Olympische Spelen

Redacteur Eric Oudshoorn schrijft in zijn artikel over het Olympisch stadion en de Olympische Spelen van 1928 (NRC Handelsblad, 21 december) dat Amsterdam destijds de Spelen kreeg door blufpoker van de toenmalige NOC-voorzitter baron Van Tuyll van Serooskerken. Hij zou op de IOC-vergadering van 1921 in Lausanne namens de Nederlandse regering een dankwoord hebben gesproken voor het feit dat Amsterdam de Spelen voor 1924 toegewezen had gekregen. “Daarvan was op dat moment nog totaal geen sprake. En ook in Den Haag wist men van niets. De IOC-leden trapten met open ogen in de val. De Coubertin stelde de organisatie voor 1924 in Parijs veilig, maar Amsterdam mocht zich opmaken voor de Spelen van 1928”, aldus Oudshoorn.

Van Tuyll was echter al sinds 1912 bezig de Spelen naar Nederland te halen. Hij had zijn zinnen gezet op 1924, maar de stichter van de Moderne Spelen, baron De Coubertin, wilde die in Parijs hebben om het dertigjarig bestaan van de Olympische beweging te vieren. De baronnen waren goede vrienden en De Coubertin stelde daarom de IOC-vergadering van Lausanne-1921 voor een "dubbelbesluit' te nemen: 1924 Parijs en 1928 Amsterdam. Men kon en wilde deze laatste wens van de zeer gerespecteerde De Coubertin niet weigeren (hij had voor 1925 zijn afscheid van het IOC aangekondigd), hoewel Amerikanen en Italianen er uiterst verbolgen over waren.

Enige tijd voor de IOC-vergadering van Rome in 1923 kwam Van Tuyll ter ore dat vooral de Amerikanen wilden proberen de zaak voor 1928 opnieuw aan de orde te stellen. De baron deed daarop het volgende: hij benaderde de minister van buitenlandse zaken met het verzoek om de gezant in Rome, Van Royen, op de openingsdag van de IOC-vergadering een dankwoord namens de Nederlandse regering te laten spreken voor de toewijzing van 1928. Dat zou de heren van het IOC voor een fait accompli stellen. En zoals de handige baron het zich had gedacht, gebeurde het ook.

Verder schrijft Oudshoorn dat Nederland vóór de Spelen van 1928 nog geen stadion bezat. “Men kende het woord nauwelijks”. Ook dat is niet juist. Op tweehonderd meter van het huidige Olympisch stadion, lag sinds 1914 het markante stadion van architect Harry Elte, dat zo'n 25000 toeschouwers kon bevatten. Men heeft omstreeks 1925-26 nog overwogen dat aan te passen voor de Spelen van 1928. Maar dat bleek onmogelijk. Het oude stadion heeft overigens voor een enkel evenement nog wel dienst gedaan in 1928. In 1929 werd het afgebroken. Op die plek staan nu huizen.