Schilder in beroep tegen uitwijzing

BELLINGWOLDE, 3 JAN. De Panamese kunstenaar L.A. Ponce (48) heeft een kort geding aangespannen tegen de beslissing van Justitie dat hij binnen dertig dagen Nederland moet verlaten. Volgens het ministerie van justitie zou zijn aanwezigheid in Nederland geen “wezenlijk cultureel belang dienen”. Dat heeft zijn advocaat, L. Steendijk, vanmorgen bekendgemaakt.

Ponce, die sinds 1989 met zijn vrouw, zoon en schoonmoeder in het Groningse Bellingwolde woont, kreeg onlangs nog een opdracht van de stad Groningen om twee muurschilderingen te maken. Volgens zijn advocaat is Justitie niet op de hoogte van wat hij heeft gedaan in de afgelopen twee jaar.

De voormalig directeur van de kunstacademie van Panama-stad vroeg in 1989 in Nederland politiek asiel aan omdat hij zich in zijn land bedreigd voelde. Volgens Ponce werd hij in Panama bestempeld als "ontaarde kunstenaar', kwam zijn schoonvader onder verdachte omstandigheden om het leven en had op de school waar zijn vrouw werkte een gewelddadige inval plaats.

Ponce werd niet erkend als politiek vluchteling en diende in november 1990 bij Justitie het verzoek in te mogen blijven om hier zijn vak uit te oefenen. Hij had zich inmiddels toegelegd op het schilderen van landschappen, die hij regelmatig exposeerde en verkocht. Vlak voor kerst kreeg hij te horen dat zijn verzoek is afgewezen.

Justitie kwam tot zijn beslissing op grond van een door WVC uitgebracht advies. Bij WVC kon men niet vertellen hoe men tot dit advies is gekomen.