CLUB VAN ROME GAAT AAN VLIJT TEN ONDER

De eerste wereldwijde revolutie. Een rapport van de Raad van de Club van Rome; door Alexander King en Bertrand Schneider; 184 blz.

Samsom - Tjeenk Willink 1991 (The first global revolution. A report by the Council of The Club of Rome, 1991), vert. Katja ter Brugge, f 24,90; ISBN 90 6092 558 0

Ruim twintig jaar geleden werd de Club van Rome opgericht, een particuliere stichting samengesteld uit "onafhankelijke denkers' en individuen "close to decision-making': professoren, industriëlen en bankiers. De Club, die uitdrukkelijk opgaf geen politieke binding te hebben, stelde vast dat de "wereldproblemen' gaandeweg zo groot waren geworden dat ze niet langer per stuk en per staat konden worden opgelost en daarom voortaan in hun onderlinge samenhang, simultaan en in een boven-nationale inspanning moesten worden aangepakt. Omdat de bestaande bestuursstructuren faalden, zou de Club van Rome voortaan zelf ongevraagd met de noodzakelijke analyses en aanwijzingen komen.

Bekend werd de Club vooral door het in 1972 uitgebrachte rapport The Limits to Growth, dat hier in Nederland als jubileum-Aula onder de onjuiste titel Rapport van de Club van Rome een ruime verspreiding kreeg. "De grenzen aan de groei' was de populaire weerslag van een studie die in opdracht van de Club van Rome (en met geld van Volkswagen) door een wetenschappelijk team van het MIT in Boston was uitgevoerd. Het onderzoek handelde over de effecten van bevolkingsgroei en materiële activiteiten van de mens en kwam tot de sombere slotsom dat de energie- en grondstoffenvoorziening weldra in gevaar zou komen. ""Het basisgedragspatroon van het wereldsysteem is exponentiële groei van bevolking en kapitaalinvesteringen, gevolgd door ineenstorting.' Die conclusie maakte diepe indruk, vooral in Nederland.

Sinds 1972 heeft de Club, nu ongeveer honderd denkers sterk, zo'n twintig rapporten doen verschijnen die stuk voor stuk in opdracht door experts werden opgesteld. De kwaliteit was daardoor redelijk gewaarborgd, maar de toegankelijkheid leed eronder.

Om aan dit nieuwe probleem tegemoet te komen en omdat de andere wereldproblemen er in de laatste twintig jaar niet kleiner op waren geworden èn bovendien omdat het huidige fin-de-siècle ook het eind van een millenium is, wat ongekende onzekerheid met zich brengt, verscheen dit najaar voor het eerst een rapport dat door twee clubleden zelf is geschreven. The First Global Revolution is een compilatie van de particuliere waarnemingen, overpeinzingen en aanbevelingen van Alexander King, oprichter van de Club, en de huidige secretaris-generaal Bertrand Schneider. Deze maand verscheen de Nederlandse vertaling van het rapport zodat nu ook een breed publiek hier zich het gedachtengoed van het duo kan eigen maken. Of dat gebeuren zal, is onzeker, nodig is het niet: alleen wie absoluut geen kranten leest, zal in het rapport iets nieuws vinden.

HARTEKREET

Want in essentie hebben King en Schneider, schrijven zij zelf, slechts een beeld willen schetsen van de stormachtige veranderingen die zich de laatste decennia hebben voorgedaan en van de typische problemen die daaruit voortvloeiden. Ze hebben, om zo te zeggen, alles nog eens op een rijtje gezet en wilden de zo voor het grijpen liggende oplossingen nog eens onder de aandacht brengen. Een hartekreet van twee clubleden die de volgende eeuw waarschijnlijk niet meer zullen zien.

Drie kwesties eisen volgens het duo onmiddellijke actie: de conversie ("reconversie') van de huidige militaire economie naar een civiele economie, het broeikas-effect en de ontwikkeling van de ontwikkelingslanden. Nodig is, betogen de schrijvers, meer studie, meer voorlichting, meer internationale dialoog en overleg en een grondige herstructurering van de VN-instituten, die veel te veel op de jaren-vijftig situatie zijn geënt. In afwachting daarvan zouden de bestaande, falende regeringen een beroep moeten doen op teams "onafhankelijke denkers' en ongebonden "decision makers' die de Club van Rome op aanvraag gaarne leveren zou.

Deze aanbevelingen zijn echter zó weinig specifiek en zó weinig concreet dat geen regering ermee uit de voeten zou kunnen. Afgezien van de schaamteloze propaganda voor de eigen Club en het nagenoeg ontbreken van enige documentatie, ademt dit rapport volkomen de sfeer van het al even geit-en-kool sparende rapport Our Common Future dat de VN-Wereldcommissie voor milieu en ontwikkeling na een mondiale volksraadpleging in 1987 uitbracht. Slechts in het uiterste geval worden man en paard genoemd. In The First Global Revolution krijgt alleen Japan een veeg uit de pan omdat het zijn grote macht niet voldoende ten goede aanwendt en doorgaat met het kappen van tropisch regenwoud en walvisjacht.

Onthutsend in dit rapport is het niveau van de betogen en betoogjes, dat zelden het peil van de overwegingen ener middelbare scholier overstijgt. (Zoals: politieke beslissingen worden bijna altijd onder stress en tijdsdruk genomen, daarom gaat het zo vaak fout. Onbeperkte wapenexporten hebben een boemerang-gevaar: kom je opeens tegenover je eigen wapens te staan. Een markteconomie heeft ook bezwaren, want au fond is iedereen erin op eigen gewin uit.) Mini-analyses en aanbevelingen rijgen zich zo aaneen tot eindeloze kettingen waarheden-als-koeien en open-deuren.

Bovendien ligt het geheel ingebed in Oosterse wijsheden, geromantiseer over wereldharmonie en mondiale solidariteit, holistisch gemijmer (alles hangt met alles samen!) en ronduit potsierlijke en onbegrijpelijke opmerkingen.

Goedbeschouwd draait op deze wereld alles om energie, weten King en Schneider, want Einstein heeft immers aangetoond dat massa en energie equivalent zijn (E = mc²). In de geïndustrialiseerde wereld moet daarom de souvereiniteit van de staten voor het goede doel maar worden opgeheven, maar in Afrika moet hij juist gehandhaafd blijven, anders krijg je subiet stammenoorlogen. Regeringen zijn, hebben de schrijvers ontdekt, in principe tegen elke verandering en denken alleen aan de korte termijn. Het huidige tijdperk kenmerkt zich door een teloorgang van klassieke normen en waarden (het succes van EO en moslim-fundamentalisme kennelijk daargelaten.) De Golfoorlog was, valt bovendien te lezen, de eerste van de reeks eigentijdse oorlogen die de Club al in 1972 voorspelde: de ultieme conflicten van in het nauw gedreven staten om energiedragers en grondstoffen. (De bezetting van Koeweit leek toch, zou men zeggen, vooral een klassieke imperialistische actie.)

OPENHARTIGE DIALOOG

Daarbij komt oude-heren-praat over zoiets als de plaats van de vrouw (de vrouw is niet gelijkwaardig aan de man maar vult hem aan) en de rol van de massamedia: te veel sensatie en te weinig aandacht voor de werkelijke problemen. (Oplossing: onderzoek door massacommunicatie-deskundigen en een ""openhartige dialoog' tussen journalisten en media-magnaten.) En wat is de waarde van het ferme standpunt dat kernenergie in de toekomst niet a priori moet worden afgewezen (omdat het niet bijdraagt aan het broeikaseffect) als met geen woord wordt ingegaan op de fundamentele problemen van veiligheid, plutonium-produktie en het opbergen van afval?

Het is niet uitgesloten dat zich ergens tussen de tekst een briljante gedachte bevindt - maar ik althans kon het niet opbrengen de borrelpraat tot het einde toe uit te lezen en een snelle toetsing is onmogelijk door het ontbreken van een index.

De vertaling die Samsom - H. D. Tjeenk Willink liet maken is schandalig. Vertaalster en uitgever produceerden niet alleen krom Nederlands maar lieten gemakshalve ook hele zinnen, voetnoten en "streamers' (zelfstandige citaten) weg. Regelmatig wordt een bewering van King en Schneider afgezwakt of juist versterkt en zelfs wordt hier en daar een eigen relativerend zinnetje toegevoegd. Soms wordt uit slordigheid of arrogantie juist het tegenovergestelde beweerd van hetgeen het tweetal opmerkt. Drijfveer was misschien de wens de clubleden enigszins tegen zichzelf te beschermen, maar vooral demonstreert het een geweldige minachting voor hun pennevrucht.

Voor dat laatste is wel enig begrip op te brengen. Het belangrijkste dat het recente rapport ons te melden heeft, is dat het niet goed gaat met de Club van Rome.