Dubbele prijs stroom beperkt gebruik weinig

ROTTERDAM, 6 JAN. Om een besparing op het elektriciteitsverbruik van 12 procent bij kleinverbruikers (huishoudens) te bereiken zou een energieheffing van 100 procent, waardoor de stroomprijs verdubbelt, nodig zijn.

Wordt ook de aardgasprijs door zo'n heffing verdubbeld, dan nemen eigen woningbezitters maatregelen om hun gasverbruik met 21 tot 28 procent te verminderen. Bij huurwoningen leidt zo'n maatregel tot een besparing van 12 tot 25 procent.

Dit blijkt uit een zestal deelstudies die zijn gemaakt in opdracht van de Commissie-Wolfson, die op verzoek van het kabinet de wenselijkheid en haalbaarheid van regulerende energieheffingen onderzoekt. De Europese Commissie heeft een voorstel ingediend voor een energieheffing die volgend jaar zou beginnen met 3 dollar per vat olie, oplopend tot 10 dollar in het jaar 2000. Dat zou bij de huidige olieprijs neerkomen op een prijsverhoging van meer dan 50 procent. Maar vorige maand konden de energieministers van de EG hierover nog geen overeenstemming bereiken.

Regulerende energieheffingen zijn vooral bedoeld als prikkel voor extra energiebesparing waarmee de milieuschade van het verstoken van fossiele brandstoffen kan worden teruggedrongen. De Europese heffing is voor de helft gebaseerd op de mate waarin brandstoffen bijdragen aan de produktie van koolstofdioxyde (CO2) en voor de andere helft op basis van de energie-opbrengst van brandstoffen. Daardoor is de heffing voor kolen en olie hoger dan voor relatief schonere energiedragers als aardgas en kernenergie. De Europese Commissie wil daarmee de omschakeling op schonere brandstoffen in de sectoren transport en elektriciteitsopwekking stimuleren.

De commissie onder leiding van prof.dr. D. Wolfson, kroonlid van de Sociaal-Economische Raad, onderzoekt de effecten van zo'n heffing in Nederland en baseert zich daarbij op berekeningen van het Centraal Planbureau en voorstudies naar de micro-gevolgen van het bureau Krekel van der Woerd Wouterse in Rotterdam.

Volgens die deelstudies zou de concurrentie-positie van een groot deel van de energie-intensieve industrie in Nederland sterk worden aangetast bij een puur Nederlandse heffing van meer dan 25 procent zonder compensatie van de kosten. De winsten en investeringen van deze grote ondernemingen (zoals de raffinaderijen, Hoogovens, de aluminium- en zinksmelterijen, de papierfabrieken) en ook de intensieve varkenshouderij en de glastuinbouw zouden sterk teruglopen. Te verwachten is dat veel van deze bedrijven zich op termijn zouden verplaatsen naar landen met lagere produktiekosten.

Maar ook bij een Europese heffing van meer dan 25 procent zou een soortgelijk effect optreden, omdat een te groot concurrentieverschil zou ontstaan met de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Een kwart van de Nederlandse export gaat namelijk naar markten buiten de EG. Het Europese heffingsvoorstel gaat uit van compensatie van de extra kosten door belasting- of premieverlichting. De Commissie-Wolfson zal waarschijnlijk volgende maand rapport uitbrengen en zich dan ook uitspreken over mogelijkheden voor compensatie van de heffingskosten.