Fictie

Het zal de Sardiniërs slecht zijn vergaan als zij met sardonisch gelach hun ouden van de rotsen gooiden.

Zij zijn namelijk ooit ook oud geworden en hebben hetzelfde lot ondergaan of zijn vroeger of later op soms onaangenamer wijze aan hun eind gekomen. Men moet uit enige mogelijkheden de minst kwade kiezen. Nu is niet-sterven er niet bij. Is het zo vreemd dat wie gesteld is op vrijheid zèlf de tijd en de wijze van sterven wil bepalen wanneer de kwaliteit van het leven afneemt?

Het artikel van de historicus Anton van Hooff (NRC Handelsblad, 17 december) verschafte ons op amusante wijze vele variaties op het thema dat het aannemelijk is dat de oude mens het lot in eigen hand wil nemen. Het wachten is nu op een groter opgezet wetenschappelijk onderzoek waaruit de verbreiding van dit streven door de eeuwen heen blijkt. Misschien rustte er wel een taboe op en blijft het daarom bij vage berichten.

Van Hooff schetst een sociaal-culturele ontwikkeling, waarbij hij uitgaat van de premisse dat H. Drion van staatswege pillen voor zelfdoding wil laten uitdelen zonder dat daarom door oude mensen is gevraagd. Daarnaast oppert hij dat er een sociale dwang zal ontstaan waardoor een oud mens zich genoodzaakt zal voelen er om te vragen.

Maar net zo goed als hij van Drions utopie spreekt is zijn eigen mening een fictie. Voorspellen van sociaal-culturele patronen lijkt mij moeilijk. Van Hooff maakt zich zorgen dat de maatschappij kwesties van zijn en niet-zijn gaat regelen. Maar dat doet de maatschappij toch al? Wie zou willen kiezen voor niet-zijn loopt tegen obstakels op en moet inderdaad een van de beschreven varianten van "gemeenschappen van net over de horizon' kiezen, maar al te gruwelijk aanwezig in deze maatschappij in plaats van de milde dood, die de ontwikkeling van de wetenschap kan verschaffen. Misschien zal van het aanbod niet zó grif worden gebruik gemaakt - evenals vroeger op Keos - als de zekerheid ervan de kwaliteit van het resterende leven verbetert en het niet meer is: Certum est et inevitabile fatum (Curtius, Hist. Alex. 4,6).