Zak geld; OP DIEET

Het stormt en regent al dagen. Meneer Geld, marktkoopman van beroep, heeft desondanks iedere dag in zijn kraam gestaan.

Anders verdient hij niets. Door het gure weer is hij snipverkouden geworden. Ik voel me waardeloos, klaagt hij tegen zijn vrouw. Die vindt dat hij nodig naar de dokter moet. Ze zegt tegen haar man: Zak (dat is de voornaam van meneer Geld), je hebt al maanden allerlei klachten, vooral omdat je niet genoeg gevoel van eigenwaarde hebt. Laat je nu eindelijk eens grondig nakijken.

Zak Geld heeft een grote hekel aan de dokter. Komt hij op het spreekuur, dan vraagt zo'n huisarts hem eerst de kleren van het lijf. Daarna moet hij zich soms ook nog uitkleden. Maar vandaag voelt meneer Geld zich zo beroerd, dat hij het advies van zijn vrouw opvolgt.

De dokter kijkt hem onderzoekend aan. U bent erg dik, meneer Geld, zegt hij waarschuwend, eet u niet te veel?

Meneer Geld is erg verontwaardigd. Inderdaad, elke avond eet hij wel honderd munten. Maar dat is helemaal niet te veel. Anders verliest hij zijn gewicht van honderd kilo. En dat kan toch niet de bedoeling zijn? Wanneer hij elke dag een pondje verliest, is hij na tweehonderd dagen zo licht als een veertje. Zodra het op de markt een beetje waait, kan hij als lichtgewicht zijn handel wel vaarwel zeggen. De wind voert hem dan mee naar een onbekende bestemming.

Wie weet waar hij na zijn ongewenste luchtreis uiteindelijk belandt? Misschien wel bij de Eskimo's in Groenland. Tussen de ijsberen is het vreselijk koud. Of hij raakt aan de grond bij een pygmeeënstam, diep in het Afrikaanse oerwoud. Bij die kleine mensen is het juist afschuwelijk heet.

Door zulke gedachten moet Zak Geld eerst klappertanden, dan weer breekt het zweet hem uit. Als het zo doorgaat, krijgt hij door het bezoek aan de dokter er nog een longontsteking bij. Door uw onderzoek word ik niet beter, maar juist doodziek, protesteert meneer Geld. Maak mij beter, anders betaal ik u geen cent!

Nu wordt zijn huisarts zenuwachtig. Hij moet net als marktkooplui ten slotte zijn boterham verdienen. Ontevreden klanten kan hij niet gebruiken. Meneer Geld, fleemt hij, u hoeft echt geen honger te lijden. Een paar muntjes minder per dag, dat is alles. Maar u moet echt op dieet. Tot nu toe eet u op zondag honderd stuivers, op maandag honderd dubbeltjes, 's woensdags honderd kwartjes, enzovoort. Het is logisch dat u door zo'n eenzijdig menu uw gevoel van eigenwaarde hebt verloren. Ik doe een voorstel. U gaat terug van honderd naar negentig munten per dag. En iedere dag veelzijdiger eten! Dus iedere dag moet uw vrouw vijftien stuivers, vijftien dubbeltjes, vijftien kwartjes, guldens, rijksdaalders en vijf-guldenstukken op uw bord scheppen. U zult eens zien hoe u van die maaltijden opknapt. Tot over twee weken!

(wordt vervolgd)