Angst voor concentratie

"1992 zal het jaar van de Europese waarheid moeten worden. Het zij zo. Ik wacht in spanning af, met mijn collega's in de raad van bestuur van verzekeringsconcern Stad Rotterdam, wat er gebeurt met de voortgaande concentraties in de financiële wereld.

Ik vind het opvallend dat iedereen zo sterk wil groeien. Alsof een mammoet het allemaal veel beter aan kan dan een kudde verzekeringsdieren bij elkaar.

Groot, groter, grootst is het motto. En dan wordt altijd gestoeid met het deftige woord synergie. Ik heb het bange gevoel dat erg veel van die nieuwe combinaties niet de garantie kunnen geven dat één en één meer is dan twee. Het zou wel eens minder kunnen worden dan twee.

Ik vraag me af in welke mate de mensen nog mee kunnen denken. Zelfs directeuren zijn rugnummers geworden. Luisteren die bedrijven nog wel naarde klanten? Is het idee van groter worden niet alleen een ideaal van de mensen aan de top van de bedrijven?

Cultuur is elkaar kennen en herkennen in een bepaald bedrijf, erin geloven. In ons eigen bedrijf merkte ik dat het geloof in eigen kunnen een impuls kreeg toen wij onlangs besloten shirtsponsor te worden van Feijenoord. Door het hele bedrijf is een golf van trots en enthousiasme gegaan. Dat gold voor de portier, voor de mensen die je in de lift tegenkwam, maar ook voor je mededirecteuren. Er heerst iets als: Stad Rotterdam gaat er met Feijenoord tegenaan. We hebben ook altijd een beetje geluk: niemand kon vermoeden dat Feijenoord het zo goed zou doen. We hebben onderzocht wat er zou gebeuren wanneer Feijenoord steeds zou verliezen. Het effect viel mee. De mensen zouden verdrietig zijn, maar nooit negatief gaan denken over Feijenoord. We hebben wel afgesproken dat wanneer de club zou degraderen, wij het contract kunnen opzeggen.

Bij fusies van grote concerns wordt enorm veel energie verspild. Je moet je realiseren dat mensen zich in eerste instantie afvragen: wat gaat er met mijn eigen baan gebeuren? De leiding moet de mensen eerst geruststellen en de eigen mensen begeleiden. Er moeten nieuwe organisatiemodellen worden opgesteld en marketingconcepten worden gewijzigd. Dat vergt ontzettend veel energie. Voor de buitenwereld is dan geen energie meer over. Heel wat bedrijven zullen in de komende tijd meer met zichzelf bezig zijn dan met de markt. Daar liggen dan onze kansen.

Binnen Stad Rotterdam werken alle bedrijven onder hun eigen naam en in hun eigen vestigingsplaats. Men kent de klant, dat zijn voor ons de assurantietussenpersonen, met naam en toenaam.

Zonder grote overnemingen hebben wij toch met 1600 mensen een omzet van 2,7 miljard gulden bereikt. Wij zijn de sterkste groeier op de Nederlandse verzekeringsmarkt. Wij groeien dubbel zo snel als het gemiddelde. Met dergelijke groeicijfers hoeven wij er ons niks van aantrekken dan er zoveel partijen samengaan, ook al lijkt het er op dat Stad Rotterdam qua proportie wat terugvalt. Onze onderneming heeft de optimale omvang om tussen alle klippen in Europa door te laveren. Daar liggen onze kansen en die zullen we in 1992 pakken.'