Westerschelde

In zijn artikel over de vaste-oeververbinding over de Westerschelde (NRC Handelsblad, 19 december) schildert R.H. van Krevelen deze af als een onnodige en geldverslindende ambitie.

Volgens de auteur hebben we nu de Liefkenshoektunnel die alle problemen zal verhelpen. Het is overigens weer België geweest die dit project op poten heeft gezet ter "overbrugging' van dit drukbevaren water. En heeft hij hierbij ook gedacht aan de mensen in West-Zeeuws-Vlaanderen, die in de zomer door het vele toerisme enkele uren moeten wachten om de "overkant' te bereiken? Wat betreft de autosnelwegverbinding tot aan Terneuzen: gezien zijn werkervaring zou Van Krevelen moeten weten dat je in Zeeuws-Vlaanderen volgens een Michelinkaart geen enkele autosnelweg tegenkomt. Ik ben overigens bang dat daar ook de komende jaren geen verandering in zal komen.

Ook omtrent de verkeersveiligheid, denk aan de bieten-campagne en enkele grote industriegebieden, zou de infrastructuur binnen Zeeuws-Vlaanderen wel eens herzien kunnen worden. In de randstad kun je je niet omdraaien of je hebt wel ergens een snelweg naartoe, terwijl in Zeeuws-Vlaanderen men zich moet behelpen met de secundaire verbindingen die te veel overbodige slachtoffers opeisen.

Indien de vaste-oververbinding eens niet beschouwd wordt als alleen maar geldverslindend en we gewoon ons gezonde Nederlandse verstand gebruiken, dan is er nog veel meer te halen uit dit al zeer produktieve stukje Nederland. Wees eerlijk, de Zeeuwsvlaamse produktiviteit is toch zeker een snellere Nederlandse "overbrugging' waard dan enkele verbindingen door Begië.