Als veldheer voert Jansons musicerende schare aan

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest. Dirigent: Mariss Jansons. Programma: Haydn: Symfonie 94 in G "Surprise', Richard Strauss: Eine Alpensinfonie, opus 64. Gehoord: 5-1 Grote Doelenzaal te Rotterdam.

Aangezien luidruchtigheid nu eenmaal bij jaarwisselingen behoort heeft het RPhO van zijn eerste weekeindeconcerten in 1992 een nieuwjaarsspektakel van je welste gemaakt in de vorm van de uitvoering van Strauss' Alpensinfonie.

In de verte is dit getrouwe reisverslag van een bergbeklimmer, compleet met levensgevaarlijke situaties en angstwekkend noodweer, na Ein Heldenleben en de Sinfonia Domestica, toch weer een soort zelfportret van de componist. Het was de herinnering aan zijn eigen belevenissen als vijftienjarige alpinist, die hij in 1914 muzikaal optekende. Hij had er een vol uur muziek en een monsterorkest van circa 135 executanten nodig om 23 taferelen te beschrijven. Naast uiteraard een optimale hoeveelheid strijkers schreef Strauss viervoudig bezette hout- en koperblazers, harpen, orgel, celesta en een indrukwekkende slagwerkbatterij (met wind- en dondermachine) voor, plus een Fernorchester van nog eens twaalf hoorns, twee trompetten en twee trombones.

Als een machtig veldheer en volleerd strateeg vuurde Mariss Jansons de virtuoos musicerende schare aan. Wat hem echter wel parten speelde was de Doelen-akoestiek die het schetterende koper tegen de marmeren achterwand van het podium nog meer versterkte, zodat de strijkersklank meermalen werd overspoeld. Voor het overige kon men zich geen magistralere interpretatie wensen. Mariss Jansons staat blijkbaar volledig achter deze romantische programmamuziek die Strauss zelf echter voornamelijk heeft geïnteresseerd omdat hij er zijn weergaloze instrumentatiekunst onbeperkt in kon uitleven. Met een variant op Ernest Newmans opmerking na de première van de Sinfonia Domestica (eveneens voor reuzenorkest) zou men kunnen zeggen: de Alpensinfonie is het werk van een zeer geraffineerd componist die soms een genie is geweest.

Het verrassingselement dat Haydns 94ste Symfonie aan het programma had moeten toevoegen werd geminimaliseerd doordat Jansons afzag van een kleinere strijkersbezetting. Die had nu juist het contrast met Strauss kunnen accentueren. Hoe geacheveerd het RPhO ook speelde, met als hoogtepunt de wervelende finale, toch bleef het totaal te nuchter en te weinig intiem. Ook het eigenlijke grapje, waaraan de symfonie haar naam ontleent - de paukenslag met schrikeffect na acht pianissimo-maten - ging de mist in door een afgezwakte dynamiek.