Een leven lang liefde voor het schaken

Een bezoek aan het "sterkste schaaktoernooi aller tijden' is voor veel inwoners van Reggio Emilia een aangenaam uitje. Met gepaste eerbied kijken zij stilzwijgend toe hoe de tien coryfeeën in de kleine speelzaal in de benedenverdieping van Grand Hotel Astoria hun mysterieuze handelingen verrichten. Is de zaal overvol, dan wachten zij geduldig bovenaan de trap op hun beurt.

Op de dag dat Kasparov en Karpov hun 160ste partij speelden was de belangstelling zo groot, dat het hotel de deuren moest sluiten omdat ieder verder verkeer in de ruime lobby onmogelijk was geworden. Het aantal schakers onder de bezoekers is beperkt, maar iedereen kent de namen van de schaakgrootheden die met hun gemiddelde Elo-rating goed zijn voor een toernooi van de 18e categorie. Een categorie die nooit eerder werd bereikt. Met eerbied worden de spelers om hun handtekeningen gevraagd en in de restaurants worden zij begroet met een welgemeend "maestro'.

Tegen vijven, wanneer de partijen van het 34ste Nieuwjaarstoernooi de beslissende fase ingaan, betreedt steevast de man het hotel, zonder wie er waarschijnlijk nooit een schaaktoernooi in Reggio had plaatsgevonden. Dr. Enrico Paoli wordt volgende week 85 en heeft de meeste taken die hij tot verleden jaar nog vervulde, overgedaan aan een team van opvolgers, maar na zijn middagdutje bezoekt hij met zichtbaar genoegen zijn toernooi.

Weinig in Paoli's leven werd niet op de een of andere manier beïnvloed door zijn enorme liefde voor het schaken. Na de Tweede Wereldoorlog kon de familie Paoli niet terugkeren naar hun woonplaats Fiume, die inmiddels op Joegoslavisch grondgebied lag en Rijeka heette. Niet voor een gat te vangen schreef Paoli een brief aan alle schaakclubs in Noord-Italië met het verzoek hem aan woonruimte te helpen. Als tegenprestatie beloofde hij het plaatselijke schaakleven tot bloei te brengen.

Er kwam één reactie en die had voor Reggio Emilia verstrekkende gevolgen. Paoli werd Italiaans kampioen en internationaal meester en in 1958 organiseerde hij het eerste, zij het bescheiden Nieuwjaarstoernooi. In de volgende jaren zou het toernooi uitgroeien tot een mooie traditie, maar erg sterk wilde het maar niet worden. Nu was dat ook nooit Paoli's eerste wens geweest. Hij hoopte slechts Italiaanse spelers een kans te geven op de meestertitel. De financiële middelen waren geheel afhankelijk van vrijwillige bijdragen die binnenkwamen als antwoord op Paoli's jaarlijkse bedelbrieven.

Het 25ste toernooi in 1982, dat categorie 6 reikte, leek de toen 75-jarige Paoli een mooi moment om een punt te zetten achter zijn carrière als organisator. Maar zo gemakkelijk kwam de gedreven schaakpropagandist er niet vanaf. Dr. Elio Monducci van de plaatselijke Banco S. Geminiano e S. Prospero zag wel enige publiciteit in een sterk schaaktoernooi en voorzag Paoli van de noodzakelijke steun om een categorie 9 toernooi op poten te zetten.

In de daarop volgende jaren had Monducci slechts één wens: dat het toernooi van een steeds hogere categorie zou zijn. Deze categorie-obsessie bezorgde het toernooi een ietwat merkwaardige naam. De sponsor kon het niet deren. Die had zijn categorie en toeschouwers kwamen er tot verleden jaar toch niet of nauwelijks. De categorie was heilig. In 1987 werd het aantal deelnemers met twee teruggebracht om met de hakken over de sloot categorie 15 te halen. Verleden jaar ging de organisator akkoord met Karpovs verzoek om pas na nieuwjaar te beginnen, om toen pas te ontdekken dat daardoor de januari rating-lijst van kracht werd waarop een aantal van de deelnemers fiks punten verloren had. De A-groep werd categorie 16, maar wel maar met zeven deelnemers.

Al deze problemen bestonden dit jaar niet. Het streven naar een zo sterk mogelijke tienkamp leverde tien van de twaalf hoogst genoteerde grootmeesters op, de hoogste categorie aller tijden en bovendien een keur van louter vechtjassen. Met name de aanwezigheid van Kasparov vervult de sponsors en inwoners van Reggio met trots.

Voor volgend jaar heeft Monducci zijn zinnen gezet op categorie 19, die bereikt moet worden met een dubbelrondige zeskamp. Paoli vindt het allemaal best. Hij zou ook al tevreden zijn met een mooi categorie 14 toernooi. En het meest tevreden is hij nog wanneer hij zelf kan spelen. Ieder jaar speelt hij nog steeds drie toernooien in het buitenland. Zoals hij het zelf formuleerde: “Je moet blijven spelen, anders sukkel je langzaam achteruit. Als je niet steeds ergens voor blijft vechten, zit je in de voorkamer van de dood.”