Maria geboren uit Russische kanonnen

In het jaar 430 verscheen de Maagd Maria bij Le Puy. Toen paus Leo IX in 1854 het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis afkondigde, was dat een goede aanleiding om haar verschijning met een indrukwekkend standbeeld te eren. Het materiaal voor het beeld werd door Franse soldaten uit Sebastopol gehaald.

LE PUY-EN-VELAY, 4 JAN. Bij de nadering van de stad Le Puy speelt de muziekzender RFM ("plus de musique, moins de bla bla') op de autoradio een vreemd chanson. Een Franse zanger reciteert onnavolgbaar somber zijn gevoelens over een zelfmoord. Na elk couplet zingt een dameskoortje een belachelijk Engels refrein, zoals men elders zelden hoort: “So sorry Angel, sorry so”. Op de uitgedoofde vulkanen van Auvergne die de stad omringen, zien de dennebossen er plotseling dreigend duister uit. Het regent, alleen boven de "Notre-Dame de France' breekt wat zonlicht door. Dat is nauwelijks toeval, zo zal later blijken.

De Notre-Dame de France is, om de altijd openhartige Rough Guide France (Harrap-Columbus, Londen) te citeren, een "fabulous monster'. Het standbeeld van Maria met het kind op de (rechter) arm, dat op zijn beurt een zegenende arm opheft in de richting van de 50.000 inwoners van de agglomeratie van Le Puy, is zestien meter hoog, staat op een voetstuk van 6,70 meter en is geplaatst op een enorme rots die 132 meter boven het stadhuis uitsteekt. Maar de leninistische afmetingen, hoe indrukwekkend ook, zijn niet het meest bijzondere van deze schepping. Bijzonder is vooral het materiaal waarvan het beeld is gemaakt: gietijzer, gesmolten uit 213 Russische kanonnen uit Sebastopol.

Is de Notre-Dame de France, die vorig jaar door 158.000 gelovigen en toeristen werd bezocht, een geslaagd voorbeeld van "zwaarden tot ploegscharen', waarover de profeet Jesaja en de christelijke vredesbeweging spreken?

De vraag is actueel nu de natie Rusland onder leiding van de imperiale Boris is herboren, 27.000 kernwapens over vier voormalige Sovjet-republieken staan verspreid en tienduizenden tanks voor en achter de Oeral wachten op een bestemming. Maar de geschiedenis van de omgesmede kanonnen uit Sebastopol levert geen bruikbare antwoorden op.

Le Puy - sinds drie jaar officieel Le Puy-en-Velay - is sinds eeuwen een zeer religieuze plaats. Op de rots Corneille ("kauwtje') waar de roodgeverfde Maria staat, vereerden de Kelten al drie millennia een dolmen, een plat stenen grafmonument dat later een plaats kreeg in de sombere uit lava opgetrokken kathedraal aan de voet van de rots. Sinds de Maagd zich - volgens de overlevering - in het jaar 430 openbaarde aan een "matrone', is Le Puy het doel van bedevaarten. Halverwege de elfde eeuw stelde paus Leo IX al per bul vast dat de Maagd “nergens specialer” dan in Le Puy werd vereerd.

De rots Corneille (wat ook versterkte omheining kan betekenen) die de stad en haar wijde omgeving domineert, is een logisch voetstuk voor zo'n kolossaal standbeeld. Na enkele vage plannen daartoe besloot de plaatselijke bisschop Joseph-Auguste-Victorin de Morlhon omstreeks 1850 tot een grote nationale actie met als doel een Mariabeeld ter ere van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis dat enkele jaren later, op 8 december 1854, door paus Pius IX zou worden afgekondigd. Er kwam een inzameling van de benodigde gelden - de gemeenteraad van Le Puy stelde onmiddellijk 3.000 francs (in drie jaar) beschikbaar - en er werd een wedstrijd onder beeldhouwers uitgeschreven met 3.000 francs als prijs voor de winnaar.

De gedetailleerde voorwaarden die de kunstenaars bij het maken van “ten minste 50 centimeter hoge ontwerpen” in acht moesten nemen, vermeldden onder andere dat het uiteindelijke “monument waarschijnlijk vijftien tot zeventien meter hoog zou worden”. Het lag in de bedoeling in het hoofd van Maria een kleine kapel in te richten. Van welk materiaal het beeld zou moeten worden gemaakt, werd aan de kunstenaars overgelaten, zij het dat marmer en steen werden uitgesloten. Van de in totaal 53 inzendingen uit Parijs (17), andere Franse steden, Duitsland, België en Italië werd het ontwerp van de toen al bekende Parijse beeldhouwer Jean Bonnassieux uitverkoren. Een zekere Rinn uit het Beierse Spire werd tweede en verdiende daarmee 500 francs.

Bonnassieux die carrière zou maken en “als goed christen stierf” (aldus Auguste Faux, voormalig koster van de kathedraal van Le Puy en auteur van een standaardwerk over de Notre-Dame de France), wilde zijn beeld in brons gieten. De daaraan verbonden kosten waren hoog: de schattingen liepen uiteen van 190.000 tot 600.000 francs. De laagste calculatie kwam van de firma Ets. Prénat in Givors in de Rhônevallei, aan wie het contract twee jaar later, in 1856, werd gegund. De nationale inzamelingsactie van bisschop De Morlhon had toen nog maar 150.000 francs opgeleverd - te weinig. Maar er zou meer geld binnenkomen.

De bisschop van Le Puy had zich echter al eerder vertrouwd gemaakt met een idee dat hem was gesuggereerd door de goed-katholieke generaal Pelissier die voor de Franse eer (en belangen) streed in Sebastopol. De Krimoorlog, die Rusland in 1853 zonder oorlogsverklaring begon tegen het Ottomaanse rijk, is om allerlei redenen beroemd geworden. In Engeland - en in de journalistiek - omdat The Times als eerste krant ter wereld verslag deed vanaf het slagveld waar de "Light Brigade' zijn dwaze charge uitvoerde, en in Frankrijk als een van de “grote oorlogen van het Derde Keizerrijk” (van Napoleon III). Frankrijk en Groot-Brittannië schoten de "zieke man' van Europa te hulp om te voorkomen dat het keizerlijke Rusland de zeestraat van de Dardanellen in bezit zou krijgen. De campagne zou ertoe leiden dat Balaclava, een plaats op de Krim, in de Engelse woordenschat een vaste plaats verwierf (voor een muts die alleen het gezicht onbedekt laat). Ook in Parijs herinnert menige naam - de Seinebrug Alma en de boulevards Malakoff en Sebastopol - aan Franse roem bij nederlagen en overwinningen in die oorlog, waarin aan Franse zijde overigens meer soldaten stierven aan ziekten dan aan kogels.

Generaal Pelissier was de opperbevelhebber van de 115.000 man Franse troepen (naast de 32.000 Engelsen, 55.000 Turken en 17.000 Piemontezen) die de zwaar versterkte vesting Sebastopol na een beleg van 349 dagen op 9 september 1855 veroverde en daarmee het imperiale Rusland van tsaar Nicolaas III tot beëindiging van de oorlog dwong. Enkele maanden eerder, in juni, enkele dagen nadat hij een zware nederlaag had geleden in de strijd om de toren Malakoff, schreef de vrome ijzervreter, die wist van het plan voor het kolossale standbeeld, aan bisschop De Morlhon: “Monseigneur, als u me wilt geloven, zoek dan Napoleon III op en vraag hem om het metaal van de kanonnen van Sebastopol. De keizer zal ons vragen ze te nemen en we zullen ze nemen”.

De bisschop geloofde de generaal. Drie dagen voordat Pelissier de beslissende slag begon - om twaalf uur op 8 september, de dag van het feest van de geboorte van de Heilige Maagd - ontving keizer Napoleon III de bisschop uit Le Puy, die de “verheven leider van de natie” om goud en brons vroeg. “Goud (voor de inzamelingsactie) en brons omdat Onze Lieve Vrouwe van de Overwinningen u er al vele gegeven heeft en zich gereed maakt om u er weldra meer te geven. Kanonnen veroverd op de Russen, veranderd in een kolossaal standbeeld van Notre-Dame de France, dat moet een van de grootste verworvenheden van uw regeerperiode zijn...”

De keizer stelde prompt tienduizend franc voor het grote Maria-beeld ter beschikking (de keizerin deed met 2.000 francs ook een duit in het zakje), maar hij wees er 'glimlachend' (wat weet een bisschop van kanonnen) op, dat de Russische kanonnen van gietijzer en niet van brons waren gemaakt. De bisschop reageerde gevat met de opmerking dat “ijzer het voordeel heeft dat het in geval van nood niet de hebzucht opwekt”. Deze wijsheid zou bijna een eeuw later, in de Tweede Wereldoorlog, haar waarde bewijzen: de Duitse bezetters toonden aanvankelijk belangstelling voor de Maria van Le Puy in de veronderstelling dat het beeld van brons was gemaakt. Napoleon III beloofde de bisschop de Russische kanonnen. Een half jaar later werden 231 stuks, met een totaal gewicht van 150 ton, afgeleverd bij de firma Prénat, hoogovens en gieterijen, in Givors.

De constructie van het beeld was een ongekend karwei, waarmee drie jaar gemoeid was. Vader en zoon Fournier, werkzaam bij deze onderneming, hetzelfde tweetal dat verantwoordelijk was voor de extreem lage calculatie van 190.000 francs, maakten aan de hand van het ontwerp van Bonnassieux op de millimeter nauwkeurig het beeld van zestien meter hoog. Ze gebruikten eerst (versterkte) aarde en daarna gips, dat in lagen van soms vijftien centimeters dik werd aangebracht. Het gips werd na goedkeuring van de kunstenaar, “die enkele details veranderde”, verdeeld in 105 stukken en daarna kon met het gieten worden begonnen. De 105 ijzeren onderdelen werden later, op de rots Corneille, met enkele honderden vijftien centimeter lange bouten en schroeven met elkaar verbonden.

Het 110 ton wegende beeld, dat op een voetstuk staat, waarin nog eens enkele tientallen tonnen kanonijzer zijn verwerkt, werd op 12 september 1860 ingezegend, een plechtigheid waarbij de voor die tijd enorme menigte van 120.000 mensen aanwezig was. De Notre-Dame was een soort Godswonder met een Maria met zeven meter lange haren, een zeventien meter lange slang die ze met haar 1,92 meter grote voet verplettert en een Jezus met een hoofdomtrek van 4,80 meter en zijn opgeheven zegenende armpje van 600 kilo zwaar.

In hetzelfde jaar verscheen een boek ("Het kolossale standbeeld van N.-D. de France') van de hand van Fournier Sr. die zich daarin - soms onbedoeld humoristisch - beklaagde over de geringe aandacht die zijn meesterstuk had gekregen. Fournier: “Het succes van mijn zoon met het model van het hoofd van Jezus (...) en mijn berekeningen hebben me niet de eer verschaft mijn naam op de hoek van maar een onderdeel te mogen vermelden”. En: “Om het grote model te maken en (overeind) te houden met een kind van 20.000 kilo, vroeg meer inventiviteit dan de heer Bonnassieux had kunnen vermoeden”.

De naam Fournier is inderdaad nergens terug te vinden, terwijl de naam van de ontwerper in gouden letters op het voetstuk op de Corneille wordt vermeld. Bisschop De Morlhon is op de rots eveneens bedacht met een standbeeld: vol piëteit kijkt hij van twintig meter afstand op naar de Maagd. Het religieuze gietijzer heeft de tijd des tands goed doorstaan, net als de acht bijna op speelgoed lijkende Russische kanonnen van nauwelijks anderhalve meter lengte die her en der op de Corneille zijn geplaatst ter illustratie van deze merkwaardige conversie. Alleen enkele luikjes op de drie etages binnenin het beeld functioneren niet meer en de trap naar het deksel waarmee Maria's hoofd wordt afgesloten - van een kleine kapel is het nooit gekomen - is te gevaarlijk om gebruikt te kunnen worden.

Het beeld is dan ook steeds goed onderhouden, wat van Le Puy ook verwacht mag worden omdat de inzamelingsactie van bisschop De Morlhon uiteindelijk bijna 330.000 francs opleverde, genoeg om nog wat achter de hand te hebben. Heel gelovig Frankrijk had in navolging van de keizer zijn bijdrage geleverd. En er waren zelfs giften uit Cayenne, de beruchte strafkolonie naast Suriname, waar volgens een brief uit 1857 zelfs “vijftien Arabieren elk een stuiver hadden afgestaan”. Ook Constantinopel toonde zich dankbaar voor de Franse hulp in de strijd tegen de Russen op de Krim. “Verscheidene Turkse kinderen hebben vrijwillig ten faveure van de Notre-Dame datgene geofferd wat de sultan hun voor hun plezier had gegeven”, aldus een brief uit 1857.

Eens in de tien á vijftien jaar een verfbeurt tegen roestvorming - meer eist het beeld niet. In 1986 gebeurde dat voor het laatst. Na alle Bonnassieux-bronsgroen van voorheen werd rode verf gebruikt, “iets te rood” zo menen veel inwoners van Le Puy.

Bij de inzegening van de Notre-Dame de France in 1860 was het, zo vermeldt de geschiedenis, slecht weer. Er brak slechts één zonnestraal door het wolkendek, maar die belichtte dan ook het gezicht van de Maagd - net zoals het geval was toen paus Leo IX, gezeten in het Vaticaan, even door zonlicht werd beschenen toen hij het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis voorlas terwijl buiten een donderend onweer woedde.

In Le Puy zijn, wat de Franse radio ook hier moge uitzenden, de wonderen misschien de wereld nog niet uit. In het binnenste van de Notre-Dame de France wijzen ook de religieuze grafiti in die richting. Naast smeekbeden in balpen voor familie, werk en gezondheid staat raadselachtig geschreven "Hallo Stefan, hier ist es echt ohne Dich'. Maar op de stralende dag dat ik het beeld van Onze Lieve Vrouwe van de Overwinningen bezoek, is het woord ploegscharen nergens te zien.