Ernstig olietekort teistert Mongolië

ULAN BATOR, 4 JAN. “Als er niet spoedig meer olie uit de Russische republiek komt, zullen de Mongolen zich te paard moeten gaan verplaatsen.” Dit zegt een hoge ambtenaar in de Mongoolse hoofdstad over het ernstige tekort aan brandstoffen dat dit Centraal-Aziatische land sinds kort teistert door een drastische vermindering van de olie-aanvoer uit Rusland.

Mongolië is ongeveer 35 maal zo groot als Nederland en heeft 2,1 miljoen inwoners. Volgens de staatsoliemaatschappij heeft het land nog maar voor twee weken benzine en dieselolie in voorraad, maar dan moet er heel zuinig met deze reserve worden omgesprongen. Openbaar vervoer, wegtransport en luchtvaart zijn sterk verminderd en benzine wordt gerantsoeneerd.

Mongolië is praktisch geheel afhankelijk van Rusland voor de import van olie en brandstoffen, maar de economische problemen in die republiek hebben sinds eind vorige week gezorgd voor een sterke vermindering in de aanvoer, ver beneden de overeengekomen hoeveelheden. Hervatting van de leveranties is onzeker omdat er nog nieuwe contracten moeten worden afgesloten.

Meer dan 70 jaar, sinds de Russische revolutie van 1917, was Mongolië politiek en economisch een satellietland van de Sovjet-Unie. Twee jaar van democratische hervormingen hebben de afhankelijkheid van de grote noorderbuur echter nog niet verminderd.

Produktievermindering bij de grote Russische raffinaderijen leidde vorig jaar al tot een vermindering in de aanvoer van brandstoffen tot 570.000 ton, ongeveer driekwart van de Mongoolse behoefte. “Onze reserves zijn nu op het laagste peil van de afgelopen tien jaar”, zegt mevrouw J. Oyungerel, algemeen directeur van de Mongoolse olie import- en distributiemaatschappij. In afgelegen delen in het Westen van het land is er nu alleen nog brandstof voor ambulances en brandweerauto's.

De Mongoolse regering heeft nieuwe plannen ontvouwd om internationale organisaties noodhulp te vragen voor de aanschaf van brandstoffen op de wereldmarkt. Tot nu toe hebben buitenlandse instellingen voor een totaal van 155 miljoen dollar aan hulp aangeboden, maar slechts een klein deel van dat bedrag mag voor de invoer van olieprodukten worden bestemd. “Wij hadden bij onze eerste aanvragen geen brandstoffen op de lijst van importbehoeften geplaatst, omdat de voorziening uit Rusland toen nog goed liep”, aldus onderminister Doyod van handel en industrie. (AP)