Prestaties in basischemie slecht, farmaceutica levert concerns nog stevige winsten op; Herstel voor chemie moet uit VS komen

ROTTERDAM, 3 JAN. Pessimisme troef in de Nederlandse chemie. Voorzitter ir. R.E. Selman van de branchevereniging VNCI liet zich somber uit in zijn recente terugblik op 1991 over de gedaalde produktie en de slechte vooruitzichten. DSM-baas mr. H. van Liemt keek ook terug op “een teleurstellend jaar” en zijn Akzo-collega jhr. mr. A.A. Loudon heeft evenmin reden tot grote vreugde.

Over een maand of twee presenteren de twee grote Nederlandse chemieconcerns winstcijfers die onder het niveau van 1990 zullen liggen. En dat jaar was al een stuk slechter dan 1989. Tekenen van herstel zijn bovendien afwezig.

Maar voor Akzo is er, aldus analist Charles K. Brown van het effectenhuis Goldman Sachs in Londen, weinig reden voor ongerustheid. DSM staat er slechter voor, denkt hij. Dat bedrijf is een duidelijke representant van de petrochemische concerns, zwaar leunend op de conjunctuurgevoelige produktie van basischemicaliën en dus kwetsbaar. Akzo daarentegen vertegenwoordigt de chemiebedrijven die gekozen hebben voor produkten met een hoge toegevoegde waarde, zoals farmaceutica - weinig beïnvloedbaar door economische pieken en dalen - en door hun specifieke samenstelling en toepassing minder onderhevig aan concurrentie.

De cijfers tot en met het derde kwartaal 1991 spreken wat dat betreft boekdelen: DSM boekte op 7,26 miljard gulden omzet een bedrijfsresultaat van 421 miljoen. Een jaar daarvoor lag de omzet op 7,77 miljard en het resultaat op 642 miljoen gulden - ruim de helft hoger! Het bedrijf wees in een toelichting op een aanmerkelijke verslechtering van de markt voor krakerprodukten (etheen, propeen) en op de lagere afzet van grondstoffen voor kunstvezels en kunstmest.

Akzo zag over dezelfde periode de omzet dalen van 13,0 miljard naar 12,7 miljard gulden, terwijl het bedrijfsresultaat met 11 procent daalde tot 901 miljoen gulden. Van dat resultaat kwam overigens 42 procent uit produkten voor de gezondsheidszorg, qua omzet goed voor amper 18 procent.

In het groepje chemieconcerns waarin Brown een meer dan gemiddeld vertrouwen heeft, bevinden zich, naast Akzo, het Britse ICI, het Zwitserse Ciba Geigy en het Franse Rhône-Poulenc. Niet alleen omdat ze een belangrijke farma-component hebben, maar ook omdat ze tijdig zijn begonnen met bezuinigingen. De kosten van die reorganisaties hebben een kortstondig negatief effect op het resultaat, maar de revenuën volgen snel.

Tot de zwakke broeders rekent Brown - op grond van de resultaatontwikkeling; de balans ziet er goed uit - DSM, het Belgische Solvay en de drie Duitse reuzen Bayer, BASF en Hoechst.

DSM, Solvay en BASF halen hun omzet overwegend uit de zware chemie. Voor alle Duitse bedrijven geldt dat ze op een thuismarkt actief zijn waar zich economische stagnatie aandient. Ook bij DSM en de Duitse chemieconcerns zijn reorganisaties ingezet, die duizenden arbeidsplaatsen zullen kosten, maar veel van de voorgenomen maatregelen moeten nog worden geëffectueerd.

Dat nagenoeg elk chemiebedrijf in West-Europa, waar zich de grootste concerns ter wereld concentreren (BASF, Bayer, Hoechst en ICI behoren tot de mondiale top-vijf), met een teruggang kampt, heeft verschillende redenen. De belangrijkste is de recessie in de Verenigde Staten en in enkele grote Westeuropese landen als Groot-Brittannië en Frankrijk. Een stokkende produktie in de bouw en de automobielindustrie, om twee belangrijke afzetgebieden voor chemische eind- en halffabrikaten te noemen, heeft direct haar weerslag op de bedrijfstak.

De Britse premier Major signaleerde in zijn nieuwjaarsrede dat de economische vooruitzichten voor zijn land verbeteren, maar nu dreigen problemen in een voor Europa zeker zo belangrijke afzetmarkt: Duitsland. En in de VS stelt president Bush alles in het werk om het naar economisch herstel hunkerende kiezerspubliek een lichtpuntje te laten zien.

Een tweede hindernis voor de chemie is de zwakte van de dollar, de valuta waarmee op de wereldmarkt voor chemische produkten wordt afgerekend. Nadat de Amerikaanse munt in 1990 nogal wat aan kracht verloor tegenover Europese valuta, leek in de eerste helft van 1991 de weg terug ingeslagen. Maar de winst uit de eerste helft werd in de tweede helft weer weggevaagd. De concurrentiepositie van chemiebedrijven uit de VS en andere aan de dollar gerelateerde economieën is daardoor op de Amerikaanse en exportmarkten verbeterd ten nadele van de Europeanen.

Dat de groei er even uit is, treft, zoals gezegd, vooral de conjunctuurgevoelige basischemie. Volgens Brown is, ondanks een relatief voorzichtig investeringsbeleid, opnieuw overcapaciteit ontstaan in bepaalde produktgroepen. Met een stagnerende vraag leidt dat al snel tot grote druk op de marges. Voor 1992 voorziet hij een volumetoename van hooguit één à twee procent.

Volgens Brown is het opmerkelijk dat de benutting van veel petrochemische complexen relatief goed is. De bezetting van de capaciteit ligt in veel gevallen boven de 80 procent, en toch wordt er weinig verdiend. “De Golfoorlog en de hogere olie- en grondstofprijzen hebben de markt een klap gegeven”, meent hij. Tien jaar geleden was er sprake van een ernstige crisis in de petrochemie, omdat een overdaad aan produktiecapaciteit en stagnererde afname de bezetting van de fabrieken onder de 70 procent had gebracht, maar bij de huidige, veel betere benutting is een goede marge ook niet meer gegarandeerd. “De prijsstructuur is verzwakt. Afzetprijzen in de petrochemie zijn veel onvoorspelbaarder geworden”, constateert Brown.

Hij wil overigens geen parallellen trekken met de crisis van begin jaren '80. De situatie was toen anders, meent hij, omdat toen veel concerns bijzonder kwetsbaar waren door hoge schulden. Nu zit de chemie veel beter in de slappe was; de ongekend hoge winsten uit de jaren 1988 en 1989 werden niet omgezet in een extreme uitbreiding van de produktiecapaciteit.

Voorlopig gaan de analisten van Goldman Sachs ervan uit dat de markt nog zeker een jaar zwak blijft. “Zeker in de petrochemie blijven de marges tot 1993 slecht”, meent Peter Clark. “De resultaten van de bedrijven, die allemaal proberen hun kosten te drukken, zullen niet veel lager worden, maar ook niet hoger. De omstandigheden zijn moeilijk.”

Zijn collega Brown sluit niet uit dat in het zojuist begonnen jaar toch herstel optreedt. “De chemie verkeert in prima vorm. En zo'n algemene herstructurering kan geen kwaad. Als inderdaad blijkt dat de recessie in de VS haar ergste punt voorbij is, dan zullen de resultaten snel aantrekken.”