Kosto wijst verhoren kind in principe af

DEN HAAG, 4 JAN. Staatssecretaris Kosto van justitie vindt dat de vreemdelingendiensten in beginsel moeten afzien van het ondervragen van kinderen.

Kosto stelt dat in schriftelijke antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer over het horen van een negenjarige jongen door de vreemdelingendienst van Rotterdam. De jongen werd op zijn school ondervraagd, omdat het vermoeden bestond dat zijn moeder via een schijnhuwelijk een buitenlandse man aan een verblijfsvergunning had willen helpen. Kosto is het in dit geval wel eens met de opvatting van de chef van de Rotterdamse vreemdelingenpolitie dat het horen van de jongen “niet onverantwoord” was, maar hij schrijft de Kamer dat een vreemdelingendienst “zich in beginsel van andere mogelijkheden moet bedienen om achter het karakter van een verbintenis te komen”.