Debat over sociale dienstplicht is niet teveel gevraagd

Ton de Kok, lid van de Tweede-Kamerfractie van het CDA, heeft al afscheid genomen van de militaire dienstplicht. Zijn grootste zorg lijkt het zo snel mogelijk te komen tot invoering van een sociale dienstplicht. Een sociale brandweer die beroepskrachten in sectoren als cultuur en welzijn meer armslag geeft. Hij spoort "politieke angsthazen' aan eindelijk te komen tot een debat over de sociale dienstplicht. Daarbij vallen de volgende kanttekeningen te maken.

Het politieke debat over de militaire dienstplicht is nog niet afgerond. Dit debat concentreert zich voornamelijk op het verminderde draagvlak van de militaire dienstplicht in de samenleving. Het particuliere offer dat een dienstplichtige brengt, wordt te groot. De maatschappelijke achterstand die een dienstplichtige oploopt is te groot. Dit laatste werd recent aangetoond in een onderzoek van VVDM en de Stichting Maatschappij en Krijgsmacht ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de VVDM.

De deelnemers aan het debat leggen daarbij weinig gewicht op de andere kant van de weegschaal, op het maatschappelijke aspect aan de dienstplicht. Dienstplicht vormt een instrument voor democratisering van de krijgsmacht, voor het behoud van een band tussen krijgsmacht en maatschappij alsmede voor het creëren van openheid in de krijgsmacht. Dat heeft niet zoveel te maken met een minder democratische opstelling van beroepsmilitairen. Vooral moet worden gedacht aan de vrije en onafhankelijke opstelling die dienstplichtigen en hun vakverenigingen zich kunnen veroorloven. Deze opstelling vindt onder meer zijn wortels in de gedwongen aanwezigheid van dienstplichtigen. De roerige geschiedenis van de VVDM mag hier als voorbeeld dienen.

Bij een verscheiden van de dienstplicht moeten er randvoorwaarden in het leven worden geroepen die genoemde democratisering, band en openheid zoveel mogelijk waarborgen. Deze randvoorwaarden liggen vooral in de emancipatie van militairen tot volwaardige werknemers met bijbehorende rechtspositie en arbeidsvoorwaarden. De militair moet individueel, op de werkplek, op de kazerne en op collectief niveau mee kunnen beslissen over zijn arbeid. Ook verdienen de vakorganisaties van militairen versterking op het gebied van uitoefening van vakbondsrechten.

Een ander punt van zorg is de invulling van een eventuele sociale dienstplicht. Welke garanties zijn er, dat door een sociaal dienstplichtige te vervullen functies niet dezelfde mankementen vertonen als nu bij een dienstplichtig militair? Dienstplichtige militairen verrichten niet altijd even zinvolle functies. Verveling en leegloop zijn vaak aan te wijzen als oorzaak van gewelddadig gedrag. Volgens Ton de Kok moet de sociale dienstplicht ingezet worden daar “waar de beroepskrachten hun kostbare tijd besteden aan klusjes die ook door een ongeschoolde zouden kunnen worden gedaan”. Een ongeschoolde? Betekent dat ook voor sociaal dienstplichtigen een forse maatschappelijk achterstand, een mindere rechtspositie en arbeidsvoorwaarden op bijstandsniveau zoals nu voor dienstplichtig militiaren geldt?

Sociale dienstplicht wordt vaak gezien als oplossing voor de grote maatschappelijke problemen van nu. Op die plekken waar de overheid en de samenleving tekort dreigen te schieten wordt een potentieel aan jonge en goedkope arbeidskrachten ingezet. Dat biedt geen perspectief voor werkenden in deze sectoren. Zij zullen te maken krijgen met "valse' concurrentie en verlies aan reguliere werkgelegenheid. Voor jongeren en jongere werknemers is de sociale dienstplicht een maatregel met vooral a-sociale gevolgen.

Ton de Kok wil een onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid van sociale dienstplicht. Dat lijkt niet te veel gevraagd. Voordat we daaraan toe zijn zal er echter eerst een politieke beslissing moeten worden genomen over de militaire dienstplicht. Die politieke beslissing, die politieke duidelijkheid, is door de Tweede Kamer uitgesteld met de instelling van de commissie-Meijer. Pas na die beslissing liggen de mogelijkheden open voor een breed onderzoek en zuiver debat over de sociale dienstplicht.