Tsjaad heeft nooit veel geluk bij de keuze van zijn politieke leiders

NAIROBI, 4 JAN. Tsjaad heeft nooit geluk gehad met zijn leiders. Krijgsheren worden president, na te zijn afgezet weer krijgsheren om vervolgens te proberen opnieuw president te worden.

Goukouni Oueddei, Hissène Habré en nu president Idriss Déby, alle drie de heren vochten zich vanuit de woestijn en de bergen een weg naar de hoofdstad N'Djamena. Habré en Goukouni legden zich er niet bij neer te zijn afgezet en hervatten de strijd. Hulp van een buurland - Soedan of Libië - bleken voorwaarde voor de kans op slagen voor de Tsjadische krijgsheren.

Habré bereikte het presidentiële paleis in 1982 door steun van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA en van Soedan. Zijn bewind gleed af naar een harde dictatuur, martelingen en executies hoorden bij het beleid. Mede daarom liet Frankrijk in 1990 Habré vallen en baande de weg voor een machtsovername door Déby. Déby geniet vooral onder Franse militairen een goed aanzien. Hij heeft zich een briljante militaire strateeg getoond en volgde in 1985 een cursus bij de Franse strijdkrachten. De Franse politici praatte hij naar de mond door de vestiging van een democratie en van een meerpartijensysteem te beloven.

Sinds zijn machtsovername in december 1990 is het democratischproces in Tsjaad nauwelijks van de grond gekomen. Maar zijn beloftes staan nog en daarom kan hij zijn militaire confrontatie met Habre op Franse hulp rekenen.

Het Tsjadische leger van Deby blijkt gedemoralisserd door achterstallige uitbetalingen van salarissen en tribale tegenstellingen. Vele soldaten en hoge adviseurs vochten ook al voor Habre en tonen nu weinig enthousiasme om het tegen hun voormalige baas op te nemen. Bovendien moet het regeringsleger op alle fronten actief zijn. In september viel in het uiterste noorden van het land een regeringseenheid die soldij kwam brengen in een hinderlaag van onbekende rebellen. Hierbij vielen ruim 45 doden.

In oktober braken er in N'Djamena gevechten uit met troepen die trouw waren aan de toenmalige minister van binnenlandse zaken, Molmon Baba Abbas. Abbas was eens Deby's vertrouweling en tweede man. In dit klimaat van wantrouwen heerst de onbedwingbare krijgslust en wanneer uitendelijk het geweer de geschillen beslecht, dan maakt democratie weinig kans.

Habre maakt zolang de Fransen Deby steunen weinig kans op een come- back. Zijn aanhangers van de Anakaze-stam komen uit het oosten en vechten bij het Tsjaad-meer in het westen, dus op vreemd terrein. Habre's troepen begonnen drie maanden geleden aan hun opstand en opereren vermoedelijk vanuit Niger en Nigeria.