Acrobatische kip de ster bij Offenbach

Voorstelling: Les Brigands van J. Offenbach door de Ned. Opera en het Ned. Kamerorkest o.l.v. Louis Langrée. Met o.a.: Michel Sénéchal, Brigitte Balleys, Michèle Lagrange, Jerôme Deschamps, Dominique Visse, Jules Bastin, Leonie Schoon, Lieuwe Visser en Claron McFadden. Decors: Françoise Darne; kostuums: Macha Makeieff; regie: Jerôme Deschamps en Macha Makeieff. Gezien: 4-1 AT&T Danstheater Den Haag. Herhalingen: 7-1 Den Haag; 10, 12, 15, 17, 20, 22, 26, 28, 29-1 Muziektheater Amsterdam.

Het probleem met Jacques Offenbach is dat zijn cabareteske maatschappelijke satire in het Parijs van de vorige eeuw zo eigentijds en terzake was, dat het zo'n 120 jaar later onvermijdelijk oubollige trekjes heeft. In welke stijl men tegenwoordig zijn "opéra bouffe' ook brengt en hoe aardig en onderhoudend zijn amusementsmuziek nog kan klinken, het is ondoenlijk te verhullen dat het meestal gedateerd is.

In het Nederlands vertalen en actualiseren lijkt op het eerste gezicht nog wel de beste methode. Maar die pakt altijd in opzet of uitwerking halfslachtig en knullig uit, zo bleek het afgelopen decennium uit Offenbach-voorstellingen van La vie Parisienne, La belle Hélène en Orfeus in de onderwereld bij de Nederlandse Opera, het Limburgs Symphonie Orkest en Opera Forum. Het venijn dat Freek de Jonge en Youp van 't Hek in hoog tempo spuien over het hedendaagse leven laat zich nu eenmaal niet inpassen in de altijd welwillend knipogende en trage vormen van een revue-achtige operette.

Wat de Nederlandse Opera nu doet met Les Brigands van Offenbach is het andere uiterste: de voorstelling in het Frans, met een Franse dirigent, een goeddeels Franse cast en een origineel Franse regie doet aan als poging tot reconstructie van wat er 10 december 1869 viel te beleven in het Théâtre des Variétés in Parijs. Het fraaie en naturalistische coulissendecor en de kleurige kostumering lijken bijna even authentiek als de kluchtige speelstijl.

Helaas is zoiets passé, zeker waar veel van de muziek in Les Brigands wel erg routineus gecomponeerd klinkt, het verhaal erg dun is en het in de presentatie ontbreekt aan esprit. De roversbende van Falsacappa, die door zich telkens weer te verkleden een grote slag denkt te slaan, wordt gekarakteriseerd als een stel randdebielen. Dat ontneemt veel scherpte en betekenis aan het verhaal, dat vooral is bedoeld als weinig vleiend voor autoriteiten.

Jérôme Deschamps, die samen met zijn echtgenote Macha Makeieff de regie voert en hier werkt met een aantal acteurs uit zijn eigen groep, draagt daar in zijn rol van Pietro zelf het meest aan bij: hij loopt er steeds verreweg het sulligst bij. De enige tegenwoordig nog herkenbare, want immer actuele satire - die op de politie die altijd te laat komt - wordt daardoor zelfs ontkracht.

Vlak voor de voorstelling begint lijkt het even leuk te worden, maar die hier niet te onthullen grap krijgt geen vervolg. De eerste acte verloopt houterig, voorspelbaar, braaf en sloom. Als dirigent Louis Langrée bij vijf inzetten eens anderhalve seconde eerder actie zou ondernemen, was er voor mijn gevoel al tien minuten lijzigheid weggewerkt.

Na de pauze is er een fractie meer te beleven, maar waar is de overvloed aan flitsende ideeën, aan brille, vaart en speelse sprankeling? Deze wat botte komediestijl herinnert aan de films van André Bourvil en Louis de Funès. Zij suggereerden altijd wel dat ze leuk waren door een gekke bek te trekken, maar in feite was de situatie nooit humoristisch.

De enige die in deze voorstelling bij mij enige hilariteit veroorzaakte is de stupide dochter van de herbergier, die later terugkomt als een liederlijke hofdame. Verder zorgen een levende ezel, een levende hond en een levende toom kippen op het toneel gelukkig voor veel en langdurige afleiding. Bij de première was een van de kippen zelfs de ster van de avond, toen ze opvloog en plaatsnam op een geweer in de aanslag, waarop ze rondjes ging draaien. Wat de rover aanvankelijk ook deed, deze acrobatische kip was niet van de loop af te krijgen. Uiteindelijk lukte het toch, maar waarom moest dat zonodig?

Vocaal is het allemaal lang niet slecht, soms aardig, vaak goed (Michèle Lagrange als Fiorella en Brigitte Balleys als Fragoletto) maar nooit werkelijk uitzonderlijk of opzienbarend. De talenten van zangers als Michel Sénéchal, Jules Bastin (ooit een onvergetelijke baron Ochs in de Rosenkavalier van de Nederlandse Opera) en countertenor Dominique Visse zijn onvoldoende uitgebuit. Maar het moet gezegd: aan het enthousiaste Haagse premièrepubliek was het zeker besteed.