CDA wijst onderzoek naar de besteding van ontwikkelingshulp af

DEN HAAG, 6 JAN. De CDA-fractie in de Tweede Kamer voelt weinig voor het voorstel van het Kamerlid T. de Kok (CDA) om een parlementair onderzoek in te stellen naar de besteding van de ontwikkelingshulp. Een woordvoerder van CDA-fractieleider Brinkman zegt dat zo'n onderzoek “te ver gaat”.

De Kok, in de CDA-fractie woordvoerder voor Oosteuropese zaken, vindt dat het ontwikkelingsbeleid van minister Pronk doelmatiger kan, zodat er geld overblijft voor Oost-Europa. Nederland trekt op het ogenblik ruim zes miljard gulden uit voor ontwikkelingshulp, terwijl voor hulp aan Oosteuropese landen een bedrag van 200 miljoen ter beschikking wordt gesteld.

Volgens een woordvoerder van Brinkman is het CDA voorstander van meer doelmatigheid bij uitgaven voor ontwikkelingshulp, maar een "parlementair onderzoek' zou een te zwaar middel zijn. De Kok vindt zo'n onderzoek nodig om een eind te maken aan het “jaarlijks terugkerende debat over de doelmatigheid van de ontwikkelingshulp”. Het zou de afgelopen dertig jaar moeten bestrijken en het zou niet de bedoeling zijn “dat er schuldigen worden aangewezen”. Hij vindt dat de politieke partijen lering kunnen trekken uit zo'n onderzoek en dat ze hun programma's kunnen aanpassen. De Kok is echter geen voorstander van een parlementaire enquête, een zwaarder middel waarbij de Tweede Kamer getuigen onder ede kan verhoren.

Volgens De Kok zou Nederland aanzienlijk kunnen besparen op de manier waarop het de hulp nu besteedt. Ook dit jaar ontstond er tijdens de behandeling van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking een discussie over de effectiviteit van het beleid. Pronk deed tijdens het Kamerdebat toezeggingen om de controle te verbeteren. Volgens De Kok geeft Nederland nu steun aan te veel landen. Op den duur zou Nederland zich moeten beperken tot steun aan Afrika en Oost-Europa. Rijkere Aziatische landen zoals Japan, Taiwan en Singapore zouden meer moeten doen voor hulp aan arme landen in hun regio.