"Sprintster' Sandra Voetelink bevestigt goede vorm op de schaatsmijl; Van der Burg schikt zich manmoedig in lot; "Ik heb nog geprobeerd een poeier te geven'; Plantje met klavertjes vier lijkt geluk te brengen

HEERENVEEN, 4 JAN. Manmoedig schikte Ben van der Burg zich gisteren tijdens de Nederlands afstandskampioenschappen in zijn lot. Nadat de Zuidhollandse schaatser een streep had gezet door zijn Olympische ambities probeerde hij zoveel mogelijk te relativeren. De zesde plaats op de 1500 meter was lang niet voldoende geweest om een toegangsbewijs voor Albertville te rechtvaardigen. “In principe is deze prestatie voor mij geen verrassing”, reageerde hij op de 1.57,59 waarmee hij anderhalve seconde achter winnaar Rintje Ritsma bleef. “Ik heb geprobeerd nog een poeier te geven, maar er zat gewoon niet meer in. Het heeft voor mij geen zin nog naar de Spelen te gaan. Ik wil alleen in Albertville rijden als ik kans maak op een medaille.”

Ben van der Burg doet het de komende weken rustig aan. Mogelijk rijdt hij in het naseizoen nog het Nederlands kampioenschap allround. Zijn slepende heup- en rugblessure, die hij vorig jaar opliep door een val tijdens een trainingskamp in Collalbo, wil hij nu zoveel mogelijk rust geven. De kwetsuur zorgt op het ijs voor een verstijft linkerbeen. Nadat een behandeling in Nederland weinig hielp wendde Van der Burg zich in het najaar tot de clubarts van Bayern München, dr. Müller-Wohlfahrt. De orthopeed, die ondermeer ook voetballer Lothar Matthäus en wielrenner Stephen Roche behandelde aan gewrichtsblessures, injecteert met cocktails van aminozuren en vitamines. Daarnaast past hij manuele- en fysiotherapie toe. Maar Van der Burg ziet er voorlopig geen heil meer in om nog naar de Zuidduitse stad te reizen. “Ik wil geen uitgebreide medische toestanden meer. De blessure moet nu maar eens met rust genezen.” Kernploegcoach Ab Krook sloot zich bij die woorden aan. “Ben moet een pas op de plaats maken. Straks zullen we wel weer een nieuw programma opstellen.”

Het plantje met klavertjes vier dat Sandra Voetelink van haar zusje op Oudejaarsdag kreeg lijkt de rijdster van de middellange afstanden geluk te brengen. Op de eerste dag van de afstandskampioenschappen nestelde ze zich al met een tweede plaats op de vijfhonderd meter tussen het sprintgezelschap. Met haar tijd 41.23 seconden bleef ze slechts driehonderdste verwijderd van de limiet. Daarmee kwam Voetelink in het vaarwater terecht van coach Wopke de Vegt, die na Christine Aaftink ook zijn pupil Anita Loorbach wil afvaardigen naar de Winterspelen.

Gisterochtend bevestigde Sandra Voetelink haar goede vorm door op de schaatsmijl Yvonne van Gennip te verslaan. Met 2.08,19 bleef ze de Olympische kampioene royaal voor. Geen enkele keuzeheer van het Nederlands Olympisch Comité kan nu nog om haar heen. Van Gennip eindigde met 2.09,97 wel op een tweede plaats. Het fictieve klassement over twee afstanden (drie kilometer en 1500 meter) sloot ze dan ook als eerste af, Van Schie werd tweede. Hierdoor plaatste het duo zich rechtstreeks voor de Europese kampioenschappen. Kernploegcoach Arie Koops zal de ploeg in zijn voordracht completeren door Sandra Voetelink en Carla Zijlstra. Alleen de Begeleidings Commissie Kernploegen van de schaatsbond, dat onder voorzitterschap staat van Dick van Zanten, twijfelt nog aan Voetelink. De BCK wil op de vijf kilometer van vandaag Voetelink vergelijken met Sandra Zwolle.

Voor Sandra Voetelink is elk succesje dit seizoen een meevaller. In juli kwam ze tijdens een feestje op een boot ten val. Ze gleed van de reling, bleef met haar hakken achter een stang hangen en kwam met haar hoofd in onzachte aanraking met het dek. De hersenschudding die ze daardoor opliep beïnvloedde een groot deel van het voorseizoen. In de herfst had ze bovendien nog koorts. Voetelink: “Toen wist ik het zeker: Het seizoen is voor mij afgelopen. Ik kan alles vergeten. Maar in Berlijn tijdens de wereldbekerwedstrijden ging het meteen al goed. Ik heb veel aan krachttraining gedaan om de opgelopen achterstand weer in te halen.”

Voetelink richt zich nu geheel op de korte afstanden en de 1500 meter. Op de schaatsmijl denkt ze haar beste kansen te hebben in Albertville. “Ik heb dit seizoen pas een keer een drie kilometer gereden. Op die afstand zou ik tijdens de Spelen ook nog kunnen starten. Maar ik zie dat als bijzaak. Ook voor wat betreft het EK. Ik heb er nauwelijks op getraind. Anders was de voorbereiding wel erg rommelig geworden,” geeft ze de kromme situatie van dit seizoen aan.