NICOLAAS II De laatste tsaar van Rusland - voorlopig

Nicolas II. Le dernier tsar door Henri Troyat 458 blz., Flammarion 1991, f 68,50 ISBN 2 08 066658 4

Nicolas II door Marc Ferro 363 blz., Editions Payot 1990, f 34,50 ISBN 2 228 88403 0

NICHOLAS II. The Last of the Tsars door Marc Ferro 305 blz., Viking 1991 (vert. Brian Pearce), f 68,05 ISBN 0 670 83880 2

Aanvankelijk toonden de Parijse critici dit najaar weinig belangstelling voor Nicolas II. Le dernier tsar, de zestiende biografie van Henri Troyat en de veertiende over historische figuren uit Rusland, zijn land van herkomst. In die lauwheid kwam verandering nadat Vladimir Kirillovitsj, de laatste levende telg van het Romanov-geslacht, afgelopen november een spectaculair bezoek aan St. Petersburg bracht en zelfs allerlei clubjes in Rusland begonnen te praten over terugkeer van de monarchie. Pas toen groeide de belangstelling in de Franse dag- en weekbladen voor dit nieuwste boek van de uiterst ijverige Troyat (77 titels).

Terecht, want Troyat schreef een schitterende biografie van de laatste tsaar, die door Trotski ooit omschreven werd als de minder intelligente uitvoering van Lodewijk XVI. Beiden dansten naar de pijpen van hun echtgenoten. Net als Lodewijk XVI was Nicolas II een brave borst met een dramatische lotsbestemming. Beide vorsten moesten zowel voor hun eigen tekortkomingen als voor die van hun voorgangers met hun leven boeten.

Lef kan Henri Troyat niet worden ontzegd, want nauwelijks een jaar eerder had de bekende historicus Marc Ferro met een levensbeschrijving van dezelfde tsaar hem het gras voor de voeten weggemaaid. De twee biografieën vullen elkaar echter goed aan. Troyat is de meeslepende, populaire verteller van de twee. Ferro is vooral de gerespecteerde vakman die Nicolaas II in de politieke context van zijn regeerperiode (1894-1917) plaatst. Voor inlevingsvermogen moet de lezer bij Troyat terecht, voor de politieke en historische achtergronden is Ferro (auteur van een gezaghebbende biografie van maarschalk Pétain) de aangewezen bron.

De laatste tsaar zag op 16 mei 1868 het levenslicht. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader, Nicolaas I. Al snel bleek hij een in zichzelf gekeerd kind, dat natuurlijke eenvoud uitstraalde. Nicolaas was oppervlakkig en lui, studeren was hem een kwelling. Toen zijn gouverneur hem de geheimen van de staatsinrichting probeerde bij te brengen, peuterde de kroonprins langdurig in zijn neus. Alleen militaire parades en de jacht konden hem bekoren.

In 1891 maakte kroonprins Nicolaas een reis door het Verre Oosten. De tournee kreeg een voortijdig einde, toen in Japan een moordaanslag op hem werd gepleegd. Een litteken op het voorhoofd en scherpe animositeit tegenover Japan vormden de erfenis van dit incident. Japan was voor hem voortaan een natie van "bavianen'. De voor Rusland rampzalig afgelopen oorlog tegen Japan in 1904 was de consequentie van die rancunes.

DE BROEK AAN

Na een affaire met een aantrekkelijke ballerina trad Nicolaas in 1894 in het huwelijk met Alix von Hessen, telg uit een oude Duitse familie die in Engeland was opgevoed. Zij had zich tot de orthodoxe godsdienst bekeerd, en ging vervolgens door het leven als Alexandra Federovna. Vanaf het begin had zij in het huwelijk de broek aan. Toen later dat jaar de vader van Nicolaas, tsaar Alexander III, ernstig ziek werd, schreef zij haar "Nicky': ""Toon je eigen wil en sta niet toe dat anderen vergeten wie je bent.' Veel later, toen de troon van Nicolaas II al wankelde, liet de tsarina hem weten: ""Wees autocratischer, lieveling, laat hun zien waartoe je in staat bent. Wees Peter de Grote en Ivan de Verschrikkelijke, vermorzel ze allen.'

Nog in 1894 overleed Alexander III, die niets van het liberalisme van zijn voorganger Alexander II wilde weten en die Rusland met ijzeren vuist had geregeerd. Nicolaas was op dat moment 26 jaar. Hij had een wat week gezicht, en melancholieke ogen. Op de dag van zijn kroning, twee jaar later, barstte hij in snikken uit. ""Ik ben niet in staat een tsaar te zijn', riep hij vertwijfeld uit.

De kroning van de nieuwe vorst in Moskou, zijn huwelijksdag met Rusland, liep uit op een drama. Door onachtzaamheid van de organisatoren werden honderden feestgangers onder de voet gelopen. Nicolaas II was zich bewust van de ernst van het drama, en zei zich enige tijd in een klooster te willen terugtrekken om voor de slachtoffers te bidden. Maar onder druk van zijn familie besloot hij toch de kroningsfestiviteiten gedeeltelijk te laten doorgaan. Ten onrechte kreeg hij daardoor het stigma van ongevoeligheid.

Nicolaas II leed wel aan een chronisch onvermogen om de consequenties van zijn besluiten te overzien. Steeds opnieuw werd hij heen en weer getrokken tussen zijn wens de levensomstandigheden van zijn volk te verbeteren en de overtuiging dat hij moreel verplicht was het autocratische gezag dat hij van zijn voorouders had geërfd, te beschermen. Nicolaas had dan ook een grondige afkeer van alles wat volgens hem het autocratische karakter van het tsarendom in gevaar kon brengen: de intelligentsia, de joden, de moderniteit. Hij was een aartsconservatief met een geromantiseerde visie van het oude Rusland, en stelde zich onbuigzaam op tegenover de eisen van liberalen en revolutionairen. Die onbuigzaamheid ging echter niet gepaard met het charisma en de besluitvaardigheid die zijn vader wel aan de dag had gelegd.

In januari 1905 beleefde Rusland een nieuw drama. De politie schoot op een ongewapende menigte in St. Petersburg. Balans: honderden doden. Deze "rode zondag' had verstrekkende gevolgen, want hij maakte een einde aan de "heilige band' tussen het Russische volk en zijn tsaar. Zoals gewoonlijk had Nicolaas de ernst van de toestand niet door. Hij begreep niet dat de breuk in vertrouwen minder het werk van revolutionaire partijen was dan van de kortzichtigheid van zijn eigen autocratische bewind.

DOUMA

Onder druk van de politieke en sociale agitatie was Nicolaas gedwongen een gebaar te maken. Hij stemde schoorvoetend toe in de aanwijzing van de eerste Douma (parlement). De concessie was marginaal, want de Douma kreeg geen enkele wetgevende bevoegdheid en de bezittende klassen waren er in de meerderheid. Toch geloofde de tsaar de toekomst van zijn dynastie in de waagschaal te hebben geplaatst. In zijn dagboek noteerde hij op 17 oktober 1905: ""Heer, kom ons te hulp, kalmeer Rusland.'

Mede onder invloed van zijn vrouw, steunde Nicolaas II steeds meer op ultra-nationalistische, antisemitische groepen. De tsaar hekelde ""de joodse kliek', en deed niets om de bloedige pogroms te stoppen. De regeerperiode 1906-1914 werd gekenmerkt door een ganadeloos repressiebeleid. Maar die jaren kenden ook een ongekende economische groei. Dat was vooral het werk van de premiers Witte en Stolypin. Nicolaas had echter grote moeite deze talentvolle medewerkers naast zich te verdragen. Voor geen prijs mocht aan zijn autocratische missie worden getornd.

Nadat Alexandra Federovna haar echtgenoot vier dochters had geschonken, werd in 1903 de troonopvolger Alexis geboren. De vreugde was van korte duur, want de tsarevitsj blijkt een hemofiliepatiënt te zijn. De opvolging was dus niet verzekerd. De gezondheidstoestand van Alexis was slopend voor de ouders, vooral voor de tsarina die met de dag ziekelijker werd.

De morose sfeer ten paleize bood een vruchtbare voedingsbodem voor charlatans, van wie Raspoetin verreweg de beruchtste zou worden. Ras-poetin was een uit Siberië afkomstige zwerver, die gold als begiftigd met hypnotische gaven en intuïtie voor vrouwen. Hij had onhebbelijke manieren, een reputatie vanwege seksuele uitspattingen maar wist zich niettemin bij de Romanovs in te dringen. De tsarina kreeg onbeperkt vertrouwen in Raspoetin, nadat deze enkele malen verlichting in hemofiele crises van Alexis had gebracht. De relaties die Raspoetin met de tsaar en de tsarina onderhield, waren van een patriarchale eenvoud. Ras-poetin noemde hen "pappa' en "mamma', de vorstin had het in haar correspondentie over ""Onze Vriend de door God gezondene'.

Nicolaas was wat minder in de ban van deze onverkwikkelijke figuur dan de tsarina. Maar hij deed wat zijn vrouw zei en weigerde te luisteren naar de vele waarschuwingen over de louche achtergrond van Raspoetin. Een en ander zou het toch al ondermijnde gezag van Nicolaas onherstelbare schade toebrengen.

Van diplomatie had de tsaar evenmin veel weet. Nog in juli 1914 verkondigde hij dat zijn oom, keizer Wilhelm II, te voorzichtig was om zijn land in het avontuur te storten en dat keizer Franz Joseph slechts in vrede wilde sterven. Paradoxaal genoeg leidde het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog tot een tijdelijke toenadering tussen de tsaar en zijn onderdanen. Het volk verdrong zich juichend voor het Winterpaleis. Twintig jaar lang had Nicolaas van die patriottische eenheid gedroomd.

Zelfs de revolutionaire socialisten en de mensjewieken meenden dat de oorlog een tijdelijke toenadering met de regering noodzakelijk maakte. Alleen de bolsjewieken vonden dat de nederlaag van Rusland te verkiezen was boven een overwinning van het tsarisme. Die eensgezindheid was overigens van korte duur. Al snel werd duidelijk dat het Russische leger niet voor zijn taak was berekend.

Ondanks het slechte nieuws van het front bleef de opperbevelhebber, groot-hertog Nicolaievitsj Nicolaas, geliefd bij zijn troepen. De tsaar was afgunstig op die populariteit en nam in 1915 het opperbevel van zijn oom over. Hij schudde de handen van soldaten aan het front, bracht troost aan gewonden, maar was zo verstandig zich niet met strategische zaken in te laten.

VERKEERDE WOORDEN

Tot het laatst toe bleek Nicolaas II blind voor de revolutionaire ontwikkelingen in zijn land. Toen op 25 februari 1917 de toestand in Petrograd (het oude St. Petersburg) onhoudbaar werd, stuurde de tsaar een onnozel telegram: ""Ik geef het bevel tot het stopzetten van troebelen die ongeoorloofd zijn in oorlogstijd.' De verkeerde woorden op het verkeerde moment.

Op 2 maart bezwoeren de belangrijkste generaals hem af te treden. Nicolaas was diep gekrenkt. Dat de politici hem weg wilden hebben, was tot daaraan toe. Maar dat de generaals, de pijlers van de monarchie, nu ook op abdicatie aandrongen, was te veel. Diezelfde avond noteerde hij vol zelfbeklag in zijn dagboek: ""Alles om mij heen is slechts verraad, lafheid, bedrog.'

Toch vertoonde Nicolaas in die dramatische uren waarin het onvermijdelijke zich voltrok ook een ander gezicht. Choelgine, die namens de Douma met de tsaar over diens aftreden had onderhandeld, getuigde: ""De kalmte van de keizer en zijn evidente onverschilligheid waren opvallend. Hij ontdeed zich van zijn rijk zoals een kapitein zich van zijn escadron.'

Aanvankelijk werd de onttroonde Nicolaas teruggebracht naar een paleis nabij Petrograd. De ex-tsaar zaagde er hout en begon een moestuin. Hij verbaasde zijn cipiers door zijn gelijkmatige humeur. De bolsjewieken eisten het hoofd van Nicolaas. Maar Kerenski, leider van de provisorische regering, weigerde ""de Marat van de Russische revolutie te worden.' Omdat de politieke agitatie evenwel verder om zich heen greep, besloot Kerenski de familie in veiligheid te brengen naar een afgelegen interneringsoord: Tobolsk in Siberië.

De bolsjewieken waren ook in Tobolsk nog in de minderheid, en de Romanovs hadden het er zo slecht nog niet. Maar in het voorjaar 1918 kwam hierin verandering. Eind april werd de familie overgebracht naar Jekaterinenburg in de Oeral. Daar vierde de ex-tsaar zijn 50ste verjaardag. De behandeling was er slecht, maar de bewakers waren, zo wil de overlevering, onder de indruk van zijn eenvoud en hoffelijkheid.

In de nacht van de 16de juli werden Nicolaas II, zijn vrouw, hun vijf kinderen en enkele trouwe volgelingen van hun bed gelicht en kort daarop terechtgesteld. De lijken werden in stukken gehakt en verbrand. Een week later trokken de Witten Jekaterinenburg binnen, waar zij de stoffelijke resten vonden.

ANASTASIA

Dat althans is de versie die Henri Troyat aanhoudt. In één cruciaal opzicht verschilt de biografie van Marc Ferro namelijk van die van Troyat. De laatste baseert zich volledig op het rapport van de rechter Nicolas Sokolov, die met de Witten Jekaterinenburg was binnengetrokken. Sokolov concludeerde dat de hele keizerlijke familie op die juli-nacht was vermoord. Dat impliceert dat de jongste dochter van de tsaar, Anastasia, het bloedbad niet kan hebben overleefd.

In zijn slothoofdstuk "Een raadselachtige dood' legt Ferro de bevindingen van rechter Sokolov naast de these, volgens welke alleen de ex-tsaar en zijn zoon zouden zijn vermoord, maar de ex-tsarina en haar vier dochters het leven zou zijn gespaard. Ferro vermijdt zorgvuldig stelling te nemen, al valt er tussen de regels door te lezen dat hij er niet van overtuigd is dat de hele familie destijds is uitgemoord.

Marc Ferro haakt hiermee in op de aloude geruchten dat een of meer van de vrouwelijke Romanovs er destijds het leven zouden hebben afgebracht. Hij lijkt in dit opzicht onvoldoende weerstand te hebben geboden aan de Franse neiging om overal complotten en mysteries achter te zoeken. Naar alle waarschijnlijkheid zijn op 16 juli 1918 wel degelijk alle Romanovs vermoord. Nerveus geworden door de nadering van het Witte leger, besloot de plaatselijke sovjet de hele dynastie op te ruimen. Naderhand werd deze terechtstelling door Lenin gedekt.