Waarheid in fractie van een haarwortel; Justitie past in laboratorium nieuwe DNA-methode toe

RIJSWIJK, 3 JAN. Het gerechtelijk laboratorium van het ministerie van justitie in Rijswijk begint met een nieuwe methode van DNA-onderzoek. Deze zogeheten PCR-techniek zal naar verwachting tot een doorbraak in de waarheidsvinding leiden.

De nieuwe "polymerase chain reaction'-methode kost minder tijd en materiaal dan voor het huidige DNA-onderzoek nodig is. Daardoor zullen "genetische vingerafdrukken', zoals de DNA-informatie wordt genoemd, voortaan net als gewone vingerafdrukken makkelijk in een databestand zijn op te slaan. Dat is bijvoorbeeld van groot belang in verkrachtingszaken. Is de dader onbekend dan leert vergelijking van het gevonden DNA-profiel met gegevens in het bestand snel of de dader zich eerder aan dergelijke delicten heeft schuldig gemaakt.

Of het nu schilderijen zijn waarmee geknoeid is, dan wel verfresten, textielsnippers of stoffelijke resten, elk misdaadspoor loopt naar het onopvallende gebouw van het (enige) gerechtelijk laboratorium in Rijswijk. Op het lab, dat in 1945 werd opgericht, werken ongeveer honderdvijftig mensen. Jaarlijks worden met een budget van vijftien miljoen gulden ten behoeve van zo'n 14.000 zaken 50.000 onderzoeken gedaan. De resultaten van de aldaar uitgevoerde onderzoeken zorgen in tal van rechtszaken voor een groot deel van het bewijs. Interim-directeur E. Klep doceert op vriendelijke toon dat "waarheidsvinding' de belangrijkste taak van het lab is. De wanden van zijn werkkamer zijn behangen met schilderijen van oude meesters, vervalsingen uiteraard.

De zekerheidsscore van sommige bepalingen die op het lab gedaan worden, waaronder de DNA-bepaling, nadert de honderd procent. Klep vertelt hoe de DNA-methode een paar jaar geleden naar Nederland is gehaald. In 1987 las een gedetineerde in een kranteartikel dat in Engeland een methode was ontwikkeld om uit bloed en spermasporen DNA te isoleren en te vergelijken. De man was met behulp van een compositiefoto gearresteerd op verdenking van een aantal verkrachtingen.

De man wist via zijn advocaat te bewerkstelligen dat het gerechtelijk laboratorium voor hem in Groot-Brittannië DNA-onderzoek liet doen. DNA is de drager van de genetische informatie en ieder mens heeft een unieke "genetische vingerafdruk'. Met de zogeheten SLP-methode, de "single locus probe', bleek dat het sperma - dat in twee van de verkrachtingszaken was veiliggesteld - van dezelfde dader was, en niet van de gedetineerde man.

Nu hoeft er geen biologisch materiaal meer naar Engeland voor onderzoek.

Op de afdeling waar de voorbereidende werkzaamheden voor de SLP-bepaling plaatshebben houdt een dame in witte jas geroutineerd een vochtig testpapiertje op een van de vlekken op het rode hemdje. De paarse verkleuring wijst erop dat het spermavlekken zijn. “Maar”, zegt A. Kloosterman, de biochemicus die het DNA-onderzoek onder zich heeft, “is het sperma van de verdachte, daar gaat het om.” De bewijslast wordt op een glasplaatje gewreven en onder de microscoop bekeken. “Een mooi klein zaakje”, aldus Kloosterman.

Een collega komt binnen, leest het label dat aan een grote, doorzichtige plastic zak hangt en verdwijnt met de zak waarin een met bloed besmeurde plank zit. Soms krijgt het lab kledingsstukken, houtsplinters, glasscherven en menselijk haar binnen, die allemaal bij een zaak horen.

De onschuld van iemand is betrekkelijk snel aan te tonen. Als uit spermaresten blijkt dat de dader bloedgroep O moet hebben en de arrestant heeft AB, dan wordt dat meteen naar de politie doorgebeld. Vaak echter luidt de conclusie van een onderzoek dat niet kan worden uitgesloten dat de verdachte schuldig is.

Alleen de witte bloedcellen in het bloed bevatten DNA, legt een criminalistische medewerkster uit. Ze maakt aanschouwelijk hoe de DNA-strengen door middel van speciale enzymen in stukken worden geknipt. Met behulp van een radioactief gelabelde "single locus dna-probe' worden de individuele verschillen in het DNA opgespoord. Dat levert een fotografische weergave van het DNA-patroon op. Het is een mooie techniek, maar er zitten belangrijke nadelen aan, aldus Kloosterman. Niet het geringste nadeel is dat er radioactiviteit bij wordt gebruikt en er dus extra voorzieningen voor nodig zijn.

“Bovendien duurt de SLP-methode eigenlijk te lang, in de praktijk ten minste acht weken”, zegt Kloosterman. En het biologisch materiaal dat bij deze methode wordt gebruikt wordt in de loop van het onderzoek vernietigd. Wanneer het om grote hoeveelheden makkelijk verkrijgbaar "uitgangsmateriaal' gaat is dat niet zo erg, maar wel wanneer men bijvoorbeeld slechts één haarwortel heeft, en dat komt voor. Het is belangrijk dat er betrekkelijk veel te onderzoeken materiaal is, want het moet in principe in tweeën gedeeld worden opdat de verdachte een tegenonderzoek kan laten doen.

Door middel van de nieuwe PCR-methode kan een minimale hoeveelheid DNA vrij makkelijk en snel in een handzaam apparaat vermeerderd worden. Zijn voor de SLP-methode 200 eenheden DNA nodig, met de PCR-methode kan met 5 eenheden worden volstaan. Dat wil zeggen dat met minder dan een kwart van een haarwortel nu de identiteit van een dader vastgesteld kan worden.

Als in Rijswijk iets onderzocht is, moet dat zonder problemen in andere landen door de justitiële autoriteiten geaccepteerd kunnen worden. Daartoe heeft het gerechtelijk lab zich gemeld bij de STichting voor ERkenning van LABoratoria in Nederland, sterlab. Sterlab stelt kwaliteitseisen en bewaakt deze en het gerechtelijk lab wil in principe van sterlab het certificaat krijgen dat al zijn onderzoekingen aan de hoogste normen voldoen. Maar waarheidsvinding is niet alleen een technische zaak.

Kloosterman: “In het verleden is van iemand ooit bloed afgenomen waaruit bleek dat hij de dader was. Maar de verdediging voerde met succes aan dat het bloed onrechtmatig verkregen was”. Nu is het nog mogelijk dat een verdachte weigert bloed af te staan ten behoeve van een DNA-onderzoek. Begin december heeft minister Hirsch Ballin van justitie een wetsontwerp naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit biedt de rechter-commissaris de bevoegdheid te bevelen dat van een verdachte van een misdrijf waarop een gevangenisstraf van ten minste acht jaar staat, bloed wordt afgenomen voor een DNA-onderzoek. Om de ontwikkeling van deze wet niet in de wielen te rijden is op het gerechtelijk lab nog geen databestand van DNA opgeslagen.

Foto: Een criminalistisch medewerker van het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk neemt met een met gedestilleerd water vochtig gemaakt kdraadje wordt ingevroren, zodat het bloed later kan worden geanalyseerd. (Foto NRC Handelsblad- Leo van Velzen)