Een Nederlandse fanclub voor Route 66

Sinds 1987 trekken zij elke zomer naar hun geliefd Amerika. Daar rijden ze minstens een paar honderd mijl op Highway Route 66, door glooiend landschap en uitgestrekte prairies. Ze kochten speciaal een videocamera om de Highway en de horizon vast te leggen. Hun bewondering voor de Amerikaanse weg kent geen grenzen: afgelopen voorjaar richtten zij de fanclub The Dutch Route 66 Association op.

De sensatie die iemand voelt die voor het eerst door het uitgestrekte Amerikaanse landschap rijdt, overviel Harry van Lunteren (34) en Hans Stuijfbergen (29) nog voordat ze er ooit waren. Ze luisterden, als radiomakers van de plaatselijke omroep in Hoorn, veel naar de radio en op een dag hoorden ze een VPRO-uitzending over de Amerikaanse Route 66. Bij dat geluid schilderden zij een beeld: het beeld van Amerika zoals het eens was en zoals het voortleeft in neon-reclameborden, verroeste Coca Cola-blikjes, rock 'n roll en road-movies van honderdtwintig minuten. Ze zagen kilometers autobaan voor zich, tot in de verte oplichtende letters aankondigden: All-U-Can-Eat, American Owned, Original Old Route 66 Club Café. Een tocht langs Route 66 beloofde een dagenlange onderdompeling te zijn in een langgerekte reclamespot van Levi's 501, met blues en rock 'n roll uit de ingebouwde autoradio.

Elke Amerikaanse staat heeft naast de Interstates zijn eigen Highways, de smalle, oudere wegen die voeren langs kleine dorpen. Maar alleen Route 66 heeft in de acht staten die hij doorkruist een fanclub die strijdt voor het behoud ervan. Dat komt omdat Route 66 niet zo maar een weg is.

Route 66 is hèt symbool van de Amerikaanse trek naar het Westen, het Vrije Westen. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog was de 2.400 mijl lange weg de enige route naar de Westkust, de weg die Chicago met Los Angeles verbond. In de jaren dertig trokken tienduizenden plattelanders over Route 66 naar het warme, vruchtbare land. De Amerikaanse schrijver John Steinbeck beschreef de trek van boerenfamilies uit Oklahoma in zijn roman The Grapes of Wrath. De boeren in deze staat konden als pachters in een bruut feodaal systeem nauwelijks het hoofd boven water houden. Toen de grote droogte intrad en zandstormen het laatste restje maïs en katoen van de bodem veegde, besloot boer na boer dat het zinloos was om zo verder te ploeteren. Alle huisraad en de hele familie werden op de open Ford geladen en alle zijweggetjes van de kleine nederzettingen kwamen uit op die ene weg, Route 66. In Steinbecks boek is de weg weliswaar burning hot, maar uiteindelijk The Mother Road, symbool voor de moed en de hoop van de pioniers uit Oklahoma, Alabama en Arkansas.

“Het is deze weg uit het begin van de eeuw die het meest tot mijn verbeelding spreekt”, zegt Hans Stuijfbergen. (Maar de eerste bijeenkomst van zijn fanclub hield hij in een verkoophal vol jukeboxes en neonlicht). “Zeker de eerste keer dat we in Arizona op de bergen stonden, ging het door me heen: wij zitten nu in onze auto met airconditioning en die mensen toen hadden alleen maar hun gammele Fordjes. Nu nog liggen oude wrakken langs de kant van de weg van mensen die het niet gehaald hebben. Wat Steinbeck schreef is nog steeds actueel: je ziet overal campers en caravans, mensen zijn nog altijd op de vlucht voor de armoede. In volgepakte personenauto's zie je ze op weg naar het Westen, op zoek naar een beter leven.”

Het is niet alleen de weg uit The Grapes of Wrath die de oprichters van de Dutch Route 66 Association inspireert. De weg van de Amerikaanse zanger Bobby Troup, "Get Your Kicks on Route 66' staat bedrukt op T-shirts, petjes en stickers die zij te koop aanbieden. De rock'n roll-versie van dit nummer klonk in de jaren vijftig uit iedere jukebox langs de weg. Duizenden Amerikanen kennen Route 66 uit hun tienerjaren toen ze op zaterdagavond langs de weg cruisten in de auto van hun vader. Zij halen hun herinneringen op in het blad The Mother Road Journal, uitgegeven door een van de Amerikaanse fanclubs. De nazaten van de pioniers schrijven in het Journal over hun grootvaders die de trek naar Californië waagden. Sommige erfgenamen van de Dust Bowl-immigranten zijn nu miljonair, andere kwamen nooit aan in het Westen of belandden op de schroothoop van het arbeidsoverschot. Zij vertellen hun frontier-verhalen door aan de nieuwe generatie. En ze merken op dat de vele Europeanen en Japanners die op hun historische weg rijden, uit kleine landen komen en daarom the thrill of total freedom zoeken op de lange, open weg in Amerika.

De weg van Hans Stuijfbergen en Harry van Lunteren is die van de jaren negentig waarlangs ondernemers hun neon-uithangborden oppoetsen en nieuwe restaurants openen met een overkill aan fifties-design. Om deze weg te bewaren hebben de Amerikaanse fanclubs zich verenigd in een grote lobby. Hun eerste succes hebben ze inmiddels geboekt: het Amerikaanse Congres heeft de National Parks & Conservations Association twee miljoen dollar en twee jaar de tijd gegeven voor een studie naar de mogelijkheden voor behoud. Het doel is om de hele weg te verklaren tot National Park, een beschermtitel die ook het Vrijheidsbeeld in New York ten deel viel.

Intussen zorgt de overzeese fanclub er voor dat Nederlanders het Amerika-gevoel binnen handbereik houden. Voor komende zomer heeft de Association een verzorgd avontuur gepland langs de hotspots van Route 66, te boeken bij een Nederlands reisbureau.

Te veel belangstelling zal Route 66 maken tot een attractie als de ghosttowns in Californië waar toeristen voor 1 dollar met cowboys en Indianen op de foto kunnen. “Het gevaar van promotieclubs als de onze is dat het een weg wordt zoals alle andere of een toeristische heksenketel”, erkent Harry van Lunteren. “Als het zover komt, heffen we ons zelf op”, belooft Hans Stuijfbergen.