GODFATHER

Boss of Bosses. The Fall of The Godfather: The FBI and Paul Castellano door J. F. O'Brien & Andris Kurins 285 blz., Simon & Schuster 1991, f 49,50 ISBN 0 671 70815 5

Tot aan het begin van de jaren tachtig kon de Amerikaanse mafia redelijk ongestoord haar gang gaan. Getuigen hulden zich in stilzwijgen, medeplichtigen waren hun tong verloren en de opdrachtgevers wasten hun handen in onschuld. De FBI zette pas zo'n tien jaar geleden alle zeilen bij om de wijde vertakkingen van de georganiseerde misdaad aan te pakken. Het eerste mikpunt werd de Gambino-familie in New York en vooral de onbetwiste Godfather Paul Castellano. ”Big Paul' zwaaide van 1976 tot 1985 de scepter over de onderwereld van New York en geen fles drank werd verkocht aan de grote hotels in Manhattan zonder provisie voor de Gambino-familie. Vuilnis werd alleen opgehaald als Big Paul daarvoor een extra betaling kreeg. De cementprijs in New York was twee keer zo hoog als in de rest van de Verenigde Staten: het verschil verdween in de zak van Castellano.

Joseph O'Brien en Adris Kurins maakten vanaf 1981 deel uit van een kleine groep gespecialiseerde FBI-agenten die harde bewijzen tegen Paul Castellano, de 300 leden van de Gambino-familie en hun duizenden handlangers moesten verzamelen. Nu hebben zij hun belevenissen opgetekend in Boss of Bosses, een sappig, en soms al te sappig boek.

De val van Big Paul werd ingeluid met een waagstukje van de FBI toen in zijn kolossale huis een afluistermicrofoon werd geplaatst. De opgenomen gesprekken beslaan zo'n 3000 uitgetypte vellen en leverden voldoende materiaal op om Paul Castellano en een groot aantal van zijn maten te arresteren. De auteurs onthullen ook het onstuimige liefdesleven van de mafia-leider. Castellano onderhield innige banden met zijn inwonende Colombiaanse dienstmeisje. Onder het toeziend oog van mama Castellano gedroeg de 65-plusser zich als een verliefde puber. Ouderdomsgebreken stonden aanvankelijk een intensief liefdesleven in de weg, maar de ”capo di capi' had er een forse medische ingreep voor over om metterdaad het liefdespad te bewandelen.

De details hieromtrent worden afgewisseld met een beschrijving van de ””goede manier'' en het ””milde karakter'' van de man die met het optrekken van zijn wenkbrauw een doodvonnis kon uitspreken.

De onthullingen over zijn liefdesperikelen waren een persoonlijke vernedering en het feit dat hij was afgeluisterd werd hem fataal. Op 16 december 1985 werd Big Paul in het hartje van Manhattan doodgeschoten, toen hij op borgtocht was vrij gelaten. Zijn vroegere mafia-vrienden waren bang dat hij hen tijdens het proces zou verlinken. ””Zij deden het sneller, maar wij deden het beter,'' schrijven O'Brien en Kurins koeltjes over de liquidatie.