Bekerduel in Roosendaal geldverslindende operatie

ROOSENDAAL, 6 JAN. De grootste verliezer van de bekerwedstrijd tussen RBC en Feyenoord (1-2) was de Roosendaalse gemeentepolitie. Weliswaar slaagde men erin de orde rondom het beladen duel, waar ruim 1500 Rotterdamse supporters op afkwamen, te handhaven maar de kosten die hiermee waren gemoeid vormden een fikse aanslag op de begroting van het korps. Dat moest al op de vijfde dag van het nieuwe jaar de helft van het overuren-budget voor 1992 aanwenden om het “stukje Roosendaal-promotie” van de gemeente te kunnen verwezenlijken.

De meest verstokte RBC-supporters hadden gistermiddag evenwel geen boodschap aan de inspanningen van de plaatselijke politie om ongeregeldheden te voorkomen. Bij de twee doelpunten waarmee Feyenoord de thuisclub op achterstand zette, klonk steevast gemor richting hoofdinspecteur D. Deibel van de gemeentepolitie Roosendaal. Deze had het enkele dagen voor de wedstrijd in de regionale pers gewaagd vraagtekens te zetten bij de geldverslindende operatie. Daaraan gekoppeld sprak hij de wens uit dat een verder bekeravontuur RBC, en daarmee de Roosendaalse politie, bespaard zou blijven. “Al mag je zoiets uit sportief oogpunt eigenlijk niet hardop zeggen”, aldus Deibel.

De financiële consequenties voor het politiekorps zijn aanzienlijk. Het bedrag van 40.000 gulden dat in de begroting was ingecalculeerd voor zogenaamde risicowedstrijden van RBC is in een klap uitgegeven aan ME-bijstand. Een schrale troost is dat eventuele andere risicowedstrijden dit jaar door de overheid worden gefinancierd. Dat geldt niet voor de overuren, waaraan nu bijna de helft (40.000 gulden) van het daarvoor bestemde budget voor dit jaar (84.000 gulden) werd besteed. Naast de 80.000 gulden voor eigen rekening stuurt de Roosendaalse politie een declaratie van 120.000 gulden naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De totale kosten van twee ton komen voort uit de inzet van een ware politiemacht die tegenwoordig nodig schijnt te zijn om een voetbalwedstrijd ordentelijk te laten verlopen. De huidige voorzorgsmaatregelen doen bizar aan wanneer men het hedendaagse voetbal met vroegere tijden vergelijkt. In Engeland, dat inmiddels toch ook een bedenkelijke reputatie inzake supportersgedrag heeft opgebouwd, wordt nog altijd nostalgisch teruggekeken naar de 28ste april van het jaar 1923. Toen slaagde op Wembley één agent te paard erin enkele duizenden supporters terug te dringen zodat de bekerfinale tussen Bolton en West Ham United kon worden gespeeld.

De White Horse Cup Final, zoals de bekerfinale sindsdien met gevoel voor dramatiek wordt genoemd, kende in ieder geval niet zijn Nederlandse equivalent in Roosendaal, waar in stadion De Luiten een wedstrijd in de vierde ronde om de KNVB-beker op het programma stond. De inzet om daar de 6500 toeschouwers in toom te houden: zestig agenten van het 108-koppige Roosendaalse politiekorps, twee pelotons mobiele eenheid (honderd man), een achttien man sterke arrestatie-eenheid, zes paarden en elf honden. “We zijn dus op volle oorlogssterkte”, noemde Deibel het.

De Roosendaalse hoofdinspecteur vindt dergelijke maatregelen “buiten alle proporties. Ook al als je kijkt naar de tijd die we in de hele voorbereiding hebben gestoken. Vanaf Tweede Kerstdag zijn we met deze wedstrijd bezig geweest, dat betekent tien volle werkdagen.” Al op zaterdagavond was een groot deel van de politie paraat aangezien eerdere ervaringen hadden uitgewezen dat groepjes supporters dan al voor overlast kunnen zorgen. Ironisch genoeg bleek dat alle veronderstelde calamiteiten zich beperkten tot het gooien van wat vuurwerk tijdens de wedstrijd richting een van de grensrechters.

Scheidsrechter Van der Ende reageerde alert door de twee vlaggenisten van helft te laten verwisselen - het Engelse systeem - zodat de wedstrijd kon worden vervolgd. Binnen het Roosendaalse politiekorps blijft ondanks het bijna vlekkeloze verloop de discussie gaande. Deibel: “Wij vinden dergelijke evenementen nog steeds niet in verhouding staan tot andere zaken. Maar we hebben te maken met de belangen van anderen, van de gemeente, van RBC en van de sponsors. Zij vonden dat zo'n voetbalwedstrijd in Roosendaal moet kunnen.”

Trainer Hans Dorjee zag zijn terugkeer op de bank van Feyenoord vergezeld gaan van een overwinning op RBC en daarmee het bereiken van de kwartfinales om de KNVB-beker. Gemakkelijk ging dat overigens niet want RBC-Feyenoord was een typische bekerwedstrijd waarin de underdog boven zichzelf uitsteeg. Tot de negentiende minuut hield de thuisclub zich staande. Toen slaagde de sterk spelende Regi Blinker er voor het eerst in zich van zijn directe tegenstander Albert Jurgens te ontdoen. Zijn voorzet werd door Marian Damaschin achter doelman Van Campenhout gekopt.

RBC kwam al binnen vijf minuten op gelijke hoogte. John van Gastel profiteerde van een misverstand in de Rotterdamse defensie en passeerde De Goey. Het duurde vervolgens tot de 85ste minuut voordat Feyenoord opnieuw tot scoren kwam. Een half mislukt schot van Rob Witschge belandde op het hoofd van invaller Joszef Kiprich: 1-2. Het doelpunt deed Dorjee denken aan de lucky-goal die Wim Kieft maakte in de wedstrijd tegen Ierland op het EK '88 in West-Duitsland. De overwinning van zijn team vond de van een hartoperatie herstelde trainer niettemin verdiend. “Al moet ik mijn complimenten maken aan het adres van RBC, een leuk elftal.”