Bloeddorstige kreten en een diet-coke bij de hand

Sportwedstrijden zijn in de Verenigde Staten familie-uitjes. Agressie tussen toeschouwers komt mede daarom nauwelijks voor. Mensen die toch de fatsoensnormen overtreden worden verwijderd via een verkliksysteem. Sport is show. Alleen winnaars zijn belangrijk. Bloeddorstige comboy-kreten en een diet-coke bij de hand.

Jim DeMaria geniet er nog van als hij terugdenkt aan die avond in het voorjaar van 1985. De Blackhawks zouden in het Chicago Stadium hun derde wedstrijd in de Conference-finale ijshockey tegen de Edmonton Oilers spelen. De eerste twee duels in Edmonton werden verloren. “Ik heb nog nooit zoveel lawaai gehoord”, herinnert de directeur public-relations van de Blackhawks zich. “Toen het volkslied ten einde liep barstte het stadion bijna uit elkaar van het lawaai dat de 18.000 mensen maakten. Er ging een rilling door me heen. De spelers zeiden later dat ze erdoor in een roes raakten. Ze konden niet meer verliezen. En ze wonnen. Vanaf dat moment explodeert het Chicago Stadium voor elke wedstrijd. Misschien komt het door de akoestiek van het gebouw, misschien door het enthousiasme van de ijshockeyfans hier. Misschien beide. De tegenstanders komen hier met angst in hun lijf op bezoek. Ze zijn bang voor de Blackhawks.”

Het Amerikaanse volkslied dat voor elke wedstrijd door een zanger ten gehore wordt gebracht, laadt de toeschouwers op tot een explosieve sfeer. Vorig jaar vroeg de NHL (de ijshockeybond) zich tijdens de Golfoorlog af of de competitie wel kon doorgaan. “Nou, we hebben gespeeld in Chicago”, weet DeMaria nog. “Veel toeschouwers hadden de nationale vlag meegenomen en begonnen er tijdens het volkslied mee te zwaaien. Als ik me ooit betrokken heb gevoeld bij de Verenigde Staten, een Amerikaan was, was het toen. Ik heb mensen naast me zien huilen.”

Sport in de Verenigde Staten is show. Het volkslied, swingende muziek uit immense luidsprekers of zoals met name bij American football-wedstrijden grote marching bands, springerige cheerleaders met geprogrammeerde lachspieren, clowns, wedstrijdjes voor de toeschouwers om van alles en niets in de pauzes en time-outs, kraaiende omroepers. Hooggehakte meisjes in strakke, korte rokjes huppelen langs de arena met plateau's vol grote kunsstofbekers light-beer. Lawaai en plastic. Hamburgers, nachos, pizza's, popcorn en diet-coke.

En veel vrouwen. “Dat is het eerste wat opvalt”, weet Glyn Roberts, een Engelse sportpsycholoog die sinds 16 jaar verbonden is aan de universiteit van Illinois. “Vrouwen en kinderen. Het is een familie-uitje. Dat is een van de belangrijkste reden waarom er nauwelijks geweld is op de tribunes. Een andere reden is dat iedereen zit. Je hebt een kaartje, loopt naar je plaats en je gaat zitten. En je blijft er zitten. Er is geen gedrang, geen geruzie om een plaats. De wc's zijn goed en in ruime mate aanwezig en bereikbaar. Er is geen reden om agressief te worden. Dat is wat anders dan ik me herinner van mijn jeugd toen ik met mijn vader naar Liverpool ging kijken.”

Het gedrag van toeschouwers is niet overal hetzelfde. Dat heeft vooral te maken met om welke sport het gaat. Agressieve sporten als American football en ijshockey kunnen aanzetten tot gewelddadigheid. Bij wedstrijden tussen universiteits-teams komt steeds meer dronkenschap onder de voornamelijk jeugdige bezoekers voor. Evenals racisme. Bij basketbalwedstrijden van een highschool in Milwaukee zijn onlangs metaaldetectors geplaatst. Bij een eerste proef in december waren jongens aangehouden met messen en pistolen. Andere scholen in Milwaukee zullen het voorbeeld volgen. Verder schijnt het wel mee te vallen.

Bij American football, dat zowel op universiteits- als op beroepsniveau tussen de 50.000 en 100.000 toeschouwers trekt, is dit seizoen de zogenoemde "noise-rule' ingesteld. De supporters van het ene team proberen zoveel mogelijk lawaai te maken opdat de coaches van het andere niet in staat zijn verbaal de tactiek met hun spelers in het veld te bespreken. De scheidsrechter mag bij te grote geluidsoverlast de tegenpartij de bal geven. Bij basketbal neemt het aantal supporters toe dat coaches, scheidsrechters en spelers uitscheldt. Een in Europa geaccepteerd gegeven. Maar in de Verenigde Staten mag de scheidsrechter de wedstrijd stilleggen en de boosdoeners uit het stadion laten verwijderen. Naëf? Het gebeurt.

“De agressie op de tribune neemt niet toe”, heeft Roberts ervaren. “Wel in het veld. American football is natuurlijk pure wildwest. Daarin worden spelers opgeleid en op beslissende momenten het veld ingestuurd om gevaarlijke tegenstanders hun nek te breken. Maar ook in basketbal neemt de verruwing toe. Het is niet langer een no-contact sport. Het merendeel van de trainingstijd zijn basketballers bezig met gewichten hun schouders tot ballonnen op te blazen. Basketbal is een krachtsport geworden. Moet u eens op die lichamen letten. Anabole steroïden worden gebruikt als snoepgoed. De basketbal- en footballbond zeggen regelmatig te controleren. De werkelijkheid is anders. Het gaat niemand wat aan, zeggen de clubs. Positieve gevallen bij drugstesten zijn er volop. Maar alleen bij gebruik van cocaïne. Daar worden drama's van opgevoerd. Want dat is slecht en zielig. Zoals nu rondom Magic Johnson. De zielepoot is besmet met het HIV-virus. De tranen rollen over het tv-beeldscherm. Maar hoe zit het de vrouwen die door Johnson zijn besmet? En: Waarom op anabolen controleren? Het gaat toch om de sport, om geld, de show moet doorgaan.”

IJshockey roept het meest het slechte in de mens op, heeft een onderzoek van USA Today onder bezoekers van sportwedstrijden uitgewezen. Wie een wedstrijd van Chicago Blackhawks in de heksenketel van het Chicago Stadium bezoekt, voelt de rillingen over de rug lopen. Niet door het enthousiasme van de toeschouwers, maar door hun bloeddorstigheid. Een speler van de Minnesota North-Stars waagt het om de Blackhawk-ster Jeremy Roenick op nogal ruwe wijze te checken. Als één man staat het het publiek op, bijna 18.000 mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Indianengeschreeuw, gebalde vuisten. Als de "misdadiger' het verder spelen wordt ontzegd en de catacomben in wil, spatten de klodders spuug tegen zijn helm.

Een paar jaar geleden adviseerden marketing-mensen de ijshockeybestuurders het geweld op het ijs door middel van strengere regels te beperken teneinde de terugloop van bezoekersaantallen te stoppen. De NHL legde het advies naast zich neer. “Dit is onze sport. Het publiek dat nu komt willen we houden. Ze willen geweld. En dat krijgen ze”, was het antwoord.

Jim DeMaria, de pr-directeur van de Blackhawks, verwijst naar het Canadese ijshockeypubliek. “Daar zitten de toeschouwers op hun handen. Die willen spel. Die genieten in stilte. In Chicago, in de Verenigde Straten, willen ze het gevecht. Hier willen ze spektakel. Geen show, geen rockbands, geen cheerleader. IJshockey. Er is toch geen sport die flitsender is dan ijshockey. En wat hebben we te klagen. We spelen al honderd wedstrijden onafgebroken voor een uitverkocht stadion.”

De agressie op het ijs roept weliswaar agressieve reacties op bij het publiek, maar het blijft bij aanmoedigen en schreeuwen, meent DeMaria. “Vechtpartijen komen zelden voor tussen toeschouwers. Niet in het stadion noch erbuiten.” Dat is voor een belangrijk deel het gevolg van het feit dat er nauwelijks supporters van de bezoekende club zijn. De kans dat je een kaartje krijgt voor een uitwedstrijd is minimaal. De stadions (zowel bij ijshockey, honkbal, football als basketbal) zijn bijna altijd uitverkocht, al tijdens de voorverkoop van de competitie. Daarnaast voelen weinig supporters ervoor met hun club mee te reizen naar een wedstrijd die vier-, vijfhonderd kilometer verder wordt gespeeld.

Bij de basketbal- en ijshockeywedstrijden in het Chicago Stadium zijn ongeveer 75 veiligheidsmensen aanwezig. Politiefunctionarissen die in hun vrije tijd (maar wèl tegen betaling - Amerikanen doen niets voor niets) een oranje hesje aantrekken waarop in grote letters Security staat gedrukt. DeMaria: “Er is sociale controle onder de toeschouwers. Voel je dat er iets vervelend in je vak staat te gebeuren dan roep je een veiligheidsman. Eén overtreding is al genoeg om er uitgezet te worden en je komt er ten minste een seizoen niet meer in. Vijf jaar geleden hebben we andere veiligheidsmensen ingezet. We veranderen voortdurend. Ze mogen niet verslappen.”

Er zijn mensen in de Verenigde Staten die alleen naar een sportwedstrijd gaan voor het amusement, voor de show. Ze gaan bijvoorbeeld kijken naar de indrukwekkende marching-bands tijdens de pauze van de American football-wedstrijden en verdwijnen ver voor het einde. De Chicago Bulls, de wereldkampioen basketbal en eigenaar van 's werelds beste teamsportman Michael Jordan, biedt zijn publiek een totaalpakket amusement. De cheerleaders The LuvaBulls, de Bulls Brothers als persiflage op de Blues Brothers, een dansende kip, schieten op de basket tussen twee toeschouwers, dunkdemonstraties vormen voor de toeschouwers een welkome afwisseling wanneer de basketballers rusten of een tactische bespreking voeren.

Grote inspirator is marketing-directeur van de Bulls Steve Schanwald. Vijf jaar geleden werd hij door eigenaar Jerry Reinsdorf van de basketbalclub uit Chicago gevraagd de Bulls aan het publiek te verkopen. Schanwald was met succes werkzaam geweest bij de honkbalclub de Chicago White Sox, tevens eigendom van Reinsdorf, en daarvoor bij de honkbalclub de Pittsburg Pirates. Schanwalds werk was regelmatig gehonoreerd met de Marketing Excellence Award. “De mensen moeten waar voor hun geld krijgen vanaf het moment dat ze binnenkomen totdat ze het stadion uitlopen”, is zijn credo.

Schanwald vindt dat de amusementswaarde van de wedstrijd niet afhankelijk mag zijn van het spelpeil of van winst of verlies van de thuisclub. “Alleen sportfanaten, basketbalpuriteinen, brengen geen geld op. Mensen die puur voor het basketbal komen draaien zich maar om als de show begint en gaan maar een coke drinken aan de bar in de gang.” De marketing-directeur geeft toe dat het Chicago Stadium pas elke wedstrijd is uitverkocht sinds Michael Jordan voor de Bulls speelt. “Stel dat er een leven na Jordan is, dan moeten de mensen toch blijven komen. Dan moeten ze weten dat er altijd iets te beleven valt bij de Bulls. Dat het altijd een feest is.”

De marketing van de Bulls is erop gericht de mensen ervan te overtuigen dat er meer is dan Michael Jordan. Schanwald: “Daarom doen we er alles aan spelers als Scottie Pippen en Horace Grant te promoten. Een beetje minder aandacht voor Jordan kan geen kwaad. Het is toch vervelend voor een van 's werelds beste spelers als Pippen altijd te moeten spelen in de schaduw van de beste basketballer die God heeft geschapen.”

Schanwald beseft dat die ene wereldtitel van de Chicago Bulls niet opweegt tegen de zestien die de Boston Celtics sinds 1956 behaalden. Het oudste basketbalstadion van de Verenigde Staten, Boston Garden, kan 15.000 toeschouwers bevatten, en is al twaalf jaar uitverkocht. Belangrijkste trekpleister: Larry Bird, driemaal achter elkaar Most Valuable Player of the Year. “Als hij binnenkort wegvalt en de Celtics winnen slechts dertig van de 82 wedstrijden, komt er niemand meer kijken. Waarom niet? Omdat de Celtics als enige club geen show brengen. De Boston Celtics trekken alleen echte basketbalgekken. Maar dan kun je niet eeuwig op teren. Dat is geen business.”

“Onzin”, zegt DeMaria van de Chicago Blackhawks. “De Bulls verkeren in een unieke positie. Ze zijn wereldkampioen en ze hebben Michael Jordan. Vallen die trekpleisters weg, dan blijven de mensen thuis. Dan gaan ze thuis naar de televisie kijken of ze gaan naar een andere sportwedstrijd. Amerikanen komen voor amusement, dat is waar. Maar als er geen sport is, dan zoeken ze dat amusement ergens anders. De beste p.r. voor een club is een winnend team. Goed spel, aantrekkelijk spel, aanvallend spel, het is allemaal leuk. Maar het gaat in de sport om winnen. Verliest je team dan kunnen cheerleaders je gestolen worden.”

Sportpsycholoog Glyn Roberts refereert aan de kijkdichtheid van sportwedstrijden op televisie waarbij Amerikanen betrokken zijn. “Tijdens de Winterspelen van Calgary waren de Amerikanen alleen geïnteresseerd in ijshockey. Toen het Amerikaanse team zijn wedstrijden verloor draaide de tv-maatschappij ABC de knop om en werden er films vertoond. Heidi, skiënde toeristen, commercials. Verliezende Amerikanen worden niet vertoond. En voor wedstrijden tussen Russen en Zweden interesseert niemand zich. Weet u welke sport tijdens de komende Zomerspelen in Barcelona de meeste belangstelling in de Verenigde Staten trekt? Basketbal. Voor het eerst spelen de profs mee in het Amerikaanse team. Met Michael Jordan. And they kill them all. Het liefst met vijftig punten verschil. They'll destroy the world. En Amerika zal winnen. De vlag gaat uit. Het volkslied klinkt. Dat is het enige wat in dit land telt. Vechten om te winnen. Amerikanen kunnen niet tegen hun verlies. Dat vind ik weleens griezelig.”

Foto: Met veel ceremonieel wordt het Amerikaanse volkslied ten gehore gebracht voor een voetbalwedstrijd van Tampa Bay Rowdies. (Foto Michael Kooren)