Palestijnen stellen reis uit, overwegen boycot conferentie

TEL AVIV, 3 JAN. De Palestijnse deelnemers aan de vredesonderhandelingen met Israel hebben hun vertrek naar Washington, waar volgende week een nieuwe ronde van besprekingen moet beginnen, uitgesteld.

Vandaag beraden de Palestijnen zich onderling over een mogelijke boycot van de besprekingen.

Het Palestijnse beraad volgt op een Israelische besluit om twaalf Palestijnse activisten uit de bezette gebieden uit te wijzen. Farouk Kaddoumi, een van de kopstukken van de PLO, zei gisteren in Amman dat de PLO de Palestijnse delegatie in de bezette gebieden opdracht heeft gegeven 7 januari niet deel te nemen aan de hervatting van de vredesbesprekingen in Washington. De woordvoerster van de Palestijnse delegatie, dr Hanan Ashrawi, zei vanmorgen dat daarover vandaag zou worden beraadslaagd. Gisteravond legde zij het door premier Yitzhak Shamir en minister van defensie Moshe Arens genomen besluit om de deportatiepolitiek te hervatten uit als een Israelische poging om het vredesproces te torpederen.

Zeven Palestijnen uit de Gazastrook en vijf Palestijnen van de westelijke Jordaanoever van vier verschillende Palestijnse organisaties - onder andere de islamistische fundamentalistische organisatie Hamas, Al-Fatah en het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina - hebben gisteren van de militaire autoriteiten aanzegging gekregen dat zij over de grens zullen worden gezet.

Zij hebben de gelegenheid bij de militaire instanties in de bezette gebieden tegen dit besluit beroep aan te tekenen. In laatste instantie kunnen zij ook een uitspraak van het Hooggerechtshof in Jeruzalem over de rechtmatigheid van het uitwijzingsbevel uitlokken. De uit te wijzen Palestijnse activisten worden door militaire kringen beschuldigd van terroristische activiteiten.

Pag.4:

Israel verbiedt activiteiten van Palestijnse comités

Behalve het uitwijzingsbesluit heeft Israel gisteren ook de activiteiten van recent gevormde Palestijnse politieke comités in de bezette gebieden verboden. Volgens Palestijnse zegslieden werden deze comités in het leven geroepen om het vredesproces te ondersteunen. Israel daarentegen beschouwt deze comités als voorportalen van openlijke politieke activiteiten van Al-Fatah in de bezette gebieden.

Wegens een toenemend aantal Palestijnse moordaanslagen op joodse kolonisten in de bezette gebieden staat de Likud-regering van Shamir reeds geruime tijd onder zware druk van de kleine ultra-nationalistische regeringspartijen en Gush Emoniem, het blok der getrouwen, om scherpe maatregelen tegen Palestijnse activisten in de bezette gebieden te nemen.

De moord eergisteren op een kolonist die in de Gazastrook in een Palestijnse hinderlaag terechtkwam, heeft in Jeruzalem de doorslag gegeven om op dit diplomatiek gevoelige moment in het vredesproces toch weer naar het uitwijzingswapen te grijpen. Sedert het begin van het vredesproces in Madrid zijn vier Israelische kolonisten in de bezette gebieden door Palestijnse schutters gedood.

Volgens de Israelische pers van vandaag houden Israels leiders rekening met een gematigde Amerikaanse veroordeling van het uitwijzingsbesluit, dat overigens ook wel op enig begrip zou mogen rekenen. Het blad Ma'ariv haalt vandaag een hooggeplaatste militaire bron aan die het besluit om de twaalf Palestijnen het land uit te zetten omschrijft “als een op een slecht moment genomen politiek besluit”. Deze kringen voorspellen een zeer scherpe Amerikaanse reactie.

Het socialistische blad Davar legt het uitwijzingsbesluit uit als “verlies van zelfbeheersing” door de Likud-regering. Volgens deze krant weten Shamir en Arens dat het effect van de uitwijzing op de terreur gering is. “Shamir is echter banger voor de kolonisten dan voor president George Bush”, concludeert Davar.