Cynisme van Molly Bloom sterker dan hartstocht

Voorstelling: Molly Bloom door Stichting Carta i.s.m. theater Frascati. Regie: Bart Kiene; vormgeving: Peter Oskam; spel: Judith Brokking. Gezien: 4-1 Theater Frascati Amsterdam. Nog te zien aldaar t-m 11-1.

Het duurt vele minuten voordat we haar zien. Eerst is er alleen een stem, mompelend en toonloos. De stem wordt luider, zo nu en dan is een woord te verstaan of een flard van een zin. Er floept een peertje aan; op de muur achter een kamerscherm tekent zich de schaduw af van een vrouw. Twee blote voeten worden zichtbaar en de rand van haar onderjurk. Het is een schok als ze eindelijk helemaal achter het scherm vandaan komt: tegen de verwachting in is deze Molly Bloom niet jong en aantrekkelijk, ze ziet eruit als een afgeleefde sloof met een raar wit geschminkt gezicht en een huidkleurig mutsje op dat het haar bij elkaar houdt.

Molly Bloom is zangeres en de vrouw van Leopold Bloom. In het laatste hoofdstuk in Ulysses van James Joyce, houdt ze een lange monoloog die door Judith Brokking is bewerkt tot een monoloog voor het toneel. Met zevenmijlslaarzen is Brokking door het hoofdstuk heen gewandeld en ze heeft de eindeloze stream of consciousness van Molly op adequate wijze teruggebracht tot een één uur durende alleenspraak die ze zelf voor haar rekening neemt.

Molly Bloom, nog geen 33, is een gepassioneerde vrouw met een onstilbare honger naar de geslachtsdaad. Ze wil bemind worden, geeft niet door wie, want: “een vrouw (wil) wel twintig keer per dag omhelsd worden om er jong uit te blijven zien”. Uit de mond van Judith Brokking klinkt deze zin bitter, als een verwijt aan de mannen die niet aan haar verlangen hebben voldaan. Haar cynisme lijkt sterker dan haar hartstocht. Uit de ineengezakte houding van Brokking en haar licht sloffende pas spreekt teleurstelling; op de momenten dat ze voorover geleund tegen een muur staat lijkt ze zelfs levensmoe.

Toch praat ze alsof ze niet is uitgeblust. Met haar ogen dicht (of is dat suggestie dank zij de valse wimpers?) haalt ze herinneringen op aan avontuurtjes en laat ze haar erotische fantasieën de vrije loop. De nacht is lang en haar begeerte neemt toe. Over haar slonzige onderjurk trekt ze een wulpse zijden japon aan en haar hoofd tooit ze met een lange blonde pruik.

Judith Brokking speelt ingetogen maar met grote intensiteit, toch slaat de vonk niet over. Het is alsof je geen greep op haar personage krijgt, het witte gezicht lijkt een masker dat haar ware persoon verborgen houdt. Regisseur Bart Kiene schrijft in het programmablaadje dat hij een mythe, een archetype ten tonele wil voeren; waarom heeft hij er niet naar gestreefd een persoonlijkheid neer te zetten? Dat zou een interessantere voorstelling hebben opgeleverd.