De Prijs der verzuiling (2)

De hoofdcommissaris van politie is allerwege een vaste gast in de serie nieuwjaarscauserieën. Hij kent het leven en dus de misdaad. Soms wordt het minder, meestal meer. Geen wonder dat de hermandad stilstond bij de onstuitbaar lijkende opmars van buitenlandse jongens in zijn dagelijks werk.

Eén op de drie Marokkanen tot achttien jaar is al met de politie in aanraking geweest - vergeleken bij hun Nederlandse leeftijdgenoten beginnen zij vroeger en vallen zij vaker in herhaling. Maar wiens schuld is dat? De politie en de politici kijken nog al eens naar elkaar.

Premier Lubbers moet hebben gedacht aan dit cirkel-vraagstuk toen hij de afgelopen maanden een oproep tot hernieuwde verzuiling deed. Bij de Algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer verzette hij zich tegen VVD-voorman Bolkestein, die pleitte voor een politiek onverzuilde integratie van minderheden. In een vraaggesprek met Willem Breedveld in Trouw (26 oktober) ging de minister-president nog een stapje verder. Het beproefde model van de verzuiling als opvang- en lanceercentrum voor minderheden.

“Het is tegenwoordig bon ton om denigrerend te spreken over onze verzuilde samenleving van weleer. Voorzover verzuiling "verstening' betekent deel ik die opvatting, maar zo heb ik de achter ons liggende jaren toch niet ervaren. De zuilen heb ik vooral beleefd als samenlevingsvormen, waarin en van waaruit minderheden in onze samenleving zich konden emanciperen. Met hard werken en studie kon je vooruit komen. Je omgeving stimuleerde je. Je werd ook opgevangen. (...) Om het eens wat plechtig te zeggen: heeft het proletariaat zich niet kunnen verheffen dankzij de zuil?”

De Rotterdamse socioloog Zijderveld viel Lubbers bij op deze pagina (23 december). Hij erkende dat verzuiling langs etnische lijnen apartheid in de hand kan werken. Geen Marokkaanse Metaalbond en geen Turkse scholenkoepel dus, maar “waarom op termijn geen IPN, een Islam Partij Nederland?”. De geschiedenis van Nederland heeft geleerd dat verzuiling op levensbeschouwelijke basis verzoening en harmonie niet in de weg staan, aldus Zijderveld.

De socioloog voorzag ellende als islamitische verzuiling niet lukt. “Stel dat we met Bolkestein en kennelijk ook Chavannes blijven hameren op integratie zonder behoud van eigen identiteit. We kunnen er dan staat op maken dat islamitische fundamentalisten greep zullen krijgen op een aanzienlijk deel van de in ons land wonende moslims..” Volgens Zijderveld kunnen autochtonen en allochtonen in de grote steden dan rekenen op huiveringwekkende etnisch georiënteerde getto's.

"Integratie zonder behoud van eigen identiteit'. Dat is een kern van de discussie. Maar wie zegt dat? Ik kan me niet herinneren dat Bolkestein daarop heeft aangedrongen. Zelf heb ik dat in ieder geval niet gedaan. Ik wil Turken en Marokkanen, en al naar gelang hun integratie-wens, Antillianen en Surinamers voor hun maatschappelijke inbedding alleen niet afschepen met een eigen zuil. Zij willen op den duur toch Nederlander worden, althans het hier gezellig krijgen en een zinvol leven leiden? Lid worden van de Nederlandse Club is meestal ook niet de beste manier om je echt te gaan thuisvoelen in Honoloeloe, Rabat of Istanboel.

Het merkwaardige van de redenering is dat mensen geen normen en geen eigen identiteit zouden hebben zonder dominee, pastoor of imam, zonder timmer-, omroep- of politieke club met precies de zelfde levensbeschouwelijke achtergrond. Zijn al die mensen die in de loop der eeuwen in Nederland terecht kwamen hun identiteit op dramatische wijze verloren? Is het niet mogelijk volledig te assimileren (met hoogstens een iets hoger dan gemiddeld sambalgebruik) of grotendeels te assimileren (met lidmaatschap van de Joodse Gemeente) zonder sport, politiek en onderwijs via de zuil te laten verlopen?

In het laatste nummer van De Gids (december 1991) rekent Frank Bovenkerk, verbonden aan het Pompe Instituut voor strafrechtwetenschappen in Utrecht, impliciet af met een verzuilde aanpak van de integratie-problemen. Het stuk gaat er niet over, maar het zegt in het voorbijgaan meer dan een algemene verhandeling vermag om het gebrek aan realiteitswaarde van de oproep tot herzuiling te demonstreren.

Bovenkerk doet verslag van een onderzoek naar de criminaliteit onder jonge Marokkanen. Het is een stuk vol feiten, onbevooroordeelde waarnemeningen en een zeer bescheiden lijstje aanbevelingen. Want één ding is hem duidelijk geworden: bijna alles wat aan het "probleem' wordt gedaan werkt contraproduktief.

De politie is vaak te aardig tegen jonge overtreders, waardoor die de indruk krijgen dat het kennelijk ook wel wat erger kan vóór je hier in moeilijkheden komt. Op school is de straf op spijbelen ook vaak niet zwaarder dan een aai over de bol; de ouders worden er lang buiten gehouden, terwijl zij juist normstelling wensen. “Betrokkenen hebben de indruk dat hun gedrag wordt vergoelijkt in plaats van dat hun wordt voorgehouden dat dit echt niet kàn”.

Hulpverleners en politie passen het beleid van "gelijke behandeling van buitenlanders' toe. Bovenkerk: “Daar zit hem paradoxalerwijs precies het probleem! Door op de Nederlandse wijze op te treden worden bij Marokkaanse jongens minder of tegengestelde effecten bereikt. Formele gelijkheid in optreden leidt tot materiële ongelijkheid”.

In de praktijk bestaat de Marokkaanse zuil niet of nauwelijks. Kenmerkend zijn: verschillen in geschiedenis, verschillen in ervaring en opleiding, uitelkaar gevallen families. Geestelijk leiders worden in veel gevallen door het regime in hete moederland uitgezonden. Losgebroken jongeren komen echt niet vragen wat zulke voorgangers te melden hebben. En door alle achterstanden, leidend tot gebrek aan schoolsuccessen hier, is er weinig dat hen bindt aan een Nederlandse manier van leven.

Marokkaanse Vaders, die proberen gezag uit te oefenen over hun zoons, ondervinden zelden steun van het Nederlandse gezag waar zij zich toe wenden. De politie wil niet graag zijn Marokkaans pak slaag afronden met een Nederlands vervolg - waarmee hij in zijn eigen ogen en in die van zijn zoon afgaat.

Bovenkerk, die jarenlang waarschuwde tegen stigmatisering, simplificering en ongelijke behandeling van minderheden, komt tot de conclusie dat met lieve aanpak weinig bereikt is. Eén voorbeeld: “De Nederlandse overheid ondergraaft het ouderlijke gezag verder door jongeren bij het bereiken van hun achttiende jaar een zelfstandige uitkering te geven en een zelfstandige woonruimte aan te bieden”.

En moeten we die mensen dan het verenigingsleven van het Dorp aan de Rivier injagen? De verzuiling is voorbij. Nu pas breekt de tijd aan om in Nederland, behalve de harmonie-voordelen, ook de prijs van dit systeem van pappen en nathouden te gaan vaststellen.