Haagse grabbelton

VOLGENS de Miljoenennota zal de rijksoverheid dit jaar 149.477 ambtenaren mogen tellen: ruim 2.000 minder dan in 1991. Den Haag maakt er werk van. Zeiden CDA en PvdA niet in hun regeerakkoord van 1989 dat aan de reorganisatie van de rijksdienst “opnieuw inhoud” zou worden gegeven? Welaan, grote efficiency, decentralisatie, kerntaken, het zijn trefwoorden die ambtenaren vanaf ongeveer schaal 14 tegenwoordig uiterst vertrouwd in de oren klinken.

Het afgelopen jaar was het jaar van de doorbraak op ambtelijk niveau. Het onderwerp "nieuwe overheid' werd voor de secretarissen-generaal bespreekbaar. Hadden zij zich lang laten leiden door het non-interventiebeginsel, vorig jaar vormden zij onder leiding van de secretaris-generaal van het ministerie van justitie, Van Dinter, een soort schaduwministerraad om de voorgenomen afslanking van het ambtenarenapparaat daadwerkelijk vorm te geven. De tijd van de ponds-pondsgewijze verdeling van de pijn was voorbij, er moesten nu echte keuzen worden gemaakt.

ZONDER richtinggevende opdracht van de politiek verantwoordelijken, behalve dan dat het minder en beter moest, ging de ambtelijke top met zichzelf in de slag. Waarmee nog eens het beeld werd bevestigd dat Nederland wordt geregeerd door de ambtenaren. “Druk bezette politici komen hier niet echt aan toe. Die zijn bezig met belangenbehartiging”, sprak een betrokken ambtenaar vergoelijkend.

Maar op een gegeven moment loopt de zaak dan toch vast. In november vroegen de secretarissen-generaal het kabinet in een brief om concreet aan te geven welke nu de politieke uitgangspunten waren voor een nieuwe overheid. Wat waren de kerntaken en welke departementen moesten worden samengevoegd? De ambtenaren hebben inderdaad recht op een spoedig antwoord van de politiek. Het is een vraag die zij onmogelijk kunnen, en niet eens mogen beantwoorden. Maar zodra deze vraag aan de orde komt, blijft de verkokerde politiek het antwoord schuldig. De generieke reducties van het ambtenarenapparaat in de jaren tachtig en het moeizame verloop van de door het huidige kabinet geïntroduceerde grote efficiency-operatie hebben duidelijk gemaakt dat de materie zonder een expliciete doelstelling die verder gaat dan alleen maar een "financiële taakstelling' uitermate moerassig blijft.

CDA-fractievoorzitter Brinkman - die zegt veel oog voor het bestuur te hebben - heeft onlangs bepleit het ministerie van VROM met dat van verkeer en waterstaat samen te voegen en hetzelfde te doen met de ministeries van justitie en binnenlandse zaken. De taken van het ministerie van WVC zouden moeten worden verdeeld over die van sociale zaken en onderwijs. Vanuit de PvdA viel nog het pleidooi te beluisteren dat de werkzaamheden van het ministerie van landbouw wel zouden kunnen worden ondergebracht bij die van economische zaken en VROM.

EN ZO GRAAIT iedereen uit de grabbelton die al sinds jaar en dag in Den Haag staat opgesteld, die gevuld is en nog steeds wordt gevuld met de rapporten van talrijke commissies. De volgende die zich met de departementale herindeling mag bezighouden is oud-VVD-leider Wiegel: in het kader van de activiteiten van de commissie-Deetman gaat hij hiernaar een onderzoek verrichten. Aangezien ook in het kabinet de gedachtenvorming doorgaat, is er aan studie dus geen gebrek en liggen er straks weer ten minste twee rapporten. Voordat die politiek zijn afgehandeld is het waarschijnlijk al weer te laat om tijdens de eerstvolgende kabinetsformatie (het enige geschikte moment voor departementale herindeling) op een ordentelijke wijze concreet beleid te ontwikkelen. Rapporten en studies zijn er voldoende, het komt nu aan op het maken van keuzen.