Smiths eist verkoop chips bij pompstations

DEN HAAG, 4 JAN. Moet de 200 grams familiezak chips worden beschouwd als “geringe eetwaar” in de zin van de vrijstellingsregeling in de Winkelsluitingswet of niet? Die vraag stond gisteren centraal bij de rechtbank in Den Haag tijdens een kort geding van Smiths Food Group tegen Economische Zaken.

De chipsfabrikant eiste daarin een verbod op ministeriële maatregelen tegen pompstationhouders die na zessen zakken chips van meer dan 100 gram verkopen. Volgens Smiths is een 200-grams zak chips “een gering eetwaar dat geen toebereiding behoeft voordat het wordt gebruikt” en dient hij derhalve vrij verkocht te worden. In de branche worden chips volgens Smiths bovendien gezien als “een zoetwaar dat buiten de maaltijden wordt genuttigd”. De verkoop daarvan, tot 250 gram, is vrij.

Advocate mr. E. de Vilder noemde het opmerkelijk dat het ministerie een puntzak drop en een verpakking van 10 stroopwafels als voorbeelden van vrijgestelde etenswaren noemt, maar de 200-grams zak chips een gezinsverpakking noemt. “Van tien stroopwafels wordt een automobilist kotsmisselijk, van een zak chips niet”, aldus De Vilder. Zij verweet het ministerie onzorgvuldig handelen.

Landsadvocaat mr. H. Post stelde dat het ministerie steeds duidelijk is geweest in haar stelling dat de gezinszakken chips grootverbruikverpakkingen zijn en zodoende niet als “geringe eetwaren” moeten worden beschouwd. De fabrikant kan volgens Post ook 30-, 50- of 100-grams chipszakken aan de pompstationhouders aanbieden.

Een woordvoerster van Smiths verklaarde na afloop dat in de grootte van de verpakking nu juist het probleem zit. Concurrent Crocky had voor de beperkingen van pompshop-verkoop reeds 90-grams-zakken in produktie, maar Smiths kan alleen 30-grams en 200-grams zakken leveren. Introductie van een tussenmaat zou volgens Smiths een enorme investering vergen.

Uitspraak 17 januari.