Stakingen dreigen in Algerije tegen tweede stembusronde

ALGIERS, 4 JAN. Algerije zal vanaf morgen geleidelijk aan worden lamgelegd door een reeks stakingen. Daartoe heeft het afgelopen maandag opgerichte Comité voor het Behoud van Algerije, waarin vakbonden en organisaties van werkgevers en ambtenaren zijn vertegenwoordigd, besloten.

De stakingen hebben tot doel de generaals tot een interventie van het leger verleiden en de overheid ertoe brengen om de tweede ronde van de parlementsverkiezingen op 16 januari niet te laten doorgaan.

In de nacht van donderdag op vrijdag zijn zeker honderd tanks gesignaleerd op 35 kilometer afstand van de hoofdstad Algiers. Zij begaven zich volgens ooggetuigen in de richting van de hoofdstad. De reden van hun komst, die door de media niet werd vermeld, is vooralsnog onbekend.

De organisatoren van de stakingen willen elke volgende dag een nieuwe sector van de economie treffen door fabrieken en bedrijven dicht te gooien, de communicatie (treinen, lucht- en scheepvaart) te verbreken en de posterijen lam te leggen. Via de posterijen worden de lonen en salarissen betaald van vele duizenden Algerijnse werknemers.

Of de stakingen het beoogde succes hebben, staat nog helemaal niet vast. Velen binnen de anti-FIS-groeperingen vinden het een schande als men op die manier afrekent met een democratisch proces dat nog maar net in Algerije op gang was gekomen - zelfs al zou dat democratische proces een verklaard anti-democratische partij als het FIS (het Front van de Islamitische Redding) aan de macht brengen. President Chadli Benjedid is het met hen eens. Hij denkt voldoende macht te hebben om het FIS in bedwang te houden. Het FIS was de grote winnaar in de eerste ronde van de vrije parlementsverkiezingen in Algerije op 26 december.

Het FIS wil alles doen om de tweede verkiezingsronde te laten doorgaan. Daarom liet het zich de afgelopen dagen opvallend gematigd uit. Zelfs imam Abdelkader Moghnieh, één van zijn meest radicale leiders, probeerde gisteren tijdens de vrijdagpreek in de Al Sunna-moskee in Bab el-Oued de ongerustheid bij de aarzelaars zoveel mogelijk weg te nemen.

Pag 5:

"De islam is het licht, de democratie de duisternis'

Hij ontkende dat er problemen zouden zijn tussen het FIS en het leger enerzijds en tussen het FIS en het FLN anderzijds. Hij begreep niet waarvoor de mensen zo bang zijn, “want de islam is het licht; het duister bevindt zich in de democratie”. Hij riep de Algerijnse technocraten op het land niet te verlaten. “Blijft, u zult zich nog beter kunnen uitdrukken dan voorheen en een bijdrage kunnen leveren aan de heropbouw van het land.” Moghnieh vertelde dat het FIS van plan is de maatschappelijke veranderingen heel geleidelijk en stapsgewijs te introduceren.

Hij zei dat men moet beginnen met datgene wat mogelijk is. Zo kan men de islamitische voedings- en kledingvoorschriften (het verbod op alcohol en het gebod van zedige vrouwenkleding) terstond invoeren. Maar als de rente (eveneens verboden volgens de islam) niet onmiddellijk kan worden afgeschaft, mag men daarmee best nog even wachten. Ook hoeven er niet meteen aparte scholen voor jongens en meisjes te worden gebouwd, maar kan men in plaats daarvan in de bestaande scholen gescheiden klassen inrichten.

Tijdens dezelfde gebedsdienst liet Abdelkader Hashani, de “voorlopige” leider van het FIS, die als gematigd bekend staat, zich ditmaal allesbehalve gematigd uit: “Op 26 december hebben de Algerijnen hun definitieve uitspraak gedaan. Het was de overwinning van de islam en de nederlaag van de democratie, die puur atheïsme is. De strijd in Algiers gaat tussen de Partij van God en de Partij van de Duivel. Iedereen die gelooft dat er een derde partij is, houdt zichzelf voor de gek.”

Deze combinatie van keiharde en betrekkelijk zachte uitspraken geven precies de strategie weer van het FIS. De partij treft voorbereidingen om desnoods “gewapende acties” te organiseren als de overheid (via manipulaties met de stembus in de tweede- en nu ook in de te verwachten derde verkiezingsronde), of als het leger (via een staatsgreep) de islam zijn verdiende overwinning zou ontnemen.

Geweld van het FIS zou geheel in overeenstemming zijn met de ideeën van Ali Balhadj, de onbetwistbare, opperste en zeer charismatische leider van het FIS. Toen hij tijdens een persconferentie vorig jaar door journalisten werd aangevallen, zei hij: “Ik sta buiten de wet. Ik erken uw wet niet.” Hij toonde een foto van zijn vader met een machinepistool uit de onafhankelijkheidsoorlog en riep: “Als het moet, doe ik hetzelfde.”

Nu het FIS zich van diverse kanten ernstig bedreigd voelt, is alles mogelijk. De afgelopen weken hebben al op diverse plaatsen in het land gewapende, zeer radicale Strijders voor God, die in Afghanistan, Irak en Soedan werden opgeleid, politiemannen aangevallen. Vorige week zaterdag werd in de wijk Kouba in Algiers een politieman met een mes neergestoken. De aanvaller, een bebaarde en in djellaba (klassieke jurk) gehulde man, pakte hem zijn wapen af en ontsnapte.

Diezelfde dag onthulde de Algerijnse binnenlandse veiligheidsdienst een serie gewapende aanvallen aan de vooravond van de eerste verkiezingsronde. Ten zuiden van Algiers zou een commandogroep de gendarmerie hebben aangevallen en zich van haar wapens hebben meester gemaakt. Elders werd een militaire vrachtwagen onder vuur genomen, waarbij een onderofficier werd gedood.

Begin vorige maand werden drie gendarmes in de stad Guemmar, nabij de Tunesische grens, door een islamitische commandogroep overvallen en op gruwelijke manier gedood en verminkt. Het leger opende een enorme jacht.

Uiteraard ontkent men van de zijde van het FIS de verantwoordelijkheid voor die daden. Zo vertelde een vooraanstaand FIS-aanhanger over de gebeurtenissen in Guemmar dat “de politiemannen elkaar hadden aangevallen en het FIS de schuld ervan in de schoenen hebben geschoven”. Maar het staat vast dat er nauwe relaties zijn tussen de leiding van het FIS en deze ultra-radicale clubjes.

Op 5 juni van dit jaar trotseerden enkele burgers in Algiers de avondklok, die zo juist door de president was ingesteld. Zij wilden weten wat er aan de hand was, want ze hadden een hevige schietpartij in de stad gehoord. Zij werden door zeven tot acht moslim-fundamentalisten in gevechtsuniform aangehouden. De leider, een man van ongeveer 40 jaar, had een revolver bij zich en een handgranaat.

Op de vraag “Waarom houden jullie ons aan?”, zei hij dat de jihad (de heilige Oorlog) uitgeroepen was. De mannen bleken aanhangers te zijn van de uiterst radicale groep Hidjra wa Takfir, dezelfde club die president Sadat van Egypte had vermoord. En hun leider treedt thans op als één van de lijfwachten van FIS-voorzitter Hashani.

In Algiers denkt men dat de legergeneraals gaarne bereid zijn met geweld tegen de fundamentalistische ultra-radicalen op te treden. Maar tot dusver hebben zij geaarzeld om het FIS in elkaar te slaan, omdat het FIS - zeker na de eerste verkiezingsronde - een behoorlijke mate aan legitimiteit heeft gekregen.

De generaals zijn namelijk andere figuren dan tien jaar geleden. Meteen na de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog namen de legerbevelhebbers, die buiten de grenzen de loop der gebeurtenissen hadden afgewacht, de macht over. “Het onafhankelijke Algerije werd een leger dat zich van een staat meester maakte”, zegt een Algerijnse intellectueel. “En dat leger opereerde als een geheim genootschap, omdat men tijdens de Franse overheersing gewend was geraakt vanuit de illegaliteit te werken.” Onder president Houari Boumedienne was de regeringspartij FLN uitsluitend de uitvoerder van hetgeen de president voorschreef en de gehoorzame generaals beaamden.

De grote verdienste van Chadli Benjedid was dat hij na zijn aantreden in 1979 langzamerhand de politieke macht wegnam van de legergeneraals en die aan een politieke partij, het FLN, overhandigde. Dat het FLN niet met die macht wist om te gaan, was een andere zaak. De afgelopen jaren omringde Chadli Benjedid zich in toenemende mate met “technocratische” generaals, die meer in hun beroep dan in de politiek geïnteresseerd waren.

Deze nieuwe lichting van generaals zit thans met een groot probleem. Zij hadden zich vast voorgenomen om de democratische spelregels mee te spelen, omdat hun vereerde leider en president na de bloedige oktober-rellen van 1988 hun duidelijk had gemaakt dat zulks de beste koers was voor het land. Daarom gaven zij in maart 1989, zij het met bezwaard gemoed, hun zegen aan de oprichting van het FIS. Maar thans moeten ook zij beseffen dat hun dagen geteld zijn, als zij geen einde maken aan de snel toenemende macht van het FIS. Want ondanks alle veranderingen in het leger behoren zij nog steeds tot de meest gepriviligeerde klasse van het land - met hun riante villa's en hun eigen inkoop-coöperaties, waar zij veel goedkoper dan wie ook voortreffelijke spullen kunnen inslaan, die de gewone burger zich niet kan veroorloven.

Maar als zij toeslaan, overtreden zij de democratische spelregels, die zij zich hebben gesteld en waaraan zij zich zo graag willen houden. Veel ernstiger is dat zij zich tegen een goed georganiseerde massa-beweging moeten keren - waardoor er onherroepelijk zeer veel bloed zal vloeien. Daarom hebben zij tot dusver gewacht op een publiekelijk en officiëel verzoek van gerespecteerde derden om in actie te komen.

Het paradoxale van de huidige politieke situatie in Algerije is dat mensen, aan wier democratische instelling men niet hoeft te twijfelen, nu in feite de generaals oproepen hun rol van vroeger weer op te nemen. Die situatie is veroorzaakt omdat op hetzelfde moment dat de Algerijnen eindelijk de democratie leerden kennen, de fundamentalisten zich publiekelijk begonnen te roeren.

Die twee bewegingen die elkaar per definitie uitsluiten, bevestigen de tragische geschiedenis van een volk, dat, zoals een waarnemer opmerkte, “alleen maar de macht kent en diegenen die haar bestrijden”.