Rechter wil onderzoek naar beleid van geschorst fonds Bobel

ROTTERDAM, 3 JAN. De ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam stelt een onderzoek in naar de gang van zaken bij het geschorste beursfonds Bobel. Een verzoek daartoe van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) is gehonoreerd. Dit heeft de VEB gisteren bekendgemaakt.

De VEB heeft het enqueteverzoek vorig jaar oktober bij het gerechtshof ingediend. De VEB, die optreedt namens 40 aandeelhouders, had de enquete aangevraagd omdat er sprake zou zijn van wanbeleid bij Bobel. Vorig jaar werd Bobel door het beursbestuur uit de notering gehaald, onder meer omdat de accountant de jaarrekening over 1990 niet goedkeurde.

De ondernemingskamer meent dat er gegronde redenen zijn om wanbeleid te vermoeden. Voor de enquete heeft de ondernemingskamer prof. drs. K.P.G. Wilschut aangezocht, partner bij het accountants- en organisatieadvies-kantoor TRN-groep, en hoogleraar aan de universiteit van Utrecht.

Bobel is een "papieren' bedrijf. Het enige bezit is een schuldvordering van 175 miljoen gulden op het Zwitserse Sasea, een bedrijf met een onbekend aantal deelnemingen in internationale bedrijven. Sasea heeft circa 90 procent van de aandelen Bobel in handen. In het bestuur van zowel Sasea als Bobel zit de omstreden Italiaanse zakenman Florio Fiorini, de vroegere zakenpartner van de ten minste zo omstreden Italiaanse zakenman Giancarlo Parretti. Sasea is, evenals de eveneens uit de beursnotering verwijderde fondsen Chamotte Unie en Melia, onderdeel van het zakenimperium van Fiorini en Parretti.

De VEB vreest dat Sasea de schuld aan Bobel niet kan terugbetalen. De jaarrekening van Sasea over 1990 is nog steeds niet goedgekeurd. “De groep aandeelhouders Bobel, naast Sasea, is waarschijnlijk ernstig benadeeld. De advocaat van Bobel zei zelfs dat er niet genoeg geld was om de enquete te bekostigen”, zegt mr R.A.E. De Haze Winkelman, directeur van de VEB. In de wet staat dat een enquete moet worden betaald door het te onderzoeken bedrijf zelf. De Vereniging zal, als er sprake is van wanbeleid van de Bobel-directie, schadeclaims bij Bobel of oud-bestuurders ervan indienen.

Eén van die oud-bestuurders is ing. J. Kraaijeveld van Hemert, voormalig bestuursvoorzitter van de baggermaatschappij Boskalis-Westminster. Hij wacht de uitslag van de enquete rustig af. “Als je op een oprechte manier je best hebt gedaan, is er niets om je ongerust over te maken”, aldus Kraaijeveld van Hemert. Een woordvoerder van Bobel, als administrateur werkzaam bij de Amsterdamse vestiging van Sasea, zegt dat Bobel “de enqueteur daar waar mogelijk zal assisteren”.

Wilschut zal volgens De Haze Winkelman “zo snel mogelijk” met het onderzoek bij Bobel beginnen. Een enquete is een zeldzame noodgreep, volgens De Haze Winkelman. In de meeste gevallen is er bij een enquete ook sprake van faillissement van het genoteerde fonds, maar Bobel is niet failliet. De Haze Winkelman hoopt dat daardoor de kans toeneemt dat de kleine beleggers nog iets van hun geld terugzien. Op dit moment loopt er alleen nog een door de VEB verzochte enquete tegen het automatiseringsbedrijf Textlite. Deze enquete is wegens geldgebrek verzand.