De zendingsijver van Flip de Kam; "Ik heb de kaartenhuizen van de politici te vaak zien instorten'

Flip de Kam (45), hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, behoort tot de spraakmakende financiële specialisten in de PvdA. Hij publiceerde de afgelopen jaren een stroom van boeken en artikelen over de politiek-economische situatie in Nederland. Vaak was hij zeer kritisch over het beleid van zijn eigen partij. Maar de PvdA moet blijven. "Juist een linkse partij moet er alert op zijn dat uitkeringen terecht worden uitgekeerd.'

"De komende 45 jaar krijgen we een ongelooflijke druk op het sociale stelsel door de vergrijzing. Volgens mij koerst Nederland af op de discussie: wat gaat het eerst voor de bijl: het niveau van het minimum of de bovenminimale uitkeringen? Ik hoop vurig dat de PvdA dan zal zeggen: de vloer, het minimum dus, is het belangrijkst, de rest is room.''

Flip de Kam in het huis dat hij met zijn vrouw bewoont aan een rivier, die door het oude hart van Groningen loopt. In trui en op pantoffels is hij met zijn jongensachtige uiterlijk en lichte stem every inch de huiskamergeleerde, die verongelijkte politici van hem en zijn collega's plegen te maken. Maar de schijn bedriegt, want in zijn studeerkamer wordt hij omringd door de parafernalia van de moderne cummunicatie: huiscomputer en fax. De studeerkamer is zijn privé-domein, de buitenwereld zijn werkterrein: boeken, columns, colleges, lezingen, commissies (Oort, Stevens), "de economenclub' van de PvdA.

Bij het raam van zijn studeerkamer hangt een citaat van Louis Couperus uit Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan, gekozen door zijn vrouw: ""...en werken, veel werken, en zó vergeten... Altijd, altijd maar werken; dan dacht je zo niet aan je eigen en aan al die angstige dingen...''

Werk is de kern van uw bestaan?

""Jaaa... samen met een paar persoonlijke relaties, zaken als kunst en literatuur. Het is een vorm van eenzijdigheid als je werken zó leuk vindt, maar ik zou het niet meer anders willen. Ik ben erg blij dat ik niet tot de mensen hoor die hun werk als een noodzakelijk kwaad zien en blij zijn als het om vijf uur achter de rug is. Ik werk elke dag, ook in de weekeinden. Vakanties houd ik nooit langer dan twee weken vol.''

Hij vertelt met een nooit versagend flux de bouche over zijn jeugd in het Drentse Coevorden. ""Een echt anti-revolutionair nest. Mijn vader was secretaris van de ARP in Coevorden. Wij kregen alle klassieke waarden mee: hard werken, niet klagen. Als iets niet lukt, is het je eigen schuld; als het wèl lukt, is het niet je eigen verdienste, maar is het je gegeven, zonder dat je er eigenlijk recht op hebt.

""Een voedingsbodem voor workaholics, zo'n gereformeerd milieu, maar ik ben dankbaar voor die achtergrond. Ik heb nooit de behoefte gehad me ertegen af te zetten, ook al ben ik allang geen belijdend christen meer. In 1962, net voordat ik ging studeren, kwam het eerste boek van Wolkers uit. Ik herkende wel dingen, maar ik dacht ook: moet je je daar nou zo vreselijk druk over maken? Mijn houding tegenover het gereformeerde geloof is meer die van Maarten 't Hart, die laat zien dat er in die wereld ook veel relativering was.

""Ik heb het geloof niet nodig voor de zingeving van mijn leven. Wat ik wèl heb overgeërfd van mijn vader is de zendingsijver. Het plezier in lesgeven, dingen uitleggen aan mensen. Mijn vader was leraar op de mulo in Coevorden. Hij is overleden toen ik veertien was.

""Studenten en partijleden in de afdelingen vinden dat ik helder kan uitleggen. Ze hoeven het niet met me eens te zijn, het is belangrijker dat ze inzien dat economie een kwestie is van afspraken die je institutioneel met elkaar in een samenleving maakt. Het economische proces is vervolgens de uitkomst van miljoenen keuzen die mensen maken. Het is geen autonoom proces dat over je heenkomt.''

De vroege dood van zijn vader bepaalde zijn studiekeuze: de Belastingacademie in Rotterdam. ""Een beroepsopleiding waarbij je al na drie jaar een soort studieloon kreeg. Belangrijk voor mijn moeder, want ik had nog drie jongere broers. We deden met meer dan achthonderd kandidaten toelatingsexamen, daarvan werden er dertig geselecteerd. Die waren ervan verzekerd dat ze carrière konden maken bij de belastingdienst. Halverwege werd de opleiding ondergebracht bij de Leidse universiteit, daar ben ik afgestudeerd in het belastingrecht.''

Zijn "studie' economie volgde hij later in de praktijk: de Nederlandse politiek. Via een zoon van Anne Vondeling kwam hij in 1971 als medewerker bij de Tweede-Kamerfractie van de PvdA terecht. Daar ontmoette hij de coryfeeën van de partij: Den Uyl, Vondeling, Pronk, Meijer, Oele, Van Dam, Van Thijn. ""In de politiek kreeg ik een stoomcursus praktische economie van de publieke sector. Ik was fiscaal jurist, geen econoom. Later ben ik me steeds meer theoretisch gaan verdiepen, wat tot mijn huidige leeropdracht heeft geleid.

""Die politiek, dat was voor mij een grote bevrijding. Ik had inmiddels tweeëneenhalf jaar bij de belastingdienst gewerkt als adjunct-inspecteur. Een zeer ambtelijke dienst, met de politie en het leger destijds behorend tot de meest hiërarchische organisaties van de Nederlandse ambtenarij. En dan kom je ineens in het hectische politieke bedrijf terecht. Ik was toen nog vrijgezel en ik bracht zowat al mijn tijd door aan het Binnenhof. Dat hectische van de politiek staat me nu tegen, maar voor een nieuweling is het fantastisch.''

In 1973 trad de regering-Den Uyl aan. Wanneer kwamen bij u als econoom de eerste twijfels over de juiste koers?

""Vanaf 1976 begon ik in toenemende mate het macro-economische beleid in twijfel te trekken. Ik kan me herinneren dat ik samen met Wolfson een warm voorstander was van de een-procentsnorm van PvdA-minister Duisenberg van financiën (De overheidsuitgaven mochten van Duisenberg jaarlijks met niet meer dan één procent van het nationaal inkomen stijgen - red.). De gangbare visie was destijds in de top van de partij: hoe hoger de overheidsuitgaven, hoe linkser het beleid. Onder Den Uyl steeg de uitgavenquote - het beslag van de overheid op het nationaal inkomen - van 53 naar zestig procent. Het is mijn heilige overtuiging dat je ook met vijftig procent nog een heel links beleid kunt voeren. Onder Andriessen en Van der Stee is het overigens nog veel erger uit de hand gelopen - de uitgaven stegen tot 73 procent van het nationaal inkomen.

""Intellectueel heb ik in die tijd geweldig genoten, maar ik had één handicap. Ik was in 1975 in deeltijd gaan werken voor professor Halberstadt aan de Leidse universiteit en ik ontleende daaraan ook de vrijheid om in de Haagse Post, vaak samen met Frans Nypels, stukken te schrijven over de economie. Daar waren zeer kritische stukken bij over de WIR en de VAD, echte stokpaardjes van de PvdA. Dat vond de fractie niet erg loyaal van me. Terecht, maar ik kon met die beperking niet leven en ben toen opgestapt. Een jaar later schreven Vermeend en ik het stuk over de belastingaffaire van Lubbers met zijn R3-firma. Dat zou lastiger zijn geweest als ik toen nog bij de fractie had gezeten.''

Eind 1977 was hij nog voor een blauwe maandag - vier maanden - Tweede-Kamerlid van de PvdA. In 1981 werd hij opnieuw voor die functie gepolst, maar hij had het wel gezien in de politiek.

""Ik was er niet geschikt voor. Het is in die functie bijna niet mogelijk om zo eerlijk te zijn als ik vind dat je moet zijn. Ik herinner me dat ik met een fractiegenoot naar een noodlijdend bedrijf moest, de Grofsmederij in Leiden. Ik had die mensen willen zeggen dat het voorbij was, maar mijn collega wekte toch nog verwachtingen - ik denk tegen beter weten in. Dat zijn de momenten waarop de politiek in mijn ogen faalt. Het geven van valse hoop, dat gebeurt voortdurend in de politiek. Dat is heus niet alleen typerend voor de PvdA. Heel zelden durft een politicus te zeggen waar het op staat.

""In 1981 woedde in de top van de PvdA de discussie over de koopkrachtgarantie voor de minima. Kombrink en externe adviseurs als ik stonden tegenover Den Uyl, Max van den Berg en anderen. Wij vonden dat geen garantie gegeven kon worden, maar we kregen ons gelijk niet. Dat zijn belangrijke momenten geweest. Als men zich toen reëler had opgesteld, had men makkelijker de draai kunnen maken die tien jaar later tòch met veel pijn en moeite gemaakt moet worden.

""Alle partijen tasten in hun programma's de grenzen af van wat haalbaar is. De PvdA suggereerde dat met een minimale belastingverhoging geld vrijkwam voor nieuw beleid. De VVD beweert dat de belastingen omlaag kunnen dank zij bezuinigingen die ze evenmin kan waarmaken. Alle politici proberen het zo mooi mogelijk voor te stellen. Ik heb de kaartenhuizen van de politici te vaak zien instorten.

""De overheidsfinanciën kennen doorgaans meer tegenvallers dan meevallers. Dat komt door die hele dynamiek van pressiegroepen, ambtenarij, ministers die zich willen bewijzen. Daarom moet je de kiezers niet te veel beloven. Dat gebeurt steeds weer in verkiezingsprogramma's en regeerakkoorden. Het is vragen om het verwijt van kiezersbedrog. Ik denk dat de algemeen gevoelde teleurstelling bij kiezers over de landelijke politiek door dergelijke ervaringen is versterkt. Hoeveel moeite hebben Kok en Wöltgens wel niet om uit te leggen dat het beleid nu links is?''

""Verstandige dingen worden vaak met grote vertraging opgepikt'', zegt hij op zijn blijmoedige manier. ""Ik herinner me dat Duisenberg in 1976 een alternatief verkiezingsprogramma voor de PvdA in tien korte punten publiceerde. Wat adviseert vijftien jaar later de commissie-Van Kemenade? Een korter verkiezingsprogramma! Je ziet dat ook in grote ambtelijke organisaties: de meest voor de hand liggende oplossing wordt zelden gekozen. Daar is te weinig eer aan te behalen. Het moet vooral ingewikkeld zijn.''

Hoe ziet u achteraf de rol van Den Uyl in het economische debat?

""Als je vanaf 1974 de interne stukken zou doorspitten, zou je zien dat de rode draad steeds geweest is: waarschuwingen van financiële adviseurs om op het gebied van de uitkeringen en andere financiële verbeteringen niet te veel te beloven. Den Uyl was weliswaar onze boegbeeld-econoom, maar hij had ook nog andere dingen aan zijn hoofd dan rekensommen. Bovendien was hij er tijdens de discussie erg bedreven in om er toch nog een kwart procentje meer ruimte uit te sjorren. Misschien mag hij om die reden geen groot staatsman genoemd worden... Want hij was intelligent genoeg en hij wist voldoende van economie af om te begrijpen dat sommige voorstellen vanuit economische optiek niet verstandig waren.

""Het is nu eenmaal prettiger om de kiezers te vertellen dat er nòg meer kan. Desondanks houd ik staande dat een partij die open kaart speelt voor het electoraat niet onaantrekkelijker hoeft te zijn dan een partij die gouden bergen belooft.

""Ik heb met de journalisten Frans Nypels en Kees Tamboer vanaf 1977 in elk verkiezingsjaar de financiële specialisten en de lijsttrekkers ondervraagd over de financiële haalbaarheid van hun programma's. Alle partijen vielen keer op keer door de mand. In al die programma's zat een gat. Het waren soms forse aanvaringen. Van Agt wilde de tweede keer niet eens meer met Nypels en mij praten, hij vond ons maar azijnpissers.''

U laat in geschrifte herhaaldelijk blijken dat u de bezuinigingsplannen van het CDA - en vroeger Ruding - niet altijd serieus neemt.

""Men doet altijd stoer, maar de soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Het CDA gaat prat op zijn wortels in het maatschappelijke middenveld - een heel akelige zaak. Die partij steunt op een fundament van pressiegroepen en belangenorganisaties. Daardoor is ze absoluut niet in staat tot een zakelijke heroriëntatie van bijvoorbeeld het landbouw- en het onderwijsbeleid. Als je echt vindt dat het in Nederland allemaal goedkoper moet, zou je het christelijk onderwijs moeten afschaffen, maar dat zal het CDA nooit accepteren.

""Wat betreft Ruding: het is de verdienste geweest van het eerste kabinet-Lubbers dat een forse stap werd gezet bij de sanering van de overheidsfinanciën. Maar tijdens het tweede kabinet-Lubbers heeft Ruding voor miljarden aan begrotingsoverschrijdingen - zoals op onderwijs - geaccepteerd. Als hij de uitgaven beter had beheerst, had men het financieringstekort toen bijna kunnen wegwerken.''

Kan er in Nederland nog veel bezuinigd worden?

""We zouden in ieder geval moeten proberen het aantal rijksambtenaren te beperken, daar zijn er veel te veel van. Ook kan er op een groot aantal subsidies, ik denk aan landbouw en volkshuisvesting, worden bezuinigd. En verder denk ik dat de invoering van een basisstelsel voor de sociale uitkeringen zes tot acht miljard gulden kan opleveren.

""Dat basisstelsel is niet mijn idee, Nypels en Tamboer hebben er al in de jaren zeventig over geschreven. Het is een systeem waarbij de overheid een basisuitkering garandeert voor zieken, arbeidsongeschikten, werklozen. Wie méér wil moet daar zelf regelingen voor treffen. Zo'n basisstelsel zie ik als fundament van de nieuwe verzorgingsstaat - in combinatie met aanpassingen in andere regelingen die mensen ook meer keuzemogelijkheden bieden. Voorbeeld: wie een sociale woning wil met overal centrale verwarming, krijgt minder huursubsidie dan iemand die wil volstaan met verwarming in de woonkamer.''

FNV-topman Herman Bode waarschuwde destijds meteen dat de mensen zich niet zullen bijverzekeren.

""Wie zich brandt moet op de blaren zitten. Als mensen kiezen voor consumeren, is het toch niet de taak van de staat om hen tegen zichzelf te beschermen? Akkoord, hun kortzichtigheid mag er nooit toe leiden dat ze tot diepe ellende vervallen omdat ze geen eten of drinken meer kunnen kopen. Daarvoor garandeert de overheid dan ook een basisuitkering.''

De PvdA moet blijven, vindt hij.

Het komt als een verrassing uit de mond van iemand die zoveel kritiek op de PvdA heeft gespuid. Hij is niet verbitterd geraakt doordat de partij de kritische adviezen van economen zo vaak heeft genegeerd. Nog altijd zit hij in een informeel economenclubje - met mensen als Bomhoff, Van Stiphout, Halberstadt, Van der Ploeg, soms Heertje - dat enkele malen per jaar met de financiële fractiespecialisten van de PvdA vergadert. Soms is ook Kok aanwezig.

""Ik vind het jammer dat de politici ons wel eens als een soort doemzeggers beschouwen, maar ik zit er niet mee. Economen moeten hun visie presenteren, en daarmee houdt het op. De politici moeten het uiteindelijk zelf weten: zij stellen zich kandidaat en zij gaan met een programma de boer op. Ze moeten later alleen niet teleurgesteld zijn als de mensen het geloof in de politiek verliezen.''

Kok heeft in Het Parool over onafhankelijke wetenschapsmensen als u enigszins neerbuigend gezegd: ""Ze hoeven zich de volgende dag niet altijd te herinneren wat ze drie dagen geleden ook alweer hebben gezegd.''

Voor het eerst enigszins gepikeerd: ""Dat is een verwijt dat ik niet van een politicus accepteer. Kok kwam de afgelopen zomer terug van eerdere uitspraken over de WAO en de koppeling. Ik ben consistenter in mijn opvattingen geweest dan veel politici. Een voorbeeld: ik heb in 1977 in mijn eerste boek Betalen is voor de dommen al een herziening van de inkomstenbelasting verdedigd, waarbij veel aftrekposten verdwijnen of beperkt worden. Door de commissies "Oort' en "Stevens' waar ik in heb gezeten, is dat voor een deel verwezenlijkt. Het toont tevens aan dat het vijftien jaar kan duren voor ideeën aanvaard worden.''

Wat bindt u nog aan de PvdA?

""Er is geen andere partij in Nederland waar ik op zou willen stemmen. Ook al heb ik al vijftien jaar het idee dat men op economisch gebied niet voldoende in de goede richting gaat. So be it, andere partijleden denken er anders over. De PvdA legt in haar programma terecht het sterkste accent bij de mensen die het in sommige opzichten niet kunnen rooien. Dat mis ik zeker bij de VVD. Ik herken veel in D66, maar dat is deftig links, en ik ben niet deftig. Bovendien heeft D66 nog minder ervaring met het bepalen van het regeringsbeleid dan de PvdA.

""Ik voel me niet thuis bij partijen die zich zo breed maken voor de eigen-woningbezitter en de autoforens. Mensen die een laag inkomen hebben, kunnen zich niet eens een auto permitteren. Die zijn gebaat met goed openbaar vervoer.''

Ik dacht dat de PvdA nu net afwilde van het denken in termen van "zwakkeren'.

""Ik wil ook niet beweren dat er zo'n categorie bestaat. Je kunt hooguit zeggen dat er, door een aantal omstandigheden, mensen zijn die niet volledig functioneren. Ze hebben geen werk, ze hebben een zwakke gezondheid, ze zijn oud, of ze werken in een bedrijfstak met veel risico's. Voor die mensen moet een sociale oplossing gevonden worden. De PvdA komt het meest op voor die mensen die het op eigen kracht niet redden. VVD en CDA zijn geneigd het netto-minimumloon omlaag te halen. Dat vind ik helemaal niet nodig, want zó hoog is het sociaal-minimum niet - je moet er maar eens van proberen rond te komen.

""Bij de VVD en de conservatieve vleugel van het CDA proef ik een zekere rancune ten opzichte van de PvdA. Je hoort ze denken: al die sociale voorzieningen die jullie wilden, moeten door òns betaald worden. Een enorm misverstand, want de bulk van de sociale premies wordt door de inkomens tot zestig, zeventig mille betaald.''

Over het plan-Simons: ""De hetze daartegen van rechts Nederland vind ik heel overdreven. Ik ben het lang niet eens met alle argumenten van Simons, bijvoorbeeld dat zijn stelsel zou bijdragen aan kostenbeheersing. Maar het gezeur van VNO en VVD over dat minieme stukje nivellering - en niet eens voor iedereen, maar vooral voor de alleenstaande met een dubbelmodaal inkomen. Is dat nou de groep waarvoor je moet opkomen? Het is toch prima dat de particulier verzekerde bejaarde en de kleine zelfstandige, die zich blauw betaalden aan de ziektekostenverzekering, nu eindelijk voor een fatsoenlijke premie onder de pannen komen?''

Partij-ideologen als Paul Scheffer zien geen toekomst meer voor de PvdA: de emancipatie van de arbeidersklasse is voltooid.

""Het gaat niet alleen om de arbeiders, het gaat ook om andere groepen dan de traditionele arbeider. Het is helemaal niet gezegd dat het met onze economie zo goed blijft gaan. Er is heel goed een scenario denkbaar waarbij de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal weer scherper zal worden. Bij zo'n wedstrijd in de markteconomie ben ik bezorgder over de factor arbeid dan over de factor kapitaal. Er moet een partij zijn die zich daar ook specifiek mee bezighoudt.''

U heeft in uw boeken het idee van "workfare' bepleit: verplicht werken in de dienstverlening voor een uitkering. Bent u daar nog steeds voor?

""Jazeker. Dat is iets wat ik niet begrijp van de PvdA: waarom je in die zin geen druk op de mensen mag uitoefenen. Juist een linkse partij moet er alert op zijn dat uitkeringen terecht worden uitgekeerd. Wie er niks voor wil terugdoen, die zoekt het maar uit. De PvdA moet niet vluchten voor de realiteit. Dat hebben we al te vaak gedaan: bij de criminaliteit, het misbruik van sociale voorzieningen en nu weer het minderhedendebat. Bolkestein heeft dat laatste punt aangesneden, nog heel voorzichtig, maar het gaat om een probleem dat leeft in wijken waar wij de meeste aanhang hebben, althans... hadden.''

De PvdA zit op de goede weg met de WAO-maatregelen?

""Absoluut.''

Ook als het tot een halvering van de partij leidt?

""We zitten nog maar halverwege de rit. Kok doet het fantastisch - dat moet electoraal beloond worden. Er is trouwens geen alternatief. De oppositie? Wat koop ik daarvoor? Dan nemen CDA en VVD het weer over. Ik ben trouwens een voorstander van een coalitie PvA-D66-VVD. Dat hoeft voor de PvdA geen achteruitgang te zijn. En wat mij betreft mag er ook een zakenkabinet komen met een stel technocratische managers die de departementen eens flink kleiner maken. Ze moeten uiteraard goed gecontroleerd worden door het parlement. Het monisme in de Tweede Kamer van nu is de dood in de pot.''

Inmiddels is er bij de PvdA een voorzitterskandidaat, Ruud Vreeman, die tegen de WAO-maatregelen is.

""Oh, het kan best dat daarmee de vijfde colonne van de FNV wordt binnengehaald. Als dat zo is, zal het voorzitterschap snel splijten. Wat er dan gebeurt - daar durf ik niet over te denken.''

Hij verafschuwt het gekrakeel in de PvdA van de laatste tijd. ""Al die zelfbenoemde goeroes, van wie sommigen nog een rekening te vereffenen hebben, en die eens even komen vertellen hoe het met de club verder moet. Ik denk dan: ga naar je afdeling, daar kun je je verhaal ook kwijt. Er wordt gezegd: de PvdA is zo open over haar gebrek aan eensgezindheid. Maar waarom zou je die discussie in de media voeren? Dat doen andere partijen toch ook niet?''

Hij grinnikt. ""Dit gesprek lijkt daarmee in strijd, maar ik zeg erbij: ik accepteer de uitkomst van de interne discussie. Ik blijf lid van de PvdA.''