Reageerbuisbevruchting slaagt bij één op drie echtparen; IVF-behandeling blijkt succesvol; Arts signaleert misverstanden over in vitro fertilisatie

"In vitro fertilisatie' staat de laatste tijd weer sterk in de belangstelling. Niet alleen door de debatten rond de wijziging van het stelsel van ziektekostenverzekeringen. Maar ook in het rapport van de commissie Dunning, Kiezen en Delen.

DEN HAAG, 4 JAN. “Over de kosten van "in vitro fertilisatie', IVF of reageerbuisbevruchting bestaan nogal wat misverstanden”, zegt dr. C.A.M. Jansen, hoofd van de IVF-afdeling van het Voorburgse Diaconessenhuis. “Een poosje geleden hield ik een voordracht op een politieke avond van de Rooie Vrouwen van de PvdA. Toen ik vroeg hoe hoog men de kosten van IVF schatte als deel van de totale uitgaven aan gezondheidszorg werden voorzichtige percentages van één tot vijf genoemd. In werkelijkheid is het tien miljoen van vijftig miljard, 0,02 procent dus.”

De IVF staat de laatste tijd weer sterk in de belangstelling. Niet in de laatste plaats door de debatten rond de basisverzekering na de wijziging van het stelsel van ziektekostenverzekeringen, ook wel het plan Simons genoemd. Maar ook in het rapport van de commissie Dunning, Kiezen en Delen, wordt reageerbuisbevruchting als eerste bedenkelijke voorbeeld genoemd van een behandeling die “een lage plaats in de rangorde van aanspraken krijgt.”

IVF wordt veelal als dé exponent van de dure franje aan de Nederlandse gezondheidszorg gezien. Politici en hoogleraren lijken naar hartelust te jongleren met cijfers, kosten en succespercentages. Zo stelt de commissie Dunning dat IVF een “succeskans van tien procent per behandeling” heeft.

De meest recente gegevens maken echter veel duidelijk over de echte stand van zaken rond deze techniek. De twaalf klinieken in Nederland die een (voorlopige) vergunning van het ministerie van WVC hebben gekregen zijn immers verplicht een jaarverslag te produceren. Dat van het Diaconessenhuis is inmiddels gepubliceerd. Opmerkingen als zou IVF bij hooguit vijftien procent van de echtparen resultaat hebben, blijken uit de lucht gegrepen. Gynaecologen die de techniek uitvoeren rekenen met cycli, de maandelijkse eisprong bij de vrouw die als startsein voor een behandeling kan worden gezien. Anders dan uit het rapport van de commissie Dunning blijkt uit de Voorburgse cijfers dat ruim twintig procent van de gestarte behandelingen leidt tot de geboorte van een of meer kinderen. Elders ligt dat succespercentage niet veel lager. Het landelijk gemiddelde bedraagt 17 procent. Het gaat daarbij steeds om bevallingen en niet om zwangerschappen. Zouden de miskramen worden meegerekend, dan lag het percentage nog hoger. Overigens is de kans op zwangerschap bij een vruchtbaar echtpaar vergelijkbaar - maximaal 20 tot 25 procent per cyclus - en zelden reden om definitief van kinderen af te zien.

Van ruim één op de drie paren, dat een beroep op IVF deed was de vrouw binnen één jaar zwanger van ten minste één gezond kind. Zij werden daarvoor tijdens gemiddeld 1,7 cycli behandeld. De helft van alle vrouwen is na drie cycli zwanger, leidend tot de geboorte van ten minste één gezond kind.

De eerste IVF-baby, Louise Brown, werd in 1978 geboren. In Rotterdam kwam op 15 mei 1983 het eerste kind ter wereld dat via deze techniek was geconcipieerd. In de periode daarop leek een ware wildgroei te ontstaan doordat heel veel ziekenhuizen van plan waren de techniek op grote schaal te gaan toepassen. Het ministerie heeft daar op tijd een stokje voor gestoken en nu lijkt met de twaalf centra een voldoende antwoord op de vraag te worden gegeven en bovendien is de spreiding over het land goed. Tijdens die periode van regulering is IVF echter onderworpen aan een onderzoek door de Ziekenfondsraad, zoals dat met geen enkele andere medische techniek is gebeurd. De raad analyseerde 3.000 behandelingen tussen half '86 en half '89. Daaruit kwam naar voren dat IVF doelmatig was en bovendien niet duurder dan andere bestaande behandelingen die al in het verstrekkingenpakket waren opgenomen. In februari werd de beslissing genomen dat IVF moest worden vergoed door de ziekenfondsen tot een maximum van drie behandelingen. Merkwaardig was alleen dat het niet om een "verstrekking' ging in de zin van de Ziekenfondswet, maar om een subsidie. Het ministerie introduceerde een andere primeur: de klinieken die zich bezig houden met IVF zijn gedwongen te zorgen voor een minimum van tien procent doorgaande zwangerschappen op het totaal aantal behandelingen. De verlening van een vergunning moet dus meer worden gezien als een prestatie-overeenkomst, waaraan deze klinieken inmiddels overigens ruim voldoen. Zo zit Voorburg volgens de cijfers ruim boven de twintig procent en verwacht dit jaar ruim 230 zwangerschappen. Om de gedachte te bepalen: het fameuze Amerikaanse pionierscentrum Norfolk verwacht dit jaar 215 zwangerschappen, ongeveer even veel als de Britse Bourne Hall Clinics dat eenzelfde reputatie heeft als Norfolk.

Een volledige IVF-behandelingscyclus van dertig dagen kost 3.500 tot 4.000 gulden. In de vergunningseis staat dat de kliniek daarvoor 24 uur per etmaal, zeven dagen per week continu zorg beschikbaar moet stellen. Het gaat daarbij om hoog gespecialiseerd personeel en uiterst geavanceerde apparatuur. De Eindhovense gynaecoloog dr. P.A. van Dop wijst er op dat het tarief omgerekend op 130 gulden per dag komt en vergelijkt dat met de inspanningen van een PR-adviseur, die ongeveer het dubbele als uurloon rekent. In totaal gaat er dus tien miljoen gulden heen aan IVF, waar tegenover ongeveer duizend uiterst gewenste kinderen staan, die per stuk goedkoper zijn dan een tweede-hands auto.

Hoewel het zich niet verdraagt met de huidige denkbeelden rond solidariteit acht Jansen het niet ongewenst dat echtparen die een IVF-behandeling willen een eigen bijdrage betalen. “Een substantiële eigen bijdrage per cyclus vind ik niet onredelijk, tenzij een echtpaar werkelijk minvermogend is. Te berekenen valt dat bij een eigen bijdrage van 800 gulden per cyclus voor alle cycli, die dan overigens allemaal worden vergoed, de ziektekostenverzekeraar vrijwel zeker aanzienlijk goedkoper uit is dan bij de huidige ziekenfondsregeling waarbij slechts drie behandelingscycli worden vergoed. Een voordeel daarvan is dat je in die situatie alleen sterk gemotiveerde ouders houdt. Wanneer alles wordt vergoed bestaat de kans dat ook diegenen die eigenlijk niet erg gemotiveerd zijn, maar "het toch doen omdat het gratis is' aan de behandeling beginnen.”