproduktie. Wanneer nieuwe drugs illegaal worden geproduceerd, moeten de grondstoffen daarvoor eveneens worden bewaakt. (Dit betekent een enorme uitbreiding van de controle op handel en produktie in Europa. Als deze al effect heeft zal dit hooguit opleveren dat produktie van chemicaliën meer wordt verspreid over de wereld. Zoals de produktie van drugs zich door de repressie heeft verplaatst van industriële naar agrarische landen, zo zal hetzelfde zich hoogst waarschijnlijk voordoen met de produktie van de zogenaamde "precursors'.)

Na januari 1993, wanneer de interne grenzen worden vrijgesteld van controle, moeten de politiemachten van aangrenzende landen op elkaars grondgebied kunnen opereren op basis van “een systeem van democratische verantwoordelijkheid”. De lidstaten moeten een "European Drugs Intelligence Unit' formeren die onder democratische controle staat. Elk land moet bovendien een nationale Drugs Intelligence Unit vormen. In kustgebieden en in de lucht moet de bewaking worden verscherpt, de douanes moeten worden vergroot, internationale datasystemen moeten worden opgezet en de controle op wegvervoer in de EG moet worden uitgebreid.

Om de vermenging van politieke macht en georganiseerde misdaad op het gebied van drugs tegen te gaan, moet de EG procedures aannemen die het geven van overheidsopdrachten, benoemingen en subsidies van politieke partijen "doorzichtiger' maakt. Speciale opsporingsbevoegdheden moet worden gegeven aan organen die witwassen van drugsgelden bestrijden. Het bankgeheim moet worden opgeheven en fiscale misdaden vanaf 50.000 ecu moeten worden beschouwd als misdrijven die tot uitwijzing leiden.

Een kort onderzoek had de commissie ervan kunnen overtuigen dat de meeste van haar aanbevelingen al zijn gerealiseerd in de Verenigde Staten. Wie in Europa ziet het daar normaal geworden niveau van chantage, (politie)geweld en corruptie rondom drugs als een aantrekkelijke toekomst?

De voorgestelde barrage aan nieuwe controles en organen daarvoor kan de werkloosheid in diverse Europese landen misschien verkleinen. Ze zal zeker de winstgevendheid van illegale drugs vergroten. Volstrekt onduidelijk blijft of het effecten oplevert op het relatief lage Europese druggebruik of voor verslaafden in Europa (de laatsten: minder dan een half procent van de bevolking).

Totaal onbesproken blijft hoeveel al deze maatregelen zullen kosten en of de uitgaven in verhouding staan tot de mogelijke effecten ervan. Waarom heeft de commissie zich niet gehouden aan één van haar eigen aanbevelingen: het formuleren van een geheel nieuw drugbeleid op basis van een kosten-batenanalyse van het huidige? Waarom is een verdere ontwikkeling van het zo succesvolle Nederlandse normaliseringsbeleid niet onderzocht? De overbodige maar verrassende indeling van drugs die de commissie-Bowe voorstaat (van ultra soft drugs - thee, chocolade - via medium soft drugs - opium, gedestilleerd - naar ultra hard drugs - crack, heroïne) doet vermoeden dat het Europees Parlement aan zulke serieuze vragen nog niet toe is.