Wagner

Over de commotie rondom het spelen van een fragment uit Tristan van Wagner door het Israëlisch Philharmonisch Orkest heeft Martin van Amerongen groot gelijk (NRC Handelsblad, 20 december): “De Israeliërs zijn werkelijk niet goed bij hun hoofd.” En niet alleen zij, maar evenzovele andere joden, verspreid over de gehele wereld, hebben last van dezelfde kwaal.

Hoe kan het ook anders. Na een Kristallnacht, en een verblijf in Sobibor, Dachau of één van die andere Duitse oorden is het voor velen heel moeilijk om te luisteren naar de tonen van Richard Wagner en dan ook goed bij het hoofd te blijven.

De columnist draagt redenen aan waarom de muziek van Wagner ook in Israel gespeeld zou moeten worden. Toch blijken zijn argumenten niet zwaar genoeg. Binnen een joodse gemeenschap die zich nooit hersteld heeft van de moord op ouders, broers, zusters en kinderen zijn emoties rationeel. Zo rationeel dat zij een onderdeel van de discussie vormen. Tegen dergelijke emoties, die zichtbaar aanwezig zijn, is geen ander argument opgewassen. Het is dat laatste gegeven dat Martin van Amerongen had moeten beseffen. Dan had hij, door de uitspraak “de Israeliërs zijn werkelijk niet goed bij hun hoofd” niet met de pen naar zijn voorhoofd gewezen. Hij had begrepen dat vele Israeliërs niets meer te maken willen en kunnen hebben met het volk, het land en onderdelen van de cultuur van diegenen die littekens hebben veroorzaakt die vijftig jaar later nog steeds aanwezig zijn.