Ogem-bestuur hoeft niet te boeten voor wanbeleid

ROTTERDAM, 4 JAN. Niemand bekommerde zich meer om drs. B.J. Udink, de uit CHU-gelederen opgeklommen minister die hard neerdaalde als bestuursvoorzitter van het teloorgegane conglomeraat Ogem. Doorgaans grossieren ex-ministers in zetels in fora, commissies en raden van commissariaten. Zo niet Udink.

Udink wachtte. Ogem was namelijk wel failliet, maar niet dood. Terwijl recentere debâcles als Bredero en RSV geheel of op een haar na zijn afgewikkeld, wachtten de betrokkenen bij de deconfiture van Ogem nog steeds: crediteuren wisten niet wat ze terug zouden krijgen en aansprakelijk gestelde banken en bestuurders van Ogem wisten niet wat ze zouden moeten betalen.

Begin volgende maand komt er een eind aan het wachten, zo zegt Ogem-curator prof.mr.drs. H.P.J. Ophof. Hij treft een schikking met de banken die alsnog tientallen miljoenen zullen betalen aan de crediteuren. De oud-bestuurders hoeven niet of nauwelijks te betalen voor hun wanbeleid. Ophof ziet af van verdere procedures tegen de bestuurders. “We doen alles in een pakket”, aldus Ophof. Udink en de zijnen hoeven de bijstand niet in.

Ondanks de enquête van de Ondernemingskamer en ondanks het arrest van de Hoge Raad waaruit wanbeleid bleek, komt er geen bijltjesdag voor het Ogem-bestuur. Een les voor wraaklustige aandeelhouders van beursfondsen als Bobel, Venture Fonds, Uni-invest, VHS en Textlite die de afgelopen maanden dreigden met enquêtes of de Ondernemingskamer metterdaad ingschakelden. Vrouwe Justitia velt vonnissen, maar plukt bestuurders blijkbaar niet kaal.

Ogem lijkt al lang passé. De bedrijven uit de boedel van het conglomeraat, zoals handelsonderneming Otra en de bouw- elektrotechnische en installatiebedrijven van TBI Holding, zijn uit de as herrezen en floreren als geen ander. Alleen de vroeger zo futuristische kantoortorens van Ogem in Rotterdam hebben nooit met hun verlieslijdende verleden kunnen afrekenen: ze stonden de afgelopen jaren grootendeels leeg.

Voor de curatoren Ophof en mr. D.A. Slager is Ogem nog dagelijkse werkelijkheid. De roemruchte werken van weleer, zoals het Damman-project en de King Abdul Aziz University, waren tot voor kort onderwerp van juridische strijd.

Crediteuren wachten nog steeds in spanning op de eindafrekening. Een lichte euforie maakte zich twee jaar geleden van hen meester: uit een arrest van de Hoge Raad bleek dat het bestuur van Ogem op zes punten wanbeleid had gevoerd. De crediteuren hoorden de kassa al rinkelen: de bestuurders zouden voor hun falen moeten betalen. Maar deze gedachte bleek op een misverstand te berusten: wanbeleid hoefde niet te resulteren in aansprakelijkheid, laat staan in uitkeringen.

De Ogem-curatoren hebben, net zoals trouwens de curatoren van Bredero, niet zelf een aanvraag voor een enquête bij de Ondernemingskamer ingediend. Dat deed de Vereniging van Effectenbezitters. De enquête heeft de Ogem-boedel een kleine miljoen gulden gekost, maar de beleggers niets opgeleverd.

Eerder zei Ophof blij te zijn wanneer hij de kosten van de enquête zou kunnen verhalen op het bestuur. Hij wil dit nu niet meer herhalen. Dr. L. Koopmans, president-directeur van de gezonde Ogem-bedrijven in TBI Holdings: “Het bedrag voor de bestuursaansprakelijkheid is peanuts vergeleken met het bedrag dat de banken aan de boedel zullen uitkeren”.

Ophof zegt dat hij niet tegen het Ogem-bestuur wil procederen. “Het aantonen van aansprakelijkheid is buitengewoon complex.” Hij wijst onder meer op de verjaringstermijn. Eén van grootste missers van Ogem was de verwerving van het Duitse bedrijf Beton und Monierbau in 1977. Udink voerde hier onder meer de onderhandelingen. De Hoge Raad betitelde de overneming als wanbeleid, maar dat is als wandaad inmiddels verjaard.

Ophof zei al eerder dat hij zich afvroeg of de fouten die het Ogem-bestuur heeft gemaakt zwaar genoeg zijn voor persoonlijk faillissement. En ook al zouden Udink en de zijnen aansprakelijk zijn gesteld en wellicht tot de bedelstaf zijn gebracht, dan nog zou dat de boedel nauwelijks wat opleveren.

Volgens Koopmans heeft de afwikkeling van het faillissement van Ogem zo lang geduurd - een klein decennium - omdat de curatoren moeite hadden tot een vergelijk te komen met de banken. Want daar viel geld te halen. De Hoge Raad heeft bepaald dat de banken zich, vlak voor de ondergang van Ogem in 1980, zoveel zekerheden hadden toegeëigend dat de andere crediteuren (zoals de leveranciers en de fiscus) daardoor zijn benadeeld. Voor deze verwijtbare handeling, de actio pauliana, moet het bankenconsortium onder leiding van ABN nu na bijna tien jaar touwtrekken boeten. Het zal enkele tientallen miljoenen moeten betalen aan de curatoren. Ophof: “Wij hebben eindelijk een totaaloplossing voor Ogem. Dat betekent het einde van verder procederen”.