"Rhizome' wil kruisbestuiving tussen culturen bevorderen

Rhizome, een Europese kunsttentoonstelling. Haags Gemeentemuseum tot 19-1. Geopend: di-zo 11-17 uur.

Het begon allemaal, in het voorjaar van 1989 in Parijs, met 'Magiciens de la Terre', een grote tentoonstelling in het Centre Pompidou en in La grande Halle La Villette. Hier werd hedendaagse kunst van over de hele wereld geëxposeerd: van Sao Paulo tot Moskou, van Mexico tot India, en uit West-Europa en Amerika. Aan de tentoonstelling lag de gedachte ten grondslag dat de moderne westerse kunst in haar ontwikkeling op een dood punt was aangeland en dat de uitwisseling met andere culturen de westerse kunst uit het slop zou kunnen halen.

Sindsdien duikt de discussie over 'culturele identiteiten' en wederzijdse beïnvloeding overal op. Ook in ons land: eerder dit jaar werd bijvoorbeeld een grootscheepse manifestatie georganiseerd, 'Het Klimaat' geheten, rond niet-Nederlandse maar in Nederland woonachtige beeldende kunstenaars.

Volgens sommigen is de kunstenaar van de nabije toekomst een globetrotter die de herinnering aan zijn land van herkomst met zich meedraagt, maar nergens echt thuis hoort. Deze 'nomaden' zullen de kruisbestuiving tussen culturen op gang brengen.

'Rhizome, een Europese kunsttentoonstelling' in Den Haag sluit hierbij aan. Het is een co-produktie van het Haags Gemeentemuseum en de Rijksdienst Beeldende Kunst. Franz Kaiser (HGM) en Paul Donker Duyvis (RBK) lieten zich inspireren door een 'denkmodel' van de filosofen Gilles Deleuze en Félix Guattari. Dit denkmodel wordt gesymboliseerd door het rhizoom, een term die tuinliefhebbers niet onbekend zal zijn. In het decembernummer van 'Groei & Bloei' beklaagde een lezeres zich nog in de rubriek 'Advies' over het feit dat zij er maar niet in slaagde om rhizomen van de door haar geliefde tuberroos succesvol te laten overwinteren. Een rhizoom is een grillig gevormde wortelstok of knol die op verschillende, onvoorspelbare plaatsen uitloopt.

Deleuze en Guattari beschouwen hun 'rhizomatisch denkmodel' als alternatief voor het westerse dualistische denken dat, volgens hen, een doodlopend spoor is. Het rhizomatisch denken is experimenteel en anti-hiërarchisch. Het kent aan lineaire ontwikkeling of vooruitgang geen speciale waarde toe. 'Een rhizoom begint noch eindigt, het is altijd in het midden, tussen de dingen, inter-zijn, intermezzo. De boom is afstamming, maar het rhizoom is verbintenis, niets dan verbintenis. (...) Waar gaat u heen? Van waar vertrekt u? Waar wilt u heen? zijn volstrekt nutteloze vragen.' (Citaat uit de fragmenten die Kaiser selecteerde uit 'Introduction: Rhizome', 1980, van Deleuze en Guattari.)

Een 'rhizomatisch kunstbegrip' houdt in dat we af moeten van het idee dat de kunst een lineaire ontwikkeling volgt. Het principe van 'veelheid', van 'samenhang' en 'heterogeniteit' komt in de plaats van de gedachte dat de westerse kunst superieur zou zijn aan, of zelfs fundamenteel verschillend van de uitingen van niet-westerse culturen. Kaiser, in zijn voorwoord: 'Het westerse kunstbegrip is in een gesloten cirkel terechtgekomen. (...) De tentoonstelling 'Rhizome' stelt een opening van dit kunstbegrip voor door het gesprek met niet-westerse culturen op te nemen'.

Het uitgangspunt van Rhizome is dus identiek met dat van Magiciens de la Terre. Het verschil is dat de Haagse tentoonstelling zich beperkt tot in Europa wonende en werkende kunstenaars met een niet-westerse achtergrond. Er is werk te zien van negen exposanten. De in Dijon wonende Chinees Ming, 31 jaar, is de jongste. Hij schildert in grijstinten metershoge portretten van bekende (Mao bijvoorbeeld) en onbekende mannen, die hij hoog aan de muur hangt. Ming leerde in China propagandaschilderen. Zijn schilderkunst heeft geen 'installatie-aspect', dat is volgens hem een 'typisch westers cliché'. 'Propagandaschilderkunst vergt de plek die het meest in het oog loopt - dat is alles'. De oudste is Iba Ndiaye, Senegalees in Parijs, 64 jaar. Hij exposeert mooie lyrische, bijna visionaire tekeningen.

De expositie is als geheel nogal rommelig en onsamenhangend. Waarschijnlijk is de akelige architectuur van de nieuwe vleugel, met zijn kilverlichte zalen, bereikbaar via die eindeloos lange glazen gang, daaraan medeschuldig. In deze gang plaatste Edu Kisman een rij schilderijen, hardglanzende donkerblauwe monochromen, waarvan het onduidelijk is of ze nu bij de expositie horen of niet. Uit de catalogus blijkt van wel. Kisman is in 1954 in Doetinchem geboren, hij had een Indonesiche vader en een Nederlandse moeder. Na de middelbare school ging hij 'op zoek naar zijn Indonesische oorspong'. Hij gebruikt veel zwart en blauw, kleuren die 'bij de Javaanse Baduy-stam de aarde en het lichaam representeren.' Deze betekenissen zijn uit Kismans objecten echter niet af te lezen en de wetenschap-achteraf voegt er weinig aan toe.

Iets dergelijks is aan de hand met de sculpturen van Joseph Semah. Hij had joodse ouders en werd in 1948 geboren in Bagdad in Irak. De 'Babylonische Joden' verlieten Irak in 1950. Semah groeide op in Israël en woont sinds 1981, na zes jaar Londen en Berlijn, in Amsterdam. De vormen van de Hebreeuwse lettertekens zijn de basis voor zijn ijzeren vloerbeelden. Hij 'analyseert de semantische wortels van bepaalde Hebreeuwse woorden en begrippen'. Maar deze 'inhoud' is onzichtbaar. Wat men ziet is niet meer dan een stelsel van plompe, weinig plastische, roestige vormen, waarin hier en daar een bronzen schapeschedel, symbool voor de offerrite, zit verstopt.

Alleen een kunstwerk dat beeldende zeggingskracht heeft kan eventueel bijdragen aan een 'opening van het kunstbegrip'. Dat is het geval met de beelden van Anish Kapoor (in 1954 geboren in Bombay, woont in Londen). Hij kreeg bekendheid met sprookjesachtige, abstracte sculpturen, die, bepoederd met diepblauw, roze of rood pigment, er exotisch en gewichtsloos uitzagen. De kalkstenen brokken die hij nu exposeert zijn minder exotisch en bepaald niet gewichtsloos. Maar ze fascineren door het contrast van de ruw gehakte buitenkant en de sensuele rondingen van de uithollingen erin.

Het object van Shirazeh Houshiary (in 1955 geboren in Iran, woont in Londen), balanceert door het materiaalgebruik, koper, kopererts en steenkool, sinds Kounellis op de rand van het banale. Er brandt een stille vlam op, waardoor het beeld iets krijgt van een altaar. Hidetoshi Nagasawa tenslotte (in 1940 geboren in Mansjoerije, woont in Milaan) bestreek een muur met geurige boenwas en plaatste er een goudkleurige, schuine staaf voor die de wand bijna raakt. Als Rhizome iets duidelijk maakt over wat er ontbreekt aan 'onze' hedendaagse kunst, dan is het misschien die mengeling van sensualiteit en mystiek, net niet al te nadrukkelijk, in het werk van de laatstgenoemde drie exposanten.