”NA DE MENOPAUZE WORDT ALLES BETER'; Germaine Greer over het lot van vrouwen in de laatste levensfase

The Change. Women Ageing and the Menopause; door Germaine Greer; 472 blz., Hamish Hamilton 1991, f 36,-; ISBN 0 241 13219 3

Overgang. Over vrouwen en ouder worden; door Germaine Greer; 450 blz., Meulenhoff 1991 (vert. Barbara de Lange), f 49,50; ISBN 90 290 2902 1

Germaine Greer heeft een nieuw boek geschreven: The Change. Op 13 januari zal het boek hier in de winkel liggen, op dezelfde dag dat bij Meulenhoff de Nederlandse vertaling verschijnt onder de titel Overgang. Over vrouwen en ouder worden. Greer, Australische van geboorte, publiceerde in 1971 De vrouwelijke eunuch, dat een feministische bestseller werd, vergelijkbaar met Simone de Beauvoirs De tweede sekse en Betty Friedans Het misverstand vrouw. Drie jaar daarvoor was zij gepromoveerd op Shakespeares vroege blijspelen aan de universiteit van Cambridge, dezelfde universiteit waaraan zij nu als docente is verbonden.

Greer is drieënvijftig jaar oud en zij behandelt de menopauze nadrukkelijk vanuit het standpunt van de eigen, vrouwelijke ervaring. Zij heeft er nooit een been in gezien om haar eigen leven te gebruiken als bron van inspiratie. Haar ervaringen als aantrekkelijke jonge vrouw die ook nog slim was en goed van de tongriem gesneden, haar Toscaanse minnaars, haar ongrijpbare vader, zij leverden het materiaal voor Greers geschriften - samen met een ruime belezenheid en bij elkaar gehouden door een onuitputtelijk vermogen tot verontwaardiging. Boosheid is altijd haar handelsmerk geweest.

Overgang is een heel ander boek dan De vrouwelijke eunuch, dat je een schotschrift zou kunnen noemen. Maar als je al kunt spreken van toegenomen mildheid, dan wordt die zeker niet aan iedereen gegund. Een van de motieven die beide boeken gemeen hebben, is, om een memorabele hoofdstuktitel uit De vrouwelijke eunuch te citeren, ””hoe mannen vrouwen haten''.

””Anofobie'' noemt zij het in Overgang, de afkeer van oude - post-menopausale - vrouwen. De oudere vrouw wordt, aldus Greer, in de westerse samenleving genegeerd, bespot en buitengesloten omdat men zich geen raad weet met haar. Men vreest haar en walgt van haar. Zij kan niet meer gemanipuleerd worden, noch manipuleren, door middel van haar seksualiteit. In dit feit ligt haar zwakte, maar volgens Greer juist ook haar kracht. Overgang is een pleidooi om dat geheime wapen ten volle te benutten.

MIDDAGZON

Germaine Greer was de afspraak vergeten. Langzaam, met de speurende blik naar de grond die de tuinierster verraadt, loopt ze door de moestuin naar haar voordeur. Zij beseft nog niet dat daarachter een journaliste wacht. De tuin, het oude grijze huis, Greers smalle gestalte baden in een middagzon. Als zij eenmaal binnen is, en is geconfronteerd met de bezoekster, installeert zij zich werktuiglijk op een stoeltje bij de open haard, haar rug naar een raam. Het zonlicht maakt dat haar springerige haar, afgeknipt sinds een paar maanden, lijkt op dat van een engel - een engel die niet jong is en niet oud.

Het interview komt des te ongelegener omdat de schrijfster grieperig is, maar vormt duidelijk niet meer dan een rimpel aan het oppervlak van een sereen en zorgvuldig geordend leven. In de kamer met zijn gele, handbeschilderde muren, de vleugel, de boeken, de kelims en nog wat oosters antiek dat wonderwel past in dit rustieke Engelse huis, is alles volmaakt. Twee entreekaartjes voor de opera in Londen, de volgende avond, op een tafeltje zijn het enige toevallige in het vertrek. (Zeventig pond per stuk, lees ik stiekem; zo duur is cultuur in Engeland.)

Germaine Greer maakt de indruk van iemand die niet alleen precies weet wat zij wil en hoe de wereld in elkaar zit, maar die nu ook de tijd en de middelen heeft om haar leven in te richten in overeenstemming met dat inzicht. Het jachtige bestaan ligt achter haar. Zij is over the hill. En daar geniet ze van.

De benijdenswaardige sereniteit die haar huis ademt, beantwoordt precies aan het beeld dat zij in haar boek schetst van het leven na de menopauze. Het is een dik boek. Met twintig bladzijden bronnen en tien bladzijden index telt de Engelse editie 472 bladzijden. Ze te lezen is een merkwaardige ervaring. De lezer wordt aan het begin tegenstribbelend meegevoerd langs vele beschrijvingen van de menopauze waarvan de relevantie niet geheel duidelijk is, uitweidingen over wantoestanden waarvan hij niet zeker weet of ze bestaan, details omtrent de werking van diverse hormonen en geneesmiddelen.

Het is allemaal nogal vermoeiend, en waar de schrijfster heen wil, wordt niet echt duidelijk. Maar in het vijfde van de zeventien hoofdstukken verandert er iets. Er valt iets te lachen. Het heet ”Allemaal je eigen schuld', en er wordt vooral in tekeergegaan tegen een boek over de menopauze door een zekere Mary Anderson. (Dr. Anderson, een dokter van het betuttelende, kordate type, heeft inmiddels vanwege Greers soms hilarische gefoeter in dat hoofdstuk een smaadproces aangespannen tegen de schrijfster.)

Vanaf dat stadium werd althans deze lezer toch meegesleept. De compassie die, naast alle verontwaardiging, ook duidelijk spreekt uit het boek stemt vergevingsgezind. In de hoofdstukken over wat de medische wetenschap allemaal weet - en vooral niet weet - over de menopauze biedt Greer geen arrogante zekerheden. Het laatste deel van het boek bevat veel aardige voorbeelden uit de letteren en de geschiedenis; verhalen over de minnaressen van de Franse koningen, de ene nog ouder dan de andere, een amusante tirade over het gebrek aan gratie waarmee Simone de Beauvoir haar climacterium tegemoet trad. Een verontwaardigde beschrijving van wat ”gravin Tolstoj' allemaal van haar man te verduren kreeg. Veel over heksen en toverkollen.

Het geheel culmineert in de beschrijving van de gelouterde staat van de vrouw die er doorheen is. Na de klachten, de opvliegers, de tranen om gemiste kansen en verloren liefdes kan die vrouw, aldus Greer, eindelijk zichzelf zijn. Laat de ober haar over het hoofd zien, de bouwvakker niet meer naar haar fluiten, laten haar volwassen kinderen haar niet begrijpen. Zij heeft nooit zo kunnen genieten van het leven als nu. Zij is vrij.

ANDER INSTRUMENT

Wie het boek heeft uitgelezen, voelt zich bijna gelouterd. Overgang is geen werk dat je onberoerd laat. Ligt het aan de inhoud, aan het charisma van de schrijfster, of toch ook een beetje aan het feit dat het gewoon een hele klus is om er doorheen te komen?

Je zou bijna zin in de menopauze krijgen, als die tot zo'n verheven geesteshouding leidt. Maar dat mag niet van Germaine Greer.

””Het is heel belangrijk dat u me niet gelooft,'' zegt ze. ””Hoe oud bent u? Nee, ziet u wel, u mag nog niet. Ik krijg wel eens jonge vrouwen die op me af komen en zeggen: kan ik het niet nu al bereiken. En dan kan ik alleen maar zeggen: nee. Jullie bespelen een ander instrument, jullie moeten nog rennen en onder spanning staan en van alles belangrijk vinden. Het zal gebeuren, ook jij zult er komen, maar nu nog niet.''

Hebben wij, vraag ik, verwende westerse vrouwen die ervan uit kunnen gaan dat zij als dertigjarigen, veertigjarigen blijven meetellen, gezond, aantrekkelijk, produktief als wij zijn, niet eigenlijk een te somber beeld van de menopauze? Zou het voor iemand die gewend is aan zorgen en gebreken niet een stuk minder eng zijn? Overschat u, met andere woorden, het belang van de hele zaak niet?

””De epidemiologie van de overgangsklachten is volstrekt onduidelijk. Nee, je kunt niet zeggen dat sommige groepen er minder of meer last van hebben dan andere. Als je een naar leven hebt is de kans wel groot dat de menopauze het nog naarder zal maken. En als je het makkelijk hebt, krijg je het een tijdje moeilijker. Als je gewend bent om de dingen goed te verwerken, zal dat je misschien ook met de menopauze lukken. Maar misschien ook niet. Er is één troost: daarna zal het beter gaan. Bij alle brieven die ik gekregen heb, was er niet een van iemand die zei: o nee, het gaat niet, mijn leven is voorbij.

””Voor hoeveel vrouwen het climacterium echt een beproeving vormt, weet ik ook niet. Er gebeurt zo veel in die periode, ouders worden gebrekkig, hebben verzorging nodig, gaan dood, dat is ook zeer ingrijpend. Daar word je ook slapeloos en prikkelbaar van.

””Dit is misschien wel de tijd waarin je merkt dat je je kinderen helemaal geen leuke mensen vindt. You're moving on. Je maakt de balans op, er zijn dingen om over te huilen, die zijn er in ieder leven. Er was een lezeres die zo diep geraakt was door het hoofdstuk ”Verdriet' in mijn boek dat ze me schreef: wat deden we in hemelsnaam voordat u dit opschreef? Dat is natuurlijk onzin, ik verwoordde alleen haar gevoelens.

””De kwestie is, het doet er op een gegeven moment allemaal niet meer toe. Wij weten wat we allemaal hebben doorgemaakt, hoe veel uren we 's nachts hebben opgezeten met weerspannige kinderen, hoe vaak we hebben gelachen om grapjes van onze man die we al lang niet meer leuk vonden. We laten het achter ons.''

Voor die man is in het boek inderdaad geen grote rol weggelegd. Is hij echt zo onbelangrijk? Zijn er niet een heleboel vrouwen die steun hebben aan een partner met wie zij het leven delen?

””Mijn boek gáát niet over mannen, het gaat over vrouwen. Iedereen doet alsof de vrouw in de overgang een man heeft, maar dat geldt maar voor de helft, in de Engelse bevolking tenminste. De rest is weduwe, gescheiden, nooit getrouwd geweest. Ach, er zullen wel vrouwen zijn die iets aan een man hebben - maar God sta ze bij als ze erop bouwen. Ik had een kennis, zeer gelukkig getrouwd, alles deelde ze met haar man... en toen ging hij dood. Dood! Wat moest ze doen?''

Dat zou toch voor haar man precies hetzelfde zijn geweest?

””Jawel. Maar het probleem met mannen is dat zij zo onweerstaanbaar zijn, daarom moet je ze wantrouwen. Ze geven altijd advies, ze dwingen je in een rol van hulpbehoevendheid. Mannen zijn ook de oorzaak van de medicalisering van de overgang, al die artsen die zich met de menopauze bezig houden zijn mannen, de propagandisten van de hormoontherapie. Waar zijn je pillen schatje, zegt een man. Terwijl je soms gewoon moet huilen.

””Ons leven is zwaar, in elke fase. Als we moeten wennen aan het menstrueren, als we worstelen met het feit dat we zwanger kunnen worden, als we kinderen krijgen en ze moeten grootbrengen. Het goede nieuws is: na de menopauze wordt het minder zwaar.''

Een steeds weerkerend thema in Overgang is de rol van de moeder en hoe die ondergewaardeerd wordt in onze samenleving. Er is zelfs sprake van een ””eeuwenlange campagne om de macht van de moeder te vernietigen''.

Wat betekent dat eigenlijk? Beschouwden vrouwen het niet als een bevrijding, de laatste eeuw of zo, om ook andere rollen te mogen spelen in plaats van gekluisterd te zijn aan haar biologische bestemming?

””Maar het moederschap is niet alleen een biologische functie, het is ook een sociale, een culturele functie. Een wereld zonder kinderen, zoals de moderne grote steden, is een neurotische wereld. Kinderen worden vandaag de dag zoetgehouden, weggestopt, en er is geen enkele eer of erkenning weggelegd voor de moeder.''

Toch zou ik zelf liever voor iets anders geëerd worden dan het feit dat ik kinderen heb en ze zo goed mogelijk grootbreng.

””Ja, u schrijft, maar hoe veel vrouwen hebben zulk werk? Als u nou eens serveerster was? Nee, ik geloof niet dat de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen zo groot is. Vrouwen willen gewoon kinderen, en het is een volstrekt logische wens. Het zou mij ook zó ontzettend interessant hebben geleken, als ervaring. De ellende is dat het moederschap voor zo veel vrouwen een teleurstelling is. Een moeder doet het in deze maatschappij nooit goed. Ze moet dit, ze moet dat, ze slooft zich uit en ze moet alsmaar ”sorry' zeggen. Kinderen denken dat zij hun moeder niets schuldig zijn. En als het later mis gaat met ze, gaan ze naar een psychiater en die ontdekt zogenaamd dat ze allemaal onverwerkte vijandigheid jegens hun moeder hebben. Zij is er natuurlijk niet bij om zich te verdedigen.

””Eigenlijk is het gewoon te veel voor één mens, het grootbrengen van kinderen en dan ook nog de minnares van haar man blijven, en werk - we zouden misschien een specialisatie moeten ontwikkelen, de een doet dit, de ander dat. Beroepsmoeders misschien. In een traditioneel huishouden waren de moeders ook anderen dan de concubines. De oudere vrouw, de matriarch bekleedde een belangrijke positie, en haar aanwezigheid had bovendien een beschermende werking. Er was veel meer wederzijdse steun. Jonge vrouwen en kleine kinderen waren niet constant uitgeleverd aan één man.''

SEKS

In Overgang wordt betoogd dat het hedendaagse, kleine gezin eigenlijk een zeer gevaarlijke omgeving is voor vrouwen en kinderen. Het berust op de illusie dat een man en een vrouw alles voor elkaar kunnen betekenen. En ook op de illusie dat seks valt in te passen in een vertrouwde menselijke omgang, dat het iets heilzaams en ongevaarlijks is. Dat is niet waar, schrijft Greer, nooit waar geweest: dat bewijst alleen al het feit dat bij elke moord op een vrouw of een kind die aan het licht komt rekening wordt gehouden met seksuele motieven.

De oude droom van de extended family, het ”meergeneratiegezin', die ook al in haar eerdere boeken opdook, is duidelijk nog niet vervlogen. Ook al haast Greer zich desgevraagd te beamen dat het voor de moderne westerling geen reëel alternatief is. Zo'n levenswijze eist veel, zij is gebaseerd op zelfopoffering, zegt ze. En heeft het kapitalisme ons niet allemaal geleerd om uit te zijn op onmiddellijke bevrediging van onze geringste lusten en driften?

Een ander resultaat van het moderne gezinnetje, zo betoogt Greer in haar boek, is dat een vrouw in een grote leegte valt als de kinderen uit huis zijn, en zij als vrouw haar ”uiterste verkoopdatum” is gepasseerd. De patriarchale samenleving verwacht niets meer van haar, en zij kan haar vervulling niet meer zoeken in het feit dat zij iets betekent voor anderen.

Dat lijkt mij een merkwaardige observatie. Want zijn niet talloze oudere vrouwen juist alsmaar aan het zorgen, op hun kleinkinderen aan het passen, zieke verwanten aan het opzoeken, maaltijden aan het rondbrengen?

””Nu ja, je hebt er, die het zorgen op zo'n institutionele manier weten voort te zetten. Anderzijds zijn wij, die altijd socialistisch hebben gestemd, ook geneigd om een dergelijke uitbuiting van vrijwilligers door de staat af te keuren. Dat werk zou door de gemeenschap moeten worden gedaan...''

Greers politieke radicalisme lijkt ongeschonden door de ontwikkelingen van de laatste paar jaar heen te zijn gekomen. Hoe somber de toestand in de voormalige communistische landen nu ook is, niemand zal haar horen zeggen dat de ellende in de praktijk, nu of vroeger, iets wezenlijks af doet aan de waarde van de linkse idealen. Er was in die landen van alles bereikt, hoewel niet op het vlak van de ordinaire consumptie.

Greers oude liefde Cuba inspireerde haar nog in 1985 tot een enthousiast reisverslag, geschreven in opdracht van de vrouwencommissie van de Verenigde Naties. Gevraagd naar haar huidige mening verklaart Greer met stelligheid dat daar op Cuba het ideaal van de bevrijding bijna verwerkelijkt was. Maar nu, na de instorting van de Sovjet-economie, is het wel de vraag of het voltooid kan worden. Misschien, zegt zij, is Fidel te oud om zijn volk nog één keer te bevleugelen voor een grote gemeenschappelijke inspanning. En hoe het dan met Cuba's voortrekkersrol in de rest van Latijns Amerika moet gaan, daarover maakt Germaine Greer zich zorgen.

KUISE LEGERSTEDE

Het middaglicht boven de winterse moestuin buiten is veranderd in een rose begin van schemering. Het buitenland is erg ver weg. De poes Christopher springt op de schoot van de steeds vaker kuchende schrijfster en krijgt te horen dat zij weldra met hem mee naar boven zal gaan, ””as soon as this job is finished''. Christopher is haar nachtzuster, verklaart zij tegen de bezoekster. Hij weet dat zijn vrouwtje nu thuishoort in haar kuise legerstede.

Het is heel stil als zij weg is. Ik bekijk de wonderen van deze kamer, de met paarlemoer ingelegde houten bank - Turks? Perzisch? -, de elegante open haard, de gekleurde prent erboven. Is hij oud? Modern? Oosters? De voorstelling is van een krokodil in gevecht met een slang. De krokodil wint, zo te zien. Ik denk aan de boosaardige indringer, die volgens een passage in het laatste hoofdstuk van Overgang nog wel eens de rust kan bedreigen van de zelfverzekerde vrouw, die reeds wandelt in het gouden licht van haar onthechting. Als hij er in slaagt haar terug te werpen in ”de duisternis van begeerte en vijandigheid die zich voordoet als het echte leven', kan haar lijden bitterder zijn dan ooit tevoren, haar herstel tergend langzaam verlopen. Het is een mooie passage.

Gevraagd om commentaar, tijdens ons gesprek, had de schrijfster er weinig aan toe te voegen. Als je niet bent voorbereid, kan zoiets je overvallen, zei ze, en het is inderdaad vreselijk. ””Maar het gaat over, denk ik...''

Denkt u het of weet u het? vroeg ik

””Ik weet het,'' zei ze.