Zelden was er zoveel onrust in de dagbladwereld; Regionale kranten binden strijd aan met landelijke bladen

AMSTERDAM, 4 JAN. Nog nooit hadden de kranten met ruim 4,6 miljoen exemplaren vorig jaar zo'n grote gezamenlijke oplage en zelden was er bij zo'n mooi cijfer zoveel onrust in de dagbladwereld, met name in de regionale pers. Fusies van uitgeverijen en samenvoegingen van titels zijn aan de orde van de dag, in Twente, Brabant, Limburg en in Noord-Holland.

De regionale kranten - goed voor 55 procent van de totale oplage - zien hun positie bedreigd door een gestage opmars van landelijke kranten in de provincie. Bij kranten in de Randstad lopen lezers weg, in de andere regio's proberen uitgevers dat te voorkomen. Bij vrijwel alle regionale uitgevers en hoofdredacties luidt het devies "kwaliteitsverbetering': beter en meer landelijk en internationaal nieuws, uitgebreidere regionale verslaggeving en meer algemene bijlagen met gedegen consumentenrubrieken en life-style-pagina's. Schaalvergroting door middel van fusies van uitgevers en- of samenvoeging van titels leveren de middelen op en de mankracht.

“Regionale kranten kampen met een aantal tegenslagen”, zegt drs. J.R. Soetenhorst van de Haagse Courant. “De belangrijkste zijn toenemende mobiliteit en wat met een vreselijk woord "ontlezing' wordt genoemd: jongeren en jonge gezinnen die de krant minder of niet lezen of minder geïnteresseerd zijn in nieuws uit de regio.”

De kranten in de Randstad worden daarnaast nog eens extra getroffen door ontvolking van de binnensteden. Den Haag bij voorbeeld had 650.000 inwoners. Nu zijn dat er nog maar 440.000 en een belangrijk deel daarvan is buitenlander die niet zo snel een Nederlandse regionale krant zal lezen.

“De nieuwe stadsgebieden moet je je invechten. Mensen zijn daar minder geworteld, de krant die op het oude adres werd gelezen verhuist vaak mee. Regionale kranten in de Randstad hebben ook nog eens een zwaardere kluif dan landelijke kranten, omdat dat eigenlijk Randstedelijke kranten zijn: grote regionale dagbladen. Zij kunnen zich daarbij gemakkelijker richten op het welvarender deel van de bevolking, regionale kranten moeten ook rekening houden met lager betaalden en ongeschoolden.”

Hoewel televisie (nog) geen alternatief lijkt te vormen voor de krant, draagt de keuze uit een ruimere hoeveelheid communicatiemiddelen volgens Soetenhorst wel degelijk bij aan het besluit al dan niet een abonnement op een krant te nemen. “Er is gewoon een groep mensen die niet natuurlijkerwijs een krant wil betalen. De prioriteiten worden verlegd, de gezinssamenstelling is anders, kinderen komen later.” Nergens is nog onderzocht hoe groot het deel van de bevolking is dat niet langer bereid is zich op een krant te abonneren. Uit cijfers komt alleen naar voren dat het aantal "samenlezers' toeneemt: meer mensen delen een abonnement. Achttien procent van de betaalde oplage wordt volgens het Centraal Bureau Courantenpubliciteit (Cebuco) doorgegeven, vooral in de drie noordelijke provincies en in Zeeland. In de drie grote steden gebeurt dat het minst.

Soetenhorst wil de concurrentie met de landelijke kranten aangaan met een grotere krant die een mix van culturen bedient, een krant die spraakmakend is, een goed evenwicht vindt tussen "hoogdrempelig' en "laagdrempelig' nieuws en achtergrond, en een krant die het goed doet in losse verkoop, want “veel mensen zien de krant niet langer als huisvriend”.

Om lezers te behouden, te winnen en weer terug te krijgen zal meer in de Haagsche Courant worden geïnvesteerd, meer in bijlagen, meer in achtergrond, meer in redacteuren. “Een lezer moet zien dat in de krant geïnvesteerd wordt”, zegt Soetenhorst. “Bij regionale kranten is de afgelopen tien jaar te weinig geld in het produkt zelf gestoken, terwijl landelijke kranten juist met meer bijlagen kwamen, meer journalisten en medewerkers aantrokken en meer kleur gingen gebruiken.”

Dat dit beleid vruchten afwierp voor de landelijke kranten werd ook ontdekt in Brabant, waar de kranten van regionaal uitgever Brabant Pers veel trager groeiden dan hun landelijke tegenhangers. Vooral de Volkskrant en NRC Handelsblad bleken geduchte concurrenten te zijn geworden. De Brabant Pers-directie en hoofdredacteuren van het Eindhovens Dagblad, Brabants Dagblad en Het Nieuwsblad uit Tilburg besloten de kranten te laten samengaan tot één krant voor heel midden-Brabant.

“Ook in deze krant is de afgelopen jaren te weinig geïnvesteerd”, zegt in Den Bosch hoofdredacteur T. van der Meulen van het Brabants Dagblad. “Terwijl onderzoek onder niet-lezers duidelijk maakte dat we veel meer aan algemeen binnen- en buitenlands nieuws moesten doen en veel meer achtergrond geven wilden we interessant worden. Mensen zijn nu veel beter opgeleid dan vroeger, willen veel meer weten. Ook over hun regio, de eerste prikkel uiteindelijk om je te abonneren op een regionale krant. Vooral die regio moeten we nog meer naar ons toe trekken, met discussies in de krant, met bijlagen, door verder te gaan dan alleen maar de raadsvergadering en de gemeentewoordvoerder.”

In Brabant zijn de plannen voorlopig afgeketst op een boze redactie van het Tilburgse Nieuwsblad, die niet zonder meer zijn zelfstandigheid wilde opgeven. Maar hoofdredacteur Van der Meulen is ervan overtuigd dat de lezers in Tilburg straks een betere krant terug zullen krijgen, met uiteindelijk - in een tweede katern - meer aandacht voor de stad. Voor verlies van pluriformiteit is hij niet bevreesd. “De moderne volwassen krant bevat de meningen die vroeger in aparte titels naar buiten werden gebracht.”

Dat vindt ook Soetenhorst. “Ik ben nooit moralistisch geweest over het verlies van titels en er zijn al velen verdwenen. Kranten zijn het monopolie op nieuwsvoorziening al in de jaren zestig kwijtgeraakt. Al vanaf 1959, toen ik in de journalistiek begon, is er gepraat over de eindigheid van kranten. En toch groeien de dagbladen, groeien de oplagen en het aantal redacteuren. Vroeger liepen in Den Haag een handjevol journalisten rond. Moet je zien wat er nu allemaal draait! De Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad zijn verdwenen, maar is dat nou zo'n groot verlies als je ziet wat daarvoor in de plaats is gekomen? De discussie over identiteit heeft allang plaats gemaakt voor een discussie over kwaliteit.”

“Alle kranten moeten op hun tellen passen”, zegt prof.dr. J.P.S. van Neerven, directeur van Cebuco en bijzonder hoogleraar in de economie van het dagbladbedrijf aan de Universiteit van Amsterdam. “Nederlanders mogen dan meer kranten lezen dan ooit, de "dekking' - het aantal huishoudens waar een krant komt - loopt terug. Die dekking is nu 80 procent terwijl die ooit 104 procent was. In veel huishoudens werden vroeger twee kranten of meer gelezen. Dat gebeurt natuurlijk nog, maar het aantal huishoudens - of het aantal "voordeuren', volgens de definitie in statistiek - is enorm gegroeid, bij voorbeeld door echtscheidingen. Er zijn veel meer alleenstaanden waar een krant niet meer in de bus komt.”

Belangrijk voor de mate waarin een alleenstaande een krant leest is zijn of haar sociale leven, zo is gebleken uit onderzoek door Cebuco. “Mensen die sociaal geëngageerd zijn”, zegt Van Neerven, “en die zich niet eenzaam voelen, lezen een krant. Zij willen meepraten. Mensen die vervreemden, haken af. Die wenden zich meer tot de televisie om hun eenzaamheid te verdrijven. Kranten die ontdekken dat iemand uit eenzaamheid een abonnement opzegt zouden daar eigenlijk een sociaal werker op af moeten sturen. En verder moeten dagbladen alleen maar meer, meer, en meer. Meer bijlagen, meer redacteuren, meer achtergrond. Er is toch geen ander medium dat zoveel informatie biedt.”