Ben Spijkers: "Ik heb geleerd dat je alles zelf moet doen in het leven'; Een judoka die de teleurstelling voorbij is

DEN BOSCH, 6 JAN. Zaterdagavond werd Ben Spijkers als beloning voor zijn talrijke nationale titels en zijn diverse medailles op Europese en wereldkampioenschappen door de judobond onderscheiden met de zogenoemde vijfde dan. Zondagmiddag vond hij het bijbehorende diploma in zijn sporttas. Hij moest er een beetje om lachen toen hij de tekst las. "Ben Spijkers heeft voldaan aan de door de judobond gestelde eisen voor de vijfde dan. 10 maart 1990'. “Het staat er toch echt. Ik had er dus bijna twee jaar geleden al recht op. Maar om een of anderen reden heb ik hem toen niet gekregen. Misschien vonden sommige mensen het nog te vroeg.”

Het is de kneuterige wereld waarmee topsporters in Nederland moeten leren leven. Ben Spijkers, al dertig jaar en een judoka die de weg naar de Olympus al tweemaal volgde, is de teleurstelling voorbij. “Ik weet dat er na de Spelen van Seoul en mijn medaille op de wereldkampioenschappen al sprake was van die onderscheiding. Maar Visser (zijn toenmalige clubcoach en huidige bondscoach, red.) liet toen blijken er niet zo blij mee te zijn. Ja, het zou niet zo leuk zijn als ik qua onderscheiding op gelijke hoogte met hem gekomen zou zijn.”

Zeker weten doet hij het niet. Maar wat doet het er ook eigenlijk toe? Niettemin blijkt zijn verstoorde relatie met Wim Visser, die hij na bijna twintig jaar de rug toekeerde, regelmatig rancuneuze gevoelens op te roepen. Het is slechts een van de vele problemen waarmee hij als beste judoka van Nederland wordt geconfronteerd. Hij had er zaterdag na de overhandiging van het diploma nog wat over willen zeggen. Over de misvatting van voorzitter Frans Hoogendijk en andere bestuurders dat de judoka's blij mogen zijn met de judobond. Maar hij begreep dat Hoogendijk een toespraakje niet op prijs stelde en liet zich glimlachend wegsturen. “Hoe kun je nu duidelijk maken dat de de bond er voor ons is en niet andersom? Dank zij onze prestaties krijgt de bond meer leden. Wij zorgen toch voor publiciteit. Verdienen wij dan niet een volwassen behandeling? Zoals in Frankrijk. Daar word je niet geflest bij selectieprocedures zoals hier Irene de Kok. Daar word je niet geflest bij financiële vergoedingen.”

Toch moeten die misstanden toch eens worden aangekaart, meent hij. “Via Johan van der Haar (hoofd maatschappelijke begeleiding van de Nederlandse Sport Federatie, red.) komt het langzaam op gang. Ik hoorde van Theo Meijer dat hem evenals eerder aan mij door Van der Haar is gevraagd een kostenplaatje op papier te zetten. Dan kan hij naar het NOC en naar de judobond stappen en zeggen: "Kijk, dat kost het die jongens. Dat moeten zij betaald krijgen.' Anders geloven ze het toch niet. Het valt wel mee, zeggen ze bij de judobond. Nou, als het op papier staat, moeten ze wel anders handelen.”

De kosten variëren van de aanschaf van goede sportschoenen tot extra-voeding. “Ik verrijd per maand zeshonderd gulden aan benzine, alleen voor judo. Ik moet daarvoor in de Audi Olympic Car rijden, die door het NOC ter beschikking is gesteld, maar die kost me wel tweehonderd gulden per maand. Dat moet ik betalen van een uitkering van de NSF, een uitkering van de sociale dienst en opbrengsten van schnabbels. Dat laatste doe ik echt niet voor de lol of omdat ik een extraatje willen hebben. Alleen om het hoofd boven water te houden.”

Spijkers scheurde zaterdag in de halve finale van het Nederlandse kampioenschap een spiertje in zijn lies. De blessure dwong hem af te zien van de stage van twee weken in Japan waarvoor hij morgen met een andere topjudoka's zou afreizen. Strompelend meldde Spijkers zich gisteren niettemin bij een judodemonstratie. Hij kon nauwelijks staan, een worp laten zien was er niet bij. “Maar de mensen waren blij dat ik was gekomen. Ik kon wat handtekeningen uitdelen. Ik wàs er tenminste. Ik moest wel. Het leverde in ieder geval een paar honderd gulden op. En dat heb ik hard nodig.”

Hij traint elke dag, voor de lol. Anders was hij er allang meegestopt. Om alle faciliteiten te kunnen bekostigen moet hij geld lenen. “Ik schiet de bond mijn onkostenvergoeding voor. Voorbeeldje: je moet naar een buitenlands toernooi, rijdt per auto of per trein naar Schiphol. Dat kan aardig oplopen. De bond moet je daarvoor een gedeelte terugbetalen. Doet hij ook. Maar je moet daar wel een paar brieven over schrijven. Vorig jaar februari diende ik een declaratie in. Pas driekwart jaar later kreeg iets van 403 gulden. Ik was het al vergeten. Maar het was te weinig. Ik maakte reiskosten voor centrale trainingen. Nog niets van betaald. Het is weleens beter geweest. Toen Chris de Korte nog bondscoach was, betaalde hij onze onkosten uit zijn portemonnee. Dan ging hij later naar de bond om zijn declaraties te innen. Want hij kreeg het wel meteen.”

Een paar jaar geleden zat Spijkers financieel aan de grond. “Ik moest alles zelf betalen, onkosten voorschieten en ik had niks. Mijn vrouw sprong wat bij. Peter Snijders (zijn huidige clubcoach, red.) leende me geld. En ik werd een beetje gematst door mijn ouders. Het bedrag dat ik leende beliep echt niet een paar honderd gulden, nee, in de duizenden.”

Hij en zijn mede-topjudoka's kregen eens van de judobond te horen dat de NSF de maandelijkse vergoeding had bekort met vijftig procent. Spijkers: “Ik ben dat eens gaan uitzoeken. Van der Haar van de NSF wist van niets. Toen ik bij de bond vroeg wie dat had beslist wees voorzitter Hoogendijk me door naar een ander. Afschuifsysteem. Bleek het uiteindelijk wel degelijk eigen initiatief te zijn geweest. Gewoon omdat Hoogendijk vond dat de bond moest bekorten op topsport. Het geld moest voor andere zaken worden bestemd.”

Eigen initiatief kan Spijkers niet worden ontzegd. Hij blijkt gelukkig over meer talenten te beschikken dan van een Olympiaganger worden gevraagd. Sinds hij doende is het vaderlijke juk van Wim Visser van zich af te schudden, kiest hij zijn eigen weg. Bijgestaan door Peter Snijders. Bondscoach Visser wil niet dat zijn Olympische selectie in mei deelneemt aan de Europese kampioenschappen. Hij vreest dat de judoka's in juli niet nog een keer een topvorm kunnen bereiken. Vooral de al ouder worden Spijkers raadt hij dat af. Spijkers doet toch mee. “Ik heb competitie nodig. En er is niemand die mij daarvan kan weerhouden. Ik heb met Snijders en NSF-arts Vergouwen een schema uitgestippeld als voorbereiding op de Spelen. En daar houd ik me aan.”

Visser: “Het is omdat Ben in zijn klasse geen concurrentie heeft, anders had ik hem de duimschroeven aangedraaid. Maar ik kan een man met zijn talent niet passeren. Zou ook te gek zijn, een genomineerde voor de Spelen, thuislaten. Dat wil ik Ben niet aandoen. Hij blijft een medaillekandidaat.”

De judoka uit Nijmegen laat de opmerkingen van Visser langs zijn lijf glijden. “Hij beslist niet welke toernooien ik als voorbereiding doe. Hij roept nu dat het NOC wil dat wij op bepaalde toernooien moeten laten zien dat we terecht zijn aangewezen. Wij moeten vormbehoud tonen. Visser kan hoog en laag springen. Dat interesseert me niet. Ik doe wat ik met het NOC heb afgesproken. Ik overleg alleen met die mensen. Ik ben een individuele sportman. Ik heb geleerd dat je alles zelf moet doen in het leven. Met op andere mensen rekenen kom je er niet.”