Opgeruimd staat netjes

We hebben het weer gehad. Dozijnen kerstkaarten, de een nog mooier dan de ander, de straten bezaaid met vuurwerkrestanten, uitvallende kerstbomen op de stoep. Nog drie nieuwjaarsrecepties - even doorbijten - en dan weer opgeruimd aan de slag.

Voor juristen had oudejaarsavond een oubollige bijsmaak. Het waren de laatste uren van het beproefde Burgerlijk Wetboek. BW-oud, heet het nu al. De Bee-weemoed sloeg toe, zoals een dichter onder de juristen - die heb je ook - het wist uit te drukken. Mijmerend blader ik in mijn oude wetboek.

Het Nieuw BW is dus ingevoerd. Dat zeggen ze tenminste, maar erg nauwkeurig is die uitspraak niet. Het Nieuw BW moet bestaan uit acht boeken en van die acht zijn er op 1 januari 1992 drie ingevoerd, te weten de Boeken 3, 5 en 6. Aan Boek 3 gaan vooraf de Boeken 1 (Familierecht) en 2 (Rechtspersonen). Die zijn al ingevoerd in 1970, respectievelijk 1976. Dan is er nog Boek 8 (Vervoer), dat op 1 april 1991 in werking is getreden.

Intussen hangt alles met alles samen. De invoering van de Boeken 3, 5 en 6, die het centrale deel van het vermogensrecht bevatten, heeft daarom meegebracht dat ook gesleuteld is aan de al lang geleden ingevoerde Boeken 1 en 2. Een reeks noodverbanden is gelegd in andere wetten.

De invoering van het nieuwe vermogensrecht betekent dat veel oud recht is opgeruimd. De ontwerpers van de nieuwe regels laten niet na op de voordelen van deze grote schoonmaak te wijzen. Intussen weten ook zij heel goed dat de blinkend-nieuwe delen van het Nieuw BW, zodra het nieuwe er af is, hun eigen rommel zullen genereren. Er zullen nog heel wat schoonmaakoperaties nodig zijn om daar weer vanaf te komen. Maar dat geeft toch niet? Wie een kerstboom wil moet rekening houden met uitvallende naalden.

Het in 1976 ingevoerde Boek 2 illustreert de gang van zaken. Ook toen was er sprake van een grondige opruiming en een mooi nieuw boek. Sedertdien zijn er met de regelmaat van de klok wetten tot aanvulling en verbetering van Boek 2 ingevoerd. Zojuist is nog in het Staatsblad verschenen de Wet tot regeling van de eenpersoonsvennootschap (Aanpassingswet twaalfde richtlijn). Met de materie van Boek 2 houdt ook verband de Wet melding zeggenschap die een dezer dagen in werking zal treden.

En het gaat gewoon door. Nog in de laatste week van 1991 is bij de Tweede Kamer een nieuw voorstel ingediend. "Invoering van de mogelijkheid van ontbinding van rechtspersonen door de Kamer van Koophandel en Fabrieken', staat er boven.

Wat is dat nu weer?

Ik zal het uitleggen. Dit nieuwste voorstel heeft te maken met de bestrijding van lege bv's, dat wil zeggen: bv's die geen activiteiten meer verrichten. Zo'n bv is nutteloos. Maar zij kan een zekere handelswaarde hebben. Als koper kan een persoon zich aanmelden die door aankoop van een bv het preventieve toezicht bij oprichting van een nieuwe bv wil omzeilen. Met een lege bv kunnen soms ook fiscale voordelen worden behaald.

De overheid zou graag van de lege bv's afwillen. Maar dat wil zij al lang. Bij de invoering van Boek 2 in 1976 is daarom aan de rechtbank de bevoegdheid gegeven om op vordering van het openbaar ministerie lege bv's te ontbinden. Dat leek een mooie regeling. Maar de minister zegt nu - nadat de regeling twee keer is "verbeterd' - dat zij te omslachtig is en te belastend voor de rechterlijke macht. Veel eenvoudiger zou het zijn wanneer de bv ontbonden zou kunnen worden door een beschikking van de Kamer van Koophandel. Voorgesteld wordt nu dat mogelijk te maken als gedurende ten minste een jaar aan twee van de volgende vier criteria is voldaan:

- de bijdrage voor het handelsregister is niet betaald;

- er staan geen bestuurders ingeschreven;

- aan de verplichting tot publikatie van de jaarrekening is niet voldaan;

- er is geen aangifte gedaan voor de heffing van de vennootschapsbelasting.

Als tweede argument noemt de memorie van toelichting: de opschoning van het handelsregister. Een lege bv die niet formeel is ontbonden, kan namelijk niet worden uitgeschreven. Ook dat was vroeger anders, maar bij de invoering van Boek 2 in 1976 is het systeem zo ingericht. Het gevolg is, zo blijkt nu, dat lege bv's het bestand bevuilen. Daar moet iets aan gedaan worden want: opgeruimd staat netjes.

De regeling zal overigens ook gelden voor nv's en andere rechtspersonen. Ook zij kunnen in een niet aanspreekbare slaaptoestand vervallen.

Men zal moeten toegeven dat de voorgeschiedenis van het nieuwe voorstel nogal wonderlijk is. Zij leert ons in elk geval dat het enkele feit dat een regeling in het kader van het Nieuw BW wordt ingevoerd, geen garantie biedt voor duurzaamheid of bruikbaarheid. Het zij zo. Ook de Boeken 3, 5 en 6, waar we nu zo trots op zijn, zullen aan voortdurende wijziging blootstaan.

Afgezien van de voorgeschiedenis lijkt de nieuw voorgestelde regeling zo op het oog aanvaardbaar. De criteria kunnen objectief worden vastgesteld en getoetst. De bestuurders worden gewaarschuwd en krijgen ruim de tijd om verzuimen te herstellen. Er is beroep mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep.

Zal de regeling in de praktijk werken? Dat zal afhangen van de activiteit die de Kamers van Koophandel aan de dag leggen. Hier en daar zullen nog wel wat problemen rijzen.

Het openbaar ministerie en de Kamer van Koophandel moeten elkaar niet voor de voeten lopen. En wat gebeurt er, durf ik vragen, wanneer de bv, na ontvangst van de waarschuwingsbrieven, een nieuwe statutaire woonplaats buiten het gebied van de Kamer van Koophandel kiest? De oude Kamer is dan niet meer bevoegd. Moet de nieuwe opnieuw beginnen of zal deze de procedure van de oude kunnen overnemen?

De Tweede Kamer moet er nog maar eens goed naar kijken.