Universiteiten verwaarlozen opleiding tot ontwerper

ROTTERDAM, 3 JAN. De technische universiteiten zijn nauwelijks geïnteresseerd in de tweede-fase-opleidingen tot ontwerper. Dit constateert de onderwijsinspectie in haar evaluatie van de tweejarige ontwerpersopleidingen die zij aan minister Ritzen (onderwijs) heeft aangeboden.

Alleen de TU Eindhoven was bereid er geld in te steken. Delft heeft de gestarte opleidingen “feitelijk laten doodbloeden”, aldus de inspectie.

Medio 1991 waren zo'n 170 ontwerpers afgestudeerd. In 1985 was in het zogeheten Herenakkoord tussen minister en werkgeversorganisaties afgesproken dat dit er minimaal duizend zouden zijn. Volgens de inspectie weigerden Delft en in mindere mate Enschede veel aandacht aan de ontwikkeling van de opleidingen te besteden, omdat zij vonden dat zij er van de minister te weinig geld voor kregen.

De inspectie hoopt dat de afspraken die de minister dit voorjaar met de technische universiteiten en de Groningse Universiteit over de financiering heeft gemaakt daarin verbetering zullen brengen. Afgesproken is dat de drie universiteiten vanaf 1993 vijfhonderd ontwerpers per jaar afleveren.

Een marktonderzoek naar de behoefte aan technisch ontwerpers is volgens de inspectie dringend gewenst. Zij vindt dat daarbij niet alleen de wensen van de grotere bedrijven moeten worden nagegaan, maar ook die van het midden- en kleinbedrijf. Uit gesprekken met enkele grote bedrijven is de inspectie gebleken dat van de huidige 24 ontwerpersopleidingen voornamelijk behoefte bestaat aan die in de procestechnologie en die in de elektronica.

Alleen over de manier waarop in Eindhoven de kwaliteit van de opleidingen in de gaten wordt gehouden is de inspectie tevreden. Zij vindt dat ook de andere universiteiten meer aandacht moeten besteden aan integrale kwaliteitszorg. De externe toetsing van kwaliteit zou beter kunnen. Volgens de inspectie moet de beoordeling aan onafhankelijke deskundigen worden overgelaten. Ook zou de commissie die de universiteiten samen voor de certificering van de opleidingen hebben ingesteld niet in meerderheid uit vertegenwoordigers van de betreffende universiteiten moeten bestaan.

Overigens is de inspectie, in tegenstelling tot de technische universiteiten, van mening dat wettelijke erkenning van de ontwerpersopleidingen niet nodig is. Een door de wet erkend diploma is overbodig en een aparte titel is zelfs ongewenst.